Blog – De EMDR-sessies

  • De volgende blog is niet geschreven door een cursist van Merk Hoe Sterk, wel willen wij deze blog graag onder de aandacht brengen. 

Blog – De EMDR-sessies (deel 3)

Een aantal jaar geleden schreef ik over het proces van mijn EMDR behandeling. (Zie Deel 1 en deel 2) Spoiler: ik bleek nog niet klaar te zijn voor de behandeling, mede gezien ik het mij niet kon veroorloven om nog meer studievertraging op te lopen. Vervolgens schreef ik een paar maanden terug de EMDR Survivalgids, gericht aan mensen die net als ik ook (wederom) met EMDR zouden gaan starten en misschien wat tips konden gebruiken. Inmiddels lijk ik aan het einde gekomen te zijn van mijn huidige EMDR behandeling. Het leek mij passend om een deel 3 te schrijven ter afronding.

(In dit artikel zal ik regelmatig wat schematherapie termen noemen. Wil je meer over deze therapie weten en de termen leren kennen, bekijk dan deze blog die ik erover schreef.)

Aanloopfase

Opnieuw een EMDR behandeling aangaan vond ik erg spannend. Vooral gezien de vorige keer dat mijn therapeut en ik met EMDR gestart waren, ik te bang was dat mijn studie eronder zou lijden; we waren net begonnen met EMDR en ik merkte dat ik mij emotioneel instabiel voelde, ook tijdens lesdagen op mijn opleiding. Dus ik besloot te stoppen en nam mij voor dat zodra ik afgestudeerd was, ik dan de tijd en de ruimte zou creëren om een EMDR behandeling te kunnen volgen. Het liep iets anders, gezien ik tijdens mijn afstuderen last kreeg van burn-outachtige klachten. Ik was elke dag de hele dag door vermoeid, kreeg paniekaanvallen, vage lichamelijke klachten en was vaak angstig. Ik weet dan ook niet meer zo goed hoe ik het allemaal precies heb gedaan, maar ik heb mijn diploma gehaald. 
Gelukkig had ik naast dat ik nog steeds wekelijkse psychotherapie kreeg, redelijk op tijd hulp ingeschakeld bij o.a. de huisarts en daardoor kalmerende medicijnen en mensendieck therapie gekregen (waar ik ontspanningsoefeningen leerde), die ervoor hebben gezorgd dat ik (in ‘overlevingsstand’ weliswaar) mijn afstudeertaken kon uitvoeren. 
Wonderbaarlijk genoeg lukte het af te studeren, gezien ik bijvoorbeeld super suf, warrig en chaotisch van de oxazepam (kalmerend medicijn), mijn scriptiepresentatie heb moeten houden om paniekaanvallen te voorkomen. Ook was het enorm belangrijk voor mij dat ik bij mijn diploma-uitreiking kon zijn, gezien ik mijn middelbare school diploma-uitreiking wegens een zware depressie heb moeten missen. Deze diploma-uitreiking verliep afgezien van gezonde zenuwen en dankzij de zo-nodig medicatie, voor mij gelukkig heel rustig en was het inderdaad een hele fijne en bijzondere ervaring!
Ook was het een moment om er met mijn vriend en vriendinnen bij stil te staan dat het ondanks alle tegenslagen, mij toch was gelukt. Dankzij hen, de bijzondere speech van mijn docent tijdens de uitreiking, maar ook mijn therapeut die dit benadrukte, kon ik het op mij in laten werken dat het inderdaad een best knappe prestatie was waar ik trots op mocht zijn (ondanks mijn interne criticus, ook wel bekend als de Dictator). 
#afstuderenmeteendepressieenpaniekaanvallen. #missionaccomplished

Er volgt overigens binnenkort nog een blog over het afstuderen als hulpverlener.

Afstuderen - hoe ik dacht dat het zou gaan (stijgende lijn) en hoe het uiteindelijk ging (kronkelende lijn).

 

Een visuele samenvatting van mijn afstuderen, zelf getekend met Photoshop. (Ja, dat moet ik er nadrukkelijk bij benoemen; ik heb heel lang over die semi-rechte lijn gedaan.)

Terwijl ik in de zomervakantie ruimte voor een EMDR behandeling zou vrijhouden, bleek dit niet nodig, want ik zat noodgedwongen thuis. De paniekaanvallen en lichamelijke klachten hielden aan waardoor het überhaupt nauwelijks lukte om iets buiten de deur te ondernemen, laat staan te solliciteren op een baan. De theorie was dat spanningen vooral in mijn lijf waren gaan zitten. De kortdurend klinische traumabehandeling voor complexe PTSS die mijn therapeut en ik voor ogen hadden, leek hierdoor goed op mijn situatie aan te sluiten gezien er een fysieke component bij deze behandeling zou zijn. Door intensief sporten zou er naast aandacht voor het hoofd (EMDR en exposure), ook aandacht zijn voor het lichaam.
Helaas werd ik bij aanmelding bij deze instelling al snel afgewezen. De reden die gegeven werd aan de telefoon was vaag. Uiteindelijk, na nogmaals contact opnemen en om verduidelijking te vragen, bleek dat deze instelling alleen mensen met complexe PTSS met trauma’s gelinkt aan geweld, een heftig ongeluk of seksueel misbruik behandelt. Ik kwam niet in aanmerking omdat mijn trauma’s voornamelijk gelinkt zijn aan iets dat ‘emotionele verwaarlozing’ heet. (zie deze blog voor uitleg over wat emotionele verwaarlozing precies is.)

In eerste instantie was ik erg verdrietig en teleurgesteld. Ik denk vooral gezien ik mij nu al lange tijd zo rot voelde en thuis zat; ik hoopte dat de behandeling er voor zou zorgen dat de klachten zouden afnemen en ik daardoor weer wat meer kwaliteit van leven zou krijgen. Ook had ik nu ongeveer 10 jaar de diagnose complexe PTSS en het uitzicht op deze behandeling gaf hoop dat ik eindelijk van deze klachten af zou raken, maar deze hoop verdween na de afwijzing als sneeuw voor de zon. Vervolgens was ik boos, gezien er om onduidelijke redenen onderscheid werd gemaakt in het soort trauma wat wel of niet behandeld werd bij deze instelling. En dat dit niet specifiek vermeld was op de website. Wanneer er staat ‘gespecialiseerd in complexe PTSS’, zou je verwachten dat dan alle soorten complexe PTSS behandeld wordt. Ook bij een kortdurende intensieve klinische behandeling.
Natuurlijk zou het niet helpen om in deze boosheid en frustratie te blijven hangen, dus ging ik over op het steken van mijn energie in het accepteren van de situatie, om vervolgens een ander plan van aanpak te bedenken met mijn therapeut. Op zoek naar nieuwe hoop.

Plan EMDR (2.0)

Een van de problemen die we moesten zien te tackelen, was dat ik van de vorige EMDR sessies nog wist, dat het behandelen van mijn trauma’s bij mij veel gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst zouden oproepen. Dit is te verklaren gezien dit de gevoelens zijn die ik had tijdens de nare situaties die ik vroeger doormaakte.
Bij een klinische traumabehandeling, zou ik omringd zijn door mensen na de eerste heftigste sessies. Bij een behandeling van max. 1 keer per week, zou ik 7 dagen moet overbruggen en zou ik vaak alleen thuis zijn gezien mijn vriend fulltime wisseldiensten werkt. Toen ik stopte met de vorige keer EMDR, was dat vooral omdat ik het niet trok om zo lang te wachten tot de volgende sessie en ondertussen (in mijn eentje) te moeten dealen met al die heftige gevoelens. Dit moest ik vroeger immers ook en zo zijn de trauma’s überhaupt ontstaan. 

Mijn therapeut vroeg mij of ik ideeën had. Ik durfde het bijna niet voor te stellen, maar ik opperde om tijdelijk 2 keer per week EMDR te gaan doen. Zo hoefde ik de helft van de tijd te overbruggen naar de volgende sessie. Ze vond dit een goed idee. Gelukkig kon zij hiervoor ook tijd vrij maken in haar agenda, hoewel ik mij direct schuldig voelde over het zoveel tijd innemen van haar en van andere cliënten.
Hoe dan ook, het probleem was er deels nog; ik zou o.a. ’s avonds nog regelmatig alleen thuis zijn. Mijn therapeut stelde voor mijn vriend uit te nodigen om ook samen met hem een plan van aanpak af te spreken. Ook koos ik vriendinnen uit aan wie ik zou vragen om mijn ‘support squad’ (zie EMDR survivalgids) te vormen. Vooral de avonden van de dagen waarop ik EMDR had gehad, zou ik hen vragen langs te komen zodat ik niet alleen hoefde te zijn. Ook zij stemden in en ook hierover was ik verbaasd. Mijn vriendinnen zijn namelijk over het algemeen heel druk en hebben weinig tijd om af te spreken, maar ze zeiden eigenlijk alle drie: ‘Komt goed! Desnoods neem ik mijn werk/scriptie mee en ga ik aan jouw bureau werken’. 
Echt heel erg lief en fijn!

Verder wilden we enigszins de behandeling van de instelling nabootsen, waarbij er intensief gesport zou worden na de sessies. Helaas was dit niet gelukt te organiseren, gezien ik wegens de lichamelijke klachten en paniekaanvallen/hyperventileren beperkt was in het bewegen en op korte termijn niets heb kunnen vinden wat hierbij zou aansluiten. Ik durfde niet zonder (professionele) begeleiding of in mijn eentje te gaan sporten uit angst mijn klachten erger te maken en uit angst voor hyperventilatie. Na een paar keer een stuk fietsen in de buurt was ik namelijk een paar keer flauwgevallen. Toen ik thuis (lichte) fitnessoefeningen deed, kreeg ik last van hyperventilatie en viel ik ook bijna flauw. Ik was bang dat dit bij het sporten na EMDR ook zou kunnen gebeuren. Normaal gesproken kan ik mij makkelijker over dit soort angsten heen zetten, maar onder andere door de toenemende lichamelijke klachten, was ik nog angstiger geworden en lukte het ook niet meer zo goed deze angsten te relativeren. Lange tijd had ik geen idee waardoor ik zo angstig was geworden, maar op Twitter zag ik een tweet voorbijkomen van Iva Bicanic die het EMDR congres 2019 bijwoonde. Zij citeerde professor Bernet Elzinga en toen ik dit citaat las, herkende ik daarin een mogelijke verklaring voor mijn angsten:

"Als een kind opgroeit met gevaar, dreiging en onvoorspelbaarheid dan zal het brein zo geprogrameerd worden dat het daarop kan anticperen. later kan dat brein zich tegen je keren", zegt prof Bernet Elzinga tijdens #EMDR2019 congres

Oftewel; het zou kunnen dat ik steeds last heb van allerlei irreële angsten, doordat mijn brein anticipeert op dreiging en gevaar en dat deze anticipatie zorgt voor angsten. En dat mijn lichaam daar dus ook op reageert en ik daardoor onbewust telkens gespannen ben en pijn ervaar (door o.a. gespannen spieren).

Hierop volgend werden ook ‘take-home-messages’ gepresenteerd, waarvan vooral nummer 2 mij persoonlijk erg aansprak. Het zien van mijn (irreële angsten) als gevolg van een ‘overbezorgde moeder’-brein, maakt het al iets makkelijker deze angsten/adviezen in de wind te slaan/te relativeren.

Hoe dan ook, mijn vriend en vriendinnen hadden geen tijd om met mij structureel na een EMDR sessie te gaan sporten, dus ik sprak met mijn therapeut af dat ik dan maar zo veel mogelijk zou gaan wandelen na een sessie; dan was ik toch in beweging en was de kans op hyperventilatie kleiner door de lichte intensiteit.

Wat betreft de behandeling zelf, stelde mijn therapeut voor om EMDR met schematherapie te gaan combineren. Ik heb dus de mazzel gehad dat mijn vrijgevestigde psychotherapeut zowel geschoold/bevoegd is in het geven van EMDR, als in het geven van schematherapie. Zelf merkte ik ook dat bij bepaalde beelden, ook bepaalde schema’s aan de orde zijn, die juist die gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst oproepen. Het idee was om de beelden met EMDR te behandelen en wanneer nodig, ook schematherapie interventies in te zetten zoals imaginatie. (Voor uitleg en informatie over imaginatie zie dit blogartikel.) De imaginatie was mijn eigen voorstel, gezien ik daar eerder al veel aan had gehad.

Omdat het niet helemaal een regulier EMDR-traject is (zoals die ik eerder heb gehad), noem ik dit traject in mijn blog voor het gemak EMDR (2.0). 

Voor meer over een traumabehandeling met EMDR en het schemamodusmodel, zie dit artikel in het vaktijdschrift ‘Gedragstherapie’ door Annemieke Driessen en Linda Hummel. (De doelgroep van dit tijdschrift zijn (cognitief) gedragstherapeuten, dus het is een vrij technisch verhaal vol vaktermen)

Het EMDR (2.0) traject

We spraken af dat we eerst alle beelden zouden inventariseren die nog veel spanning oproepen. Gezien mijn herbelevingen vooral gaan over mijn moeders ziekbed en haar overlijden, waren de beelden ook voornamelijk beelden van situaties rondom haar ziekte en overlijden. Ik vond het lastig te bepalen welke beelden precies het heftigste waren, dus uiteindelijk besloten we de beelden op chronologische volgorde te behandelen met de EMDR; dus in de volgorde waarin ze hebben plaatsgevonden.

De eerste sessie vond ik enorm spannend, maar het bleek achteraf best wel mee te vallen. Expres hadden we een beeld behandeld dat het minst heftig voelt (het lukte wel om dit beeld te kiezen), om ‘in te komen’. Ik merkte dat ik na de sessie niet overstuur naar huis ging en dat het beeld tijdens de EMDR qua heftigheid best wel snel gezakt was (op een schaal van 0 tot 10). Dit zorgde ervoor dat ik al minder angstig werd voor het aangaan/ondergaan van de rest van de behandeling en het gaf vertrouwen dat de EMDR in ieder geval op dit beeld al redelijk goed aansloeg. 

De tweede sessie was al een stuk heftiger. We namen een iets heftiger beeld en al snel vloeiden er tranen (bij mij dan). Toen we stopten was het beeld nog niet helemaal naar 0 gezakt qua spanning, maar we moesten toch stoppen. Ik merkte tijdens deze sessie dat ik net als bij de vorige keren EMDR mijn hoofd op sommige momenten ineens blanco werd. Wanneer mijn therapeut vroeg: ‘Wat komt er op?’, moest ik dan ook antwoorden met: ‘Niets, mijn hoofd is even blanco; ik voel en denk even niets meer.’ Gelukkig kon zij hierop anticiperen door bijvoorbeeld even terug te gaan naar het oorspronkelijke beeld (i.p.v. de associaties die opkomen) of ging zij ander soort vragen stellen. 
Een paar jaar terug had mijn therapeut al uitgelegd dat ik dan terecht kom in het zogenaamde ‘reptielenbrein’, oftewel onderin de window of tolerance (zie voor meer informatie hierover deze blog). Het wordt ook wel ‘dissociëren’ genoemd en is bij mij een onbewuste manier van coping wanneer ik heftige gevoelens of situaties ervaar, zodat ik deze tijdelijk niet hoef te voelen. 
Toch was het beeld dus nog niet helemaal gezakt toen we door de tijd heen zaten, dus gaf ze aan dat ze het heel vervelend vond, maar dat we moesten stoppen. Net als de vorige sessie rondden we af doordat zij aan mij vroeg wat ik als positief had ervaren deze sessie. Dit moest ik dan in gedachten houden terwijl ik weer door het volgen van haar vingers werd afgeleid. Ik merkte dat dit ‘positief afsluiten’ al goed hielp en dat ik mij dit niet van de vorige keren EMDR kon herinneren. 
Ze benadrukte dat ik contact met haar moest opnemen als het thuis niet ging. Dit was gelukkig niet nodig.

De opeenvolgende sessies verliepen ongeveer hetzelfde. Er waren regelmatig momenten dat mijn hoofd blanco werd. Ik vond het dan ook steeds lastig te bepalen of het beeld nou echt gezakt was qua spanning of dat ik alleen tijdelijk niets voelde. Mijn therapeut gaf aan dat als ik geen spanning meer voelde bij een beeld, dat we dan volgens het protocol ervan uit konden gaan dat het beeld gezakt is. Dus als ik niets meer voelde erbij moest ik het een 0 geven en dan zouden we verder gaan met een volgend beeld. Als ik tussen de sessies door bijvoorbeeld toch weer last zou krijgen van het beeld, zouden we het opnieuw gaan behandelen. Mijn therapeut legde uit dat het ook wel voorkomt dat de EMDR doorwerkt tussen de sessies door, dus dat het best kan zijn dat het beeld ondertussen is gezakt in heftigheid ten opzichte van de vorige sessie

Ook gebeurde het wel tijdens de EMDR dat ik juist nog steeds spanning voelde bij een beeld, maar dat het gewoon niet wilde zakken en ik bleef ‘hangen’ in dezelfde associaties bij het beeld. Dit was bijvoorbeeld zo bij een beeld waarin ik als 17-jarige dissocieerde toen mijn moeder met een ambulance werd opgehaald. Ik ben naar mijn kamer gelopen en deed alsof het niet gebeurde. Ik herinner me dat ik de tv in mijn kamer had aangezet en ernaar keek, maar niets zag. Wel heb ik nog even uit het raam gekeken en zag mijn moeder de ambulance ingeladen worden, met een paar buren om haar heen. Ik bleef alleen thuis achter en ben uiteindelijk in mijn kledingkast gekropen, net als ik deed toen ik klein was en angstig was. 
Wat mij vooral nog steeds raakte aan dit beeld is dat ik ontzettend angstig was en mij onveilig voelde en dat ik eigenlijk nergens en bij niemand terecht kon. Dit voelde ik nog steeds heel heftig als ik aan dit beeld dacht.

Doordat ik tijdens de EMDR nog steeds dezelfde nare gevoelens en gedachten bleef associëren, gebruikte mijn therapeut een andere interventie. Ze vroeg mij wat ik nodig had. Toen ik hier niet uit kwam, vroeg ze mij waar ik heen wilde gaan. Als 17-jarige bleef ik regelmatig na schooltijd rond mijn middelbare school hangen, omdat ik mij daar prettig voelde en er vaak tegenop zag om naar huis te gaan. Dit herinnerde ik mij ineens weer, dus ik gaf aan dat ik naar school zou willen gaan. Mijn therapeut vroeg mij voor mij te zien dat ik op school was. In gedachten rende ik zo hard als ik kan het huis uit (zoals ik vroeger ook wel eens echt deed als ik overstuur was). Toen ik voor mij zag dat ik op school was aangekomen en in mijn eentje in de aula zat, leidde zij mij weer af met het vingerzwaaien.

Afbeelding van ClaudiaTremblay via Etsy.com

 

…Zei de gezonde volwassene, tegen het kwetsbare kind.

Gek genoeg, voelde ik mij nu een stuk veiliger, terwijl ik alleen maar voor mij had gezien dat ik in mijn eentje in de aula zat. Het was voor mij op de een of andere manier een veilige plek. Toch vroeg mijn therapeut of ik het niet fijn zou vinden om iemand bij mij te hebben. Waarschijnlijk omdat zij wist dat ‘er alleen voor staan’ zo centraal stond in mijn trauma’s. Ik vond het lastiger te bedenken wie ik nodig zou hebben, dan waar ik wilde zijn, want er was destijds immers niemand die er voor mij kon zijn en ik mij veilig genoeg bij voelde. Vervolgens vroeg mijn therapeut mij om als het ware uit het beeld te stappen en er als ‘gezonde volwassene’ van een afstand naar te kijken. Ik keek nu in gedachten als 28-jarige naar mijn 17-jarige zelf die bij het raam stond te kijken hoe haar moeder in de ambulance werd geladen. Mijn therapeute vroeg: ‘Wat zou je willen doen als volwassene?’. 
Ik – die het nog steeds moeilijk vond zichzelf als kind in gedachten te troosten (want verdiende ze het wel?) – zag ineens voor me hoe ik als 28-jarige mijn 17-jarige uit mijn ouderlijk huis begeleidde en meenam naar mijn huidige woning. Ik zette haar in deze fantasie neer op mijn bank, zette een kop thee voor haar neer met een bakje chocola ernaast, nam haar op de bank in mijn armen en trok een warm plaid over ons heen terwijl ik haar troostte en zei dat het wel goed zou komen. Terwijl ik dit voor me zag volgde ik weer de vingers en merkte vervolgens dat het beeld in één keer aanzienlijk was gezakt qua spanning.
Voor mij een heel bijzonder moment ondanks dat het natuurlijk niet in realiteit heeft plaatsgevonden. Maar het lukte dus ook voor het eerst om mild te zijn naar mezelf als kind en haar zelfs te troosten. Toen ik later die week gitaar speelde, kwam er ook ineens een tekst in mij op waardoor dit moment in lied-vorm vastgelegd is. (Mijn eerste zelfgeschreven lied en het gaat over EMDR; typisch Lyka.) 

Verder was het inderdaad ontzettend helpend om één voor één de leden van mijn support squad over de vloer te hebben. We hebben gepraat, gekookt, Netflix gekeken en bank gehangen. Ik ben en was mijn vriendinnen ontzettend dankbaar dat ik niet alleen hoefde te zijn! Na een week of 3 merkte ik al dat ik weer beter alleen thuis kon zijn en dit dan ook weer wilde proberen. 
Mijn vriend verdient overigens ook credits voor alle kopjes koffie en thee die hij voor mij maakte en alle huishoudelijk taken die hij zonder mopperen voor mij overnam. Ook was het voornamelijk zijn arm om mij heen als ik thuis toch last had van huilbuien of herbelevingen.
Naast mijn vriend en vriendinnen, ben ik ook mijn therapeut heel erg dankbaar dat zij zoveel tijd en energie in deze behandeling heeft willen steken – met dus een heel positief resultaat als gevolg! In mijn geval was mezelf aanmelden bij een vrijgevestigde psychotherapeut het best wat ik had kunnen doen voor mijn herstel. Zij kon mij een behandeling op maat bieden, waar veel instellingen vaker lijken te werken aan de hand van ‘one-size-fits-all’ behandelingen. (Dus zorgverzekeraars, maak het vrijgevestigde therapeuten niet te moeilijk; ze zijn heel erg waardevol!)

You can't choose your family. But you can choose your therapist.

Na EMDR (2.0)

Naast de eerdergenoemde interventies, hebben we tijdens EMDR (2.0) ook wel eens een sessie een imaginatie oefening gedaan (schematherapie interventie) in plaats van EMDR. Op deze verschillende manieren hebben we alle beelden behandeld die we vooraf hadden geïnventariseerd. 
We hebben ongeveer twee maanden, twee keer per week EMDR (of schematherapie, of allebei) gedaan. Het was dus erg intensief, maar uiteindelijk ook heel waardevol: sinds het EMDR-traject heb ik geen één herbeleving meer gehad, heb ik bijna geen nachtmerries meer gehad (over mijn moeder of het verliezen van dierbaren) en kan ik meer ontspannen rondlopen in een ziekenhuis – al zal ik daar nooit voor mijn plezier komen, maar goed, wie wel? Het kijken van ziekenhuisseries en het zien en horen van een ambulance roepen nog wel enige spanning op, maar al stukken minder dan eerst en dus goed te behappen! (Bovendien kan ik natuurlijk best leven zonder ziekenhuisseries, al baal ik dat ik nog steeds geen Grey’s Anatomy meer kan kijken, wat een van mijn lievelingsseries was voordat mijn moeder terminaal ziek werd. Voor de kenners: mijn moeder kreeg dezelfde ziekte als het personage Izzie.)

Ook qua schema’s leek er één en ander te verschuiven. Hiermee bedoel ik dat in schematherapie termen, bepaalde modi in kracht lijken afgenomen zoals o.a. mijn interne criticus: de Dictator. We besloten dan ook hierop te voortborduren door na het afronden van de EMDR verder te gaan met schematherapie. 
Ik kreeg de opdracht om een brief aan mijn moeder te schrijven, gezien de Dictator vooral lijkt voort te komen vanuit haar stem van vroeger; ik leek het nooit goed genoeg te doen en ze had vrijwel altijd kritiek. Ik realiseerde me dat het voelde alsof mijn zelfbeeld is blijven hangen op het moment dat zij overleed; dat het beeld wat ik van mezelf gevormd had, nog steeds was gebaseerd op hoe mijn moeder mij zag als 17-jarige en mij in tekst naliet in haar dagboek. De woorden ‘egoïstisch’ en ‘onverantwoordelijk’ voerden hierin de boventoon. Dit terwijl andere mensen in mijn omgeving mij toen, maar ook zeker nu, heel anders zouden omschrijven.

Toen ik aan de brief begon moest ik de neiging onderdrukken om de bekende eerste regels van het refrein van het lied ‘De Vlieger’ te typen.Toen dit lukte en ik vanuit mijn gevoel (vooral boosheid) een paar zinnen had opgeschreven, kwam de rest vanzelf. Ik heb aan een stuk door getypt en het luchtte enorm op. De conclusie van de brief was dat ik het beeld wat zij van mij had ga loslaten, want het was toen én nu niet kloppend. Als mijn vriend, vrienden en vriendinnen mij goed vinden zoals ik ben, mag en wil ik dat zelf ook zo gaan zien .

Omdat het schrijven van deze brief zo hielp om uit te kunnen spreken wat ik niet meer tegen mijn moeder kan zeggen omdat zij er niet meer is, kreeg ik hierna nóg een briefopdracht. Ik moest vanuit mijn ‘gezonde volwassene’ een brief schrijven aan mijn ‘kwetsbare kind’. Een opdracht die ik stukken moeilijker vond, omdat ik geen idee had in wat voor vorm ik dit zou kunnen schrijven. Ook merkte ik dat mijn Dictator in de weg ging zitten bij het schrijven. Uiteindelijk ben ik gaan schrijven aan mezelf in tweede persoon enkelvoud. Een conclusie uit deze brief en kenmerkend voor waar ik sta in mijn therapieproces, werd:

Jouw verdriet komt voort uit het verleden (wat er allemaal niet is geweest), uit het heden (wat er nog steeds niet is) en uit de toekomst (wat er nooit zal zijn). Dit is rouw en je bent nog steeds bezig om dit een plek te geven. Je merkt dat je het verleden al wel los kunt laten, maar dat vooral het stuk toekomst je het meeste verdriet bezorgt; wat er nooit zal zijn. Dit komt omdat je nog bezig bent om uit te zoeken hoe je jezelf de dingen kunt bieden die je nodig hebt, om zo wat er nooit zal zijn te kunnen vervangen met dingen die er wel kunnen zijn.

 

Wat het gevolg van emotionele verwaarlozing voor mij als volwassene op dit moment nog betekent.

Uit Therapie

Hoewel ik dus nog steeds hard aan de slag ben in therapie, zijn we voor het eerst ook nadrukkelijk aan het toewerken naar het ‘uit therapie’ gaan. Toen ik afstudeerde, voelde het alsof ik mijn leven al wat meer op de rit heb ondanks dat ik mij fysiek beroerd voelde van alle lichamelijke klachten die ik kreeg.
Mijn therapeut en ik zijn gaan evalueren wat ik allemaal al heb behaald en konden concluderen dat dit best veel is vergeleken met waar ik stond toen ik bij haar in therapie begon. Ik heb een relatie durven aangaan, het is gelukt deze relatie in stand te houden, ik heb een huis gekocht met mijn vriend en heb een hbo-opleiding kunnen afronden, ondanks de nodige tegenslagen. Naast deze dingen is er ook een hoop in mijn binnenwereld gebeurd. Zoals mijn therapeut het afgelopen week mooi zei: ‘je bent meer jezelf geworden’ en ik ben het er zo mee eens.
Toen mijn therapeut vooraf het EMDR-traject begon over eventueel afronden van therapie raakte ik volkomen in paniek; ik voelde me al erg emotioneel instabiel door de trauma’s en het voelde alsof ik nu de veiligheid van therapie zou verliezen, waardoor ik overspoeld werd door het onveilige gevoel dat ik vroeger had en het ‘er alleen voor staan’. Door mijn angsten voelde het nu alsof ik alle veiligheid zou gaan verliezen.
Een aantal weken later, toen we hierop terugkwamen en ik mijn therapeut uitleg gaf over wat er bij mij gebeurde op dat moment, gaf ze aan dat ze het wellicht verkeerd getimed had om het hierover te hebben. Hoe dan ook, inmiddels voel ik geen paniek meer en vind ik het een spannend, maar juist ook een fijn idee om te denken aan afronden van therapie. Het werd in mijn hoofd al een soort van streven om voor mijn 30e (ik word volgende week 29 jaar) een baan te hebben en therapie te hebben afgerond, omdat mij dit een heel fijn vooruitzicht lijkt! 
Ongeacht of dit lukt, vind ik het in ieder geval belangrijk dat ik een baan kan volhouden en niet zoals na eerdere (voltijd) stages last krijg van burn out-achtige klachten en binnen een jaar al moet stoppen. Dit wordt dan ook één van de laatste therapiedoelen voor de komende tijd.

Verder heb ik nog steeds lichamelijke (pijn-)klachten, dus het lijkt erop dat er nog steeds spanning in mijn lichaam zit. Dit probeer ik momenteel te verhelpen met behulp van een psychosomatisch fysiotherapeut. Omdat ik zo weinig in contact ben met mijn lichaam en voornamelijk in mijn hoofd zit, proberen we dit contact weer te herstellen door het doen van bepaalde oefeningen. Ik leer dan mijn lichaam weer aan te voelen, bewust te worden van deze spanning en uiteindelijk hoe ik kan voorkomen dat ik pijnklachten krijg van bijvoorbeeld onbewust aangespannen spieren. Tijdens de psychotherapie leer ik dan weer mijn emoties te uiten en vooral de emoties te accepteren en ze ‘er te laten zijn’. Wanneer ik emoties onderdruk (zoals ik dit van mijn ouders heb aangeleerd), lijken de emoties ook in mijn lichaam te gaan zitten. Langzaam aan zit hier ook vooruitgang in, dus ik hoop binnenkort eindelijk van de lichamelijke kwaaltjes af te zijn!
Er zijn verder ook nog wel enkele angsten waar ik iets mee moet, gezien ik nu bijvoorbeeld niet durf te reizen naar het buitenland. Dit terwijl ik graag wat meer van de wereld zou willen zien.

Ik heb ook niet het idee dat ik binnen een jaar, of überhaupt, nooit meer last zal hebben van mijn schema’s of andere klachten, maar wel dat ik met de inzichten en tools die ik in therapie geleerd heb hier beter mee om zal kunnen gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik dan geen therapeut meer nodig heb voor deze inzichten/steun/handvatten, maar ik mezelf deze steun kan geven en mij kan laten steunen door mijn omgeving. Ook kan ik denken ‘het komt wel goed’, in plaats van in paniek te raken met mijn ‘overbezorgde moeder-brein’ en in doemscenario’s te gaan denken.
Verder is het dus voornamelijk belangrijk dat ik zoals hierboven beschreven ga leren hoe ik mezelf de dingen kan bieden, die er anders nooit zullen zijn. 

Overmorgen heb ik overigens een kennismakingsgesprek voor nieuw vrijwilligerswerk, zodat ik langzaam aan kan gaan re-integreren. Wie weet kan ik als dit goed gaat hier blijven werken als vaste kracht, gezien het werk ook goed aansluit bij mijn diploma… *fingers crossed*

Hoe het verder gaat met mijn website ‘Uit Therapie’ als ik daadwerkelijk uit therapie gegaan ben, weet ik overigens nog niet. Maar tot die tijd zal ik net als nu blijven schrijven over het fenomeen uit therapie gaan. 

Liefs, 

Lyka

 

* Bron:  https://uittherapie.wordpress.com

Nu.nl – Somberheid

Wat te doen tegen somberheid? ‘Pillen hebben vaak geen zin’

Somberheid vormt een van de grootste gezondheidsrisico’s ter wereld. Geschat wordt dat er wereldwijd zo’n 350 miljoen mensen aan lijden. Volgens GZ-psycholoog en auteur Bjarne Timonen kunnen we op een natuurlijke manier uit het dal klimmen. Hij schreef het boek De leefstijlgids tegen somberheid.

Waarom komen depressieve gevoelens zo veel voor?

“Doordat wij op een onnatuurlijke manier leven. De huidige maatschappij stelt hoge eisen aan ons. Wijzelf ook. Daardoor hebben we veel stress. We slapen niet genoeg. We bewegen te weinig. En we eten ongezond. Als we onszelf al even rust gunnen, doen we dat voor de televisie. Ons hoofd staat altijd aan.”

 

Maar depressie is toch een ziekte? Daar moet je antidepressiva voor slikken?

“Depressie is inderdaad een ernstige aandoening. Het is een glijdende schaal. Iedereen heeft weleens last van een dipje. Als dat langer aanhoudt dan een paar dagen is er iets aan de hand dat de somberheid in stand houdt. Dan kan zo’n dipje uitmonden in een depressie.”

“Medicijnen dempen de symptomen, niet de oorzaak”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“In heel ernstige gevallen zijn antidepressiva nodig ter ondersteuning van therapie. Daar zijn ze ook voor ontworpen. In zeker de helft van de gevallen hebben pillen geen zin. Ze hebben bovendien vaak vervelende bijwerkingen. Ze dempen ook alleen maar de symptomen. Zodra je ermee stopt, komen de depressieve gevoelens terug als je niets aan de oorzaak van die gevoelens gedaan hebt.”

En die oorzaak moeten we zoeken in de manier waarop we leven?

“Ja. Depressieve gevoelens hebben vaak met gedrag te maken: we denken negatief over onszelf. En we leven ongezond. Alcohol heeft bijvoorbeeld effect op onze stemming. Roken en te weinig bewegen ook. Wanneer je beweegt, maak je namelijk serotonine en dopamine aan. Dezelfde stoffen die in het brein worden verhoogd wanneer je antidepressiva slikt.”

“Depressieve gevoelens hebben vaak met gedrag te maken”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“Ook wordt het makkelijker om nieuwe verbindingen in het brein te leggen. Datzelfde gebeurt als je mediteert. Daarom is de combinatie van dit soort leefstijlaanpassingen met cognitieve gedragstherapie ook zo goed. Je kunt er oude gewoonten mee doorbreken en nieuwe gewoonten mee aanleren.”

Welke dingen kunnen we nog meer doen tegen een dip?

“Mediteren dus. Of mindfulness. Daarvoor hoef je echt niet op een kussen te gaan zitten. Loop een ommetje na het eten. Of maak muziek. Ga niet ‘ontspannen’ voor de televisie of Netflix. Dat is geen effectieve manier van ontspannen. Je hoofd blijft ervan in de ‘aan-stand’ staan. Het is belangrijk om af en toe alleen maar even te zijn in plaats van te doen.”

In je boek noem je koud afdouchen ook als tip. Waarom helpt dat?

“Koud water na een warme douche verhoogt het gehalte noradrenaline in je bloed, een hormoonstof die bij depressie verlaagd is. Het zorgt voor een betere concentratie en alertheid. En voor een fit gevoel. Het is even wennen om de laatste minuut de warme kraan helemaal dicht te draaien. Maar ik weet uit ervaring: het is verslavend lekker.”

Waarom is compassie zo’n sterk middel tegen een dip?

“Wie depressieve gevoelens heeft, is vaak erg met zichzelf bezig. Op een negatieve manier. Om dat te doorbreken is zelfcompassie belangrijk. Maar ik zie bij patiënten dat compassie met anderen ook erg goed werkt. Door anderen te helpen, bijvoorbeeld middels vrijwilligerswerk, verleg je de focus naar de ander. Dat geeft adempauze.”

“Bovendien geeft het een goed gevoel om iets voor een ander te kunnen betekenen. Dat draagt bij aan een positiever zelfbeeld.”

“Ongezonde voeding kan bijdragen aan een sombere stemming”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

Hoe kan het dat ongezond eten ons humeur beïnvloedt?

“Van ongezonde transvetten in koek en frituurproducten is bekend dat ze bijdragen aan een sombere stemming. Dat komt doordat ze de ontstekingswaarden in het bloed verhogen. Eiwitten die daarbij vrijkomen, kunnen bepaalde processen in het brein verstoren.”

Is het omgekeerde ook waar?

“Ja. Met gezonde voeding zoals vezelrijke producten, groenten, vette vis, noten en zaden gaan de ontstekingswaarden naar beneden. En dat zorgt voor een beter humeur.” 

Nog meer tips?

“Veel naar buiten voor genoeg daglicht en vitamine D en wekelijks een half uur de natuur in. Uit onderzoek blijkt dat een half uur ‘natuursnuiven’ leidt tot een significant lagere bloeddruk en minder depressieve gevoelens.”

“En slaap voldoende. Je kunt nog zo gezond leven, als je niet goed slaapt, heeft het allemaal geen effect.”

Kunnen mensen op deze manier van hun depressie afkomen?

“Ik zie in de praktijk vaak dat mensen die kleine leefstijlaanpassingen maken in hun leven, positievere gedachten krijgen. Daardoor komen sommige mensen volledig van hun depressie af. Voor de meeste anderen geldt dat hun depressie veel makkelijker te behandelen is in combinatie met cognitieve gedragstherapie.”

“Kleine leefstijlaanpassingen kunnen ervoor zorgen dat mensen van hun depressie afkomen”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“Wat mij betreft zou de zorg zich dus niet enkel moeten richten op het veranderen van gedachten, maar ook op het veranderen van gedrag. Voor mijn boek heb ik honderden wetenschappelijke artikelen gelezen. Daarop is mijn boek gebaseerd. Met leefstijlveranderingen kun je ontzettend veel bereiken.”

Bjarne Timonen is GZ-psycholoog. In februari verscheen zijn boek De Leefstijlgids tegen somberheid.

*Bron: NU.nl

Risk & Business – Privésituatie

Foto: Risk & Business  

Onderzoek Keerpunt: Privésituatie heeft vaak negatieve invloed op werk

Bij ruim een miljoen werknemers spelen in de privésituatie zorgen die nadelig zijn voor het functioneren op het werk, zo blijkt uit onderzoek. Zeker wanneer problemen zich opstapelen, dreigt langdurig ziekteverzuim. Werkgevers en werknemers kunnen verzuim voorkomen door tijdig met elkaar in gesprek te gaan. Een overvolle gezinsagenda, een overlijden in de familie of relatieproblemen: ruim een miljoen Nederlandse werknemers heeft zorgen in de privésituatie die het werk nadelig beïnvloeden. Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van arbodienst Keerpunt is uitgevoerd. In 49% van de gevallen leidt de situatie tot ziekteverzuim, variërend van enkele dagen tot meer dan een half jaar.                            

Re-integratiespecialist Nicole Choi van Keerpunt: “Privéproblemen kunnen een enorme impact hebben op het werk. Maar we zien vaak – en dat wordt met dit onderzoek bevestigd – dat werknemers het lastig vinden om privégerelateerde zaken met hun leidinggevende te bespreken. Ze delen liever niet te veel over hun thuissituatie, uit angst zich kwetsbaar op te stellen of hun positie in gevaar te brengen.”     

 Van de verzuimende werknemers meent 57% dat de leidinggevende het verzuim geheel of gedeeltelijk had kunnen voorkomen. Helaas signaleert de leidinggevende problemen bij de werknemer in 31% van de gevallen niet op tijd. “Aan een mindere periode op het werk ligt vaak een complex aan factoren ten grondslag. Het is niet zo makkelijk om daar als leidinggevende snel je vinger op te leggen”, vertelt Choi. “Maar wat je wél kunt doen is belangstelling tonen en zorgen voor een sfeer waarin mensen problemen ook durven te delen. Vervolgens kun je samen naar een oplossing zoeken: tijdelijk wat flexibeler zijn met werktijden, aanpassingen doen in het takenpakket of hulp inschakelen van bijvoorbeeld een psycholoog of schuldhulpverlener.”

 

*Bron: riskenbusiness.nl 

 

NOS.nl – NOS nieuws

Nos.nl

 Zorgen om pgb: ‘Kwart kan geen gespecialiseerde hulp inkopen’  

Het persoonsgebonden budget (pgb) is voor veel mensen niet voldoende om de kosten te dekken. Een kwart van de mensen die reageerden op een enquête van belangenorganisaties MantelzorgNL en Per Saldo kan nu geen gespecialiseerde hulp inkopen.

Mensen die zorg nodig hebben, kunnen bij de gemeente een persoonsgebonden budget aanvragen. Met het geld kunnen ze zelf de benodigde hulp inkopen en daardoor zelfstandig blijven wonen. De gemeenten mogen zelf de tarieven bepalen, maar volgens veel pgb-houders zijn deze tarieven te laag.

“Als mensen gespecialiseerde hulp nodig hebben, staat daar een tarief tegenover van 20 of 22 euro. Daar kun je geen goede hulpverleners van betalen. En voor mensen die je in dienst wilt nemen, wordt alleen het minimumloon vergoed”, vertelt directeur Aline Molenaar van Per Saldo, de landelijke vereniging van budgethouders.

Eigen zak

Volgens Molenaar is het vaak niet mogelijk om hulpverleners die uit het pgb betaald worden een loonsverhoging te geven. Die mensen gaan dan niet meer bij mensen thuis werken omdat ze ergens anders meer geld kunnen verdienen. “Je hebt dan natuurlijk de keus om de loonsverhoging uit eigen zak te betalen, maar wie kan dat?”

Alternatief voor de pgb-houders is om de hulp in te roepen van familie of vrienden. Voor deze zogenoemde mantelzorgers wordt er op 1 mei een symbolisch bedrag van 141 euro per maand ingevoerd. Het idee is dat mensen dan geen zorgovereenkomst meer hoeven af te sluiten.

Op de vingers tikken

Volgens MantelzorgNL en Per Saldo is het nog onduidelijk of de pgb-houders ook nog het recht op de uitkering voor het minimumloon houden.

Per Saldo wil dat de minister de gemeente op de vingers gaat tikken. “De gemeenten mogen de tarieven weliswaar zelf vaststellen, maar in de wet staat dat het wel tarieven moeten zijn waarmee de zorg ingekocht kan worden. Wij constateren dat mensen in de problemen komen”, zegt Molenaar.

*Bron: NOS.nl

nu.nl – Hoe stress en nachtmerries invloed hebben op elkaar.

WWW.NU.NL

Hoe Stress en nachtmerries invloed hebben op elkaar. 

Nachtmerries komen vaker voor bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, PTSS, schizofrenie en borderline. Maar ook een veel voorkomende klacht als stress hangt samen met nachtmerries. Hoe zit dat?

We spreken klinisch psycholoog Annette van Schagen, die onderzoek doet naar nachtmerries. Ook psychiater en psychoanalyticus Marc Hebbrecht leggen we deze kwestie voor, net als klinisch psycholoog Ada de Boer, die mensen met nachtmerries begeleidt.

Tanden die in kruimels uiteenvallen, vastzitten in een zinkende auto of achterna worden gezeten. Stuk voor stuk nachtmerries. Hebbrecht: “Een nachtmerrie, die vooral plaatsvindt tijdens de remslaap zien we als een extreem negatief, levendig verhaal dat gepaard gaat met hevige emoties als angst, boosheid, walging, afgunst of verdriet.”

Dat is iets anders dan een kwade droom of angstaanval. “Van een nachtmerrie word je wakker omdat je lijf in staat van paraatheid komt en je ademhaling en hartslag versnellen. Bij een nare droom is dat niet zo”, legt Hebbrecht uit.

Van Schagen: “En een angstaanval bestaat niet uit een verhaal. Bovendien gaan mensen om zich heen slaan en schreeuwen, terwijl je bij een nachtmerrie juist bent verlamd. Je maakt dan geen geluid en beweegt niet.”

Stress kan een nachtmerrie veroorzaken

Nachtmerries kunnen samenhangen met stress, weten Hebbrecht en Van Schagen. “Dat werkt twee kanten op: stress kan een nachtmerrie veroorzaken, maar een nachtmerrie kan ook stress teweegbrengen.”

“Ben je overdag bijvoorbeeld meer gespannen door taken die je nog moet doen, dan wordt een alarmnetwerk in je brein geactiveerd om je hieraan te herinneren. De kans is groot dat die herinneringen in de nacht naar voren komen en gekoppeld worden aan angstige beelden”, vertelt de klinisch psycholoog.

Een nachtmerrie kun je, net als een droom, zien als een mix van beelden van wat je hebt meegemaakt, wat je hebt gezien en je fantasie. Tijdens je remslaap spelen je hersenen die beelden af als een film.

“Mensen die slechter met stress omgaan, krijgen gemakkelijker een nachtmerrie”

Annette van Schagen, klinisch psycholoog

Niet iedereen krijgt een nachtmerrie tijdens een drukke werkweek of stressvolle verhuizing. Van Schagen: “Er zijn verschillende manieren om stress te verwerken. Het brein van sommige mensen is hier ontzettend goed in, door aanleg en mogelijk ook door opvoeding en invloed van de omgeving. Anderen kunnen dat een stuk slechter.”

“Zo weten we dat stress in de kindertijd de ontwikkeling van het brein beïnvloedt. Een van de gevolgen is dat het stress daardoor minder goed kan hanteren. En mensen die slechter met stress kunnen omgaan, kunnen gemakkelijker een nachtmerrie krijgen.”

Een nachtmerrie kan iemand uitputten

Tegelijkertijd werkt het dus ook andersom: nachtmerries vergroten de kans op stress en spanning. Hebbrecht: “Ze verstoren de slaap, waardoor je overdag minder uitgerust bent.”

Verstoring van je nachtrust blijkt per definitie stress op te leveren: “Slaap is namelijk belangrijk voor onze fysieke en mentale gezondheid. Tijdens je slaap reguleer je emoties en verwerk je emotionele gebeurtenissen. Wordt dit verstoord door een nachtmerrie, dan krijgt je brein niet de kans om andere momenten te verwerken.”

Die angstige beelden tijdens je slaap kunnen dan ook uitputtend zijn, meldt Van Schagen. “Je wordt door iets geplaagd waar je geen controle over hebt. Mensen worden vaak bang om te gaan slapen en stellen dat uit. Dit kan zorgen voor een voortdurend hoog stressniveau.”

Een onderzoek dat is gepubliceerd in het academisch tijdschrift Dreaming, uitgegeven door de wetenschappelijke organisatie American Psychological Association, toont ook aan dat het frequent terugkeren van nachtmerries leidt tot een verminderde stresstolerantie.

Het is als het ware een vicieuze cirkel. Van Schagen: “Hoe meer nachtmerries je hebt, hoe intenser ze zijn, hoe slechter je slaapt, hoe beroerder je je voelt en hoe minder goed je stress kunt hanteren. Dat zorgt weer voor een toename van nachtmerries, en zo begint het riedeltje opnieuw.”

Een nachtmerrie als mentale check

Lang niet alle nachtmerries betekenen overigens onheil, benadrukt Hebbrecht. “Ze komen veel voor en zelfs meer bij degenen met de beste slaap. Nachtmerries zijn meestal voorbijgaande verschijnselen, die een functie vervullen bij het verwerken van emoties die verbonden zijn met negatieve levenservaringen.”

“Over het algemeen hoeven mensen pas hulp te zoeken als ze maanden- of zelfs jarenlang aanhoudend geteisterd worden door nachtmerries. En dan is stress vrijwel nooit de oorzaak, maar bijvoorbeeld een psychische aandoening of een trauma”, vertelt Hebbrecht.

“Een nachtmerrie kan een stresssignaal zijn”

Marc Hebbrecht, psychiater en psychoanalyticus

Heb je nachtmerries tijdens een stressvolle periode, dan hoef je dus ook bijna nooit aan de bel te trekken. “Meestal is het vrij onschuldig en gaan de nachtmerries over zodra de stressvolle periode voorbij is”, legt De Boer uit, die vooral mensen behandelt die al meer dan tien jaar last hebben van nachtmerries.

Ze vervolgt: “Als de nachtmerrie blijft bestaan, terwijl de stress over is, dan kan een nachtmerrie een gewoonte zijn geworden. In dat geval kan een deskundige helpen om van de herhalende nachtmerrie af te komen.”

Een nachtmerrie kun je vooral zien als mentale check, vindt Van Schagen. “Vaak genoeg is er niets aan de hand, maar het kan een stresssignaal zijn. Dan is het wel goed om iets aan je stressniveau te doen. Dat verkleint ook de kans op chronische stress én terugkerende nachtmerries.­”

Bron: www.nu.nl 

Cursisten Vertellen – Sophie

Cursisten vertellen
Sophie*

 
12-3-2019

Nieuw toekomstperspectief

Cursiste Sophie is vanaf 1 januari 2019 bij ons gestart met de begeleiding als nazorg op haar succesvolle PTSS-behandeling.
Haar hele dag-/leef-structuur was één grote chaos. Zij wist niet meer hoe ze vanuit deze chaos weer een normaal leven op kon bouwen.

Een aantal van haar hulpvragen waren onder andere:

* meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld krijgen;
* leren om de toekomst met vertrouwen in te durven kijken, in verbinding met zichzelf en de buitenwereld;
* hulp bij het op de rit krijgen van haar huishouden en het aanpakken van alle dagelijkse dingen;
* hulp om uit haar depressie en passiviteit te komen met daarbij aandacht voor verlies- /rouwverwerking;
* leren om ruimte voor zichzelf te nemen en waar nodig op te eisen.

Allemaal stuk voor stuk hele belangrijke thema’s om weer een goed stabiel leven op te bouwen en waar elk van onze coaches met hart en ziel mee aan de slag gaan.

In de situatie van Sophie zijn nu twee coaches betrokken, welke zich op verschillende vlakken inzetten om een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Dit resultaat is echter niet haalbaar zonder het allerbelangrijkste ….. dat is namelijk de inzet van de cursist.

Voor veel mensen is het al een hele grote stap om hulp te durven vragen. Heb je die stap eenmaal gezet, dan kan het zijn dat je door de combinatie “inzet en coaching” je leven weer in korte tijd op de rit hebt.

En nu net 2 maanden aan het werk met deze cursist worden we verrast met dit prachtige moodboard.
Wat ons betreft spreekt de afbeelding voor zich en is uitleg verder overbodig.

Wat zijn wij trots op Sophie en natuurlijk op al onze cursisten en coaches! Chapeau, ga zo door!

 *deze naam is gefingeerd

 

De Volkskrant – Interview PTSS’ers

De Volkskrant 
Interview PTSS’ers 

29 juni 2018 

INTERVIEWS PTSS’ERS

PTSS’ers over hun paniek, huilbuien en nachtmerries: ‘Ik wil ook graag normaal zijn’

De diagnose posttraumatisch stresssyndroom komt vaak als verrassing. PTSS’ers over hun paniek, huilbuien en nachtmerries. ‘Wij zijn niet gevaarlijk, we hebben te veel meegemaakt.’

Lisanne van Sadelhoff

Petra van Dijk (51) werd slachtoffer van een overval en verkrachting in haar eigen slaapkamer.

‘Soms denk ik: stonden die vier letters PTSS maar op mijn voorhoofd geschreven. Want mensen vragen er niet naar. Die zien mij op een verjaardag al na 5 minuten vertrekken en denken waarschijnlijk: wat een rare kwibus. Terwijl ik zo graag wil vertellen dat één helse nacht mijn brein onherstelbaar heeft beschadigd. Dat ik vanaf dat moment mezelf kwijt ben.

Ik was 35 en werkte in een strandtent op Bonaire. Ik genoot volop, stond middenin in het leven. Tot er in de nacht van 16 februari 2001 een onbekende man in mijn slaapkamer stond. Hij sloeg me kort en klein, stak met een mes in mijn buik en verkrachtte me. Die drie helse uren heb ik me maar één ding afgevraagd: hoe ga ik dit overleven?

Op een gegeven moment lukte het me te ontsnappen. Ik rende naar mijn auto en reed weg. Daarna werd het zwart voor mijn ogen. Ik weet nog hoe ik in het ziekenhuis de hakken van mijn moeder hoorde. Klik-klak-klik-klak. En dat de arts zei: ‘Ik denk niet dat ze de nacht doorkomt’. Hij kreeg ongelijk.

 

In Nederland zei mijn moeder: ‘Peet, je zult zien dat als je weer gaat werken, je zo de oude bent’. Ook mijn moeder kreeg ongelijk. Na één werkdag was ik kapot. Huilen, huilen, huilen. Het lukte niet, en nog steeds lukt het niet.

Ik kan per dag één ding doen. Vriendschappen onderhouden is onmogelijk voor mij, net als een relatie aangaan. Ik sta altijd op scherp, ben huilerig. Slapen doe ik zittend – als het al lukt. Ik kijk alleen NPO1, 2 en 3, want van de reclames van de commerciële omroepen slaat mijn hoofd op tilt. Ik heb er een gave bij gekregen: ik hoor álles. Als de vriezer van de koelkast ’s nachts ineens aangaat, als iemand aan de andere kant van het restaurant zijn mes laat vallen: niets ontgaat me.

De afgelopen jaren heb ik gevochten om de dagen door te komen, de dader te laten berechten, een uitkering te krijgen. Ik heb in drie klinieken gezeten en wist niet meer wie ik was zónder alle medicijnen. In 2013 stopte mijn therapie. Uitbehandeld. ‘Je kunt net zo goed op mijn stoel gaan zitten’, zei de therapeut.

Zonder de sportschool, mijn moeder, mijn beste vriendin en antidepressiva was ik nergens. Soms denk ik aan het werk dat ik had kunnen doen, de liefdes die ik heb gemist. Als mensen zeggen dat ik in de slachtofferrol blijf hangen, word ik boos. Het is niet dat ik dit wíl. Ik verveel me te pletter en ben tegelijkertijd nergens toe in staat. Het leven gaat door, maar ik ben bang dat ik altijd aan de zijlijn zal blijven staan.’

 

John Hubbers (62) kreeg op zijn 46ste te horen dat hij complexe PTSS heeft door verwaarlozing en misbruik in zijn jeugd.


‘Mijn tantes zeiden het altijd terloops tegen me. ‘Jij had het vroeger niet makkelijk’. Ik wist dat ik uit een slecht nest kwam. Maar wat er was gebeurd, hield mijn hoofd lang voor me verborgen.

Ik was vroeger weleens down: overspannen, zeiden de dokters dan, door mijn werk als vrachtwagenchauffeur. Maar na mijn 40ste liep ik vast. Niets lukte meer, ineens was ik doodsbang voor… Ja, eigenlijk voor álles. Deed mijn vrouw een deur te hard dicht? Dan kroop ik het liefst onder de tafel. Als volwassen man! Ik durfde niet meer naar buiten. Berichten op het journaal kon ik niet aan. Ik sloeg gaten in deuren en stortte daarna huilend in elkaar. Waar was ik mee bezig?

In een kliniek ging ik met mijn psychiater naar de jongere versie van mezelf. Die vertelde mij – de oude John – wat er vroeger was gebeurd: mishandeling, verwaarlozing, misbruik. Ik schrok me kapot. Ik had het ver weggestopt. Bizar ver weg.

Ik ben daarna nog twee keer opgenomen geweest; PTSS maakt je kwetsbaar. Toen mijn vrouw overleed, kreeg ik de grootste terugslag. Ik werd honderd procent afgekeurd, moest mijn transport-bedrijf verkopen.

Nu kan ik mezelf aan. Ben hertrouwd, geniet van mijn kleinkinderen. Maar het journaal kijk ik nog steeds niet, drukke plekken mijd ik. Moet ik naar het winkelcentrum, dan maak ik een plan: wat doe ik als er te veel mensen komen? Daan, mijn hulphond, helpt me. Toen ik hem kreeg, zei ik: ‘Ik kan er weer voor een paar jaar tegenaan.’ Vroeger had ik veel nachtmerries. Dan moest ik alle lampen aandoen en hardop zeggen: ‘Het is goed’. Nu zorgt Daans snuit ’s nachts voor rust in mijn kop.

Het zou helpen als mensen me ook begrepen. Sommigen zeggen: ‘John moet een schop onder z’n kont krijgen’. Ze moesten eens weten hoe erg ik mijn werk mis. Vaak denk ik: waarom lukt het me niet?! Maar dan rijd ik 15 minuten in de auto, gutst het zweet over mijn voorhoofd en ben ik doodop. Dan zeg ik tegen mezelf: ja, jongen, dáárom lukt het niet.’

 

Hannah Bioch (25) werd misbruikt door meerdere daders. Het begon toen ze een kind was en ging door tot haar 22ste.

‘Ik kan me een leven zonder psychische problemen niet voorstellen. Ik was nog piepjong toen het misbruik begon en het heeft in periodes, met telkens een andere dader, tot mijn 22ste geduurd. Ik wil niet in detail treden, maar ze hebben mijn leven naar de knoppen geholpen. Ik heb net een behandeling van tweeënhalf jaar afgerond. Eén jaar intern, daarna anderhalf jaar heen en weer naar Ermelo, drie uur per dag in de auto. Je moet er wat voor over hebben hè, om met PTSS een oké leven te krijgen.

Vooral mijn dissociaties zijn heavy. Soms valt mijn lichaam ‘uit’. Ik maak dan in mijn hoofd alles mee, ben gewoon bij bewustzijn, maar mijn armen en benen doen niets meer. Alles is koud, ik kan niemand om hulp vragen. Het is echt doodeng. Soms is het juist andersom: dan gaat mijn hoofd weg. Dan ga ik terug naar een van mijn trauma’s in het verleden, ben ik niet meer in het hier en nu en weet ik niet wat ik doe.

Ik weet nog dat de dokter zei dat ik PTSS had. Ik reageerde met: ‘Maar dat hebben toch alleen militairen?’ Het moeilijke is dat mensen het niet aan je zien. Als ik van iemand schrik, zegt diegene: ‘Je hebt zeker een slecht geweten’. Houd je mond, denk ik dan.

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat de therapie me niet heeft gebracht wat ik wilde: ik zette wel stapjes, maar gaandeweg kwam ik erachter dat de wond blijft. Een harde les. Soms durf ik niet alleen thuis te zijn, werken lukt nog steeds niet. Ik ben bang dat mensen me een luiwammes vinden. Vriendinnen trouwen, krijgen kinderen, kopen huizen. Ik wil ook graag normaal zijn.

Ik probeer vrijwilligerswerk te doen, mensen te vertrouwen, mijn vriendinnen en zusje veel te zien. En ik blijf vechten tegen de taboes. Tegenwoordig heb je voor elke aandoening een naam, maar een woord als ‘misbruik-shock’ – dat ik voor het gemak zelf heb bedacht – bestaat niet. De term PTSS is een vergaarbak en legt de oorzaak van mijn problemen niet bloot. Mensen denken snel: na een half jaar therapie moet je er wel overheen zijn. Ik ben 22 jaar de vernieling in geholpen. Verwacht niet dat ik dan binnen een paar jaar weer terug op aarde ben.’


Romy Kuijpers (18) was vorig jaar met haar schoolklas in Parijs toen daar een man met een kalasjnikov het vuur opende op een politiebus, waarbij een agent overleed.

‘Mijn klasgenootjes en ik hadden het er in de bus naar Parijs nog over: wat we zouden doen als er een aanslag zou zijn. Een dag later gebeurde het echt.

Met twee vriendinnen was ik in de H&M op de Champs-Élysées. Ik stond bij het rek met de jurkjes toen de winkelbediende van alles omriep. Ik hoorde het woord terreur en begon te huilen. Er was een aanslag hier dichtbij, er stormden allemaal bange mensen de winkel binnen. Aan de telefoon zeiden mijn ouders dat ik rustig moest blijven. Ze regelden meteen extra belminuten voor me.

Na vijf uur mochten we de winkel verlaten. Ik geloof dat mijn gehuil toen pas ophield. De eerste nachten sliep ik slecht. Ik dacht: ja, niet gek, het is net gebeurd. Maar ik bleef bang, had moeite met ademen, pijn in mijn lijf, herbelevingen – dan schreeuwde ik mijn ouders wakker.

In de zomer zakte het weg. Afleiding hielp. Maar toen ik naar een nieuwe school ging, herkende ik mezelf niet meer. Ik was altijd ambitieus, maar had nergens meer zin in en kreeg woede-uitbarstingen. Ik! Die normaal zo rustig is. Of ik begon te huilen – uit het niets. Ik voelde me anders dan klasgenoten. Gegil in het lokaal joeg me de stuipen op het lijf.

Toen de huisarts zei dat ik PTSS had, dacht ik: huh, wat is dat? Toen hij het uitlegde, snapte ik ineens alles. Dus daarom ben ik totaal veranderd en zo onzeker.

Lang dacht ik: ben ik gek? Mijn vriendinnen die erbij waren, hebben er minder last van dan ik. Nu besef ik dat ik heel gevoelig ben. Ik leerde erover te praten. Ik sta voor therapie op een wachtlijst. Klinkt gek, maar ik heb er zin in. Ik wil dit oplossen. Soms ben ik bang dat ik er nooit vanaf kom. Wat dan? Maar de dokter zegt dat we er vroeg bij zijn en dat dat goed is. Daar houd ik me aan vast.’


Het 2-jarige dochtertje van Jolanda Navis (49) liep weg uit de kantine van een sportcomplex met een zwembad en verdronk in het peuterbadje.

‘Ik ben een ander iemand geworden. Vroeger was ik vrolijk, er hing een zweem van blijdschap en onbezorgdheid om me heen. De Jolanda van nu is een tobber, een piekeraar. Ik schrik gauw. Van de telefoon die gaat. Van een onbekend iemand aan de deur. Ik durf niet meer de snelweg op, gebruik altijd omweggetjes. Ik ben bang om te sterven.

Weet je, ik kan niet zeggen: vanaf dát moment heb ik PTSS. Het sloop erin. Als tiener verloor ik een goede vriend, daarna verloor ik nog enkele dierbaren. Maar dat mijn dochter levenloos in het zwembad werd aangetroffen, was de heftigste trigger. Mijn neefje moest afzwemmen, in de kantine vierden we zijn feestje. Ineens vroeg iemand: ‘Waar is Madelon?’ Een paar seconden daarvoor had ik haar nog zien staan.

We vonden haar terug in het peuterbadje. ‘Mám, ze is dood!’, schreeuwde mijn zoon. Met de traumaheli naar het ziekenhuis. Je kind in een grotemensenbed, slangetjes, piepjes, bliepjes: dat kan een ouder niet aan. Kwart voor tien ’s avonds overleed Madelon. Ik ging kapót van verdriet en schuldgevoel.

Pas anderhalf jaar geleden kreeg ik de diagnose. Ik vermoedde het, maar toch schrok ik: PTSS, en dan ook nog de complexe variant, nou dan is er een boel werk aan de winkel. Ik krijg nu EMDR-therapie en praat er veel over. Het helpt, maar ik moet zelf de regie houden. En de dromen over het ziekenhuis blijven, net zoals sommige angsten.

Mensen zeggen dat ik in mijn verdriet blijf hangen. Dat is niet zo: ik eer mijn kind, herdenk haar, verwerk het verdriet. Ik blijf alleen hangen in de trauma’s. De angsten en de nachtmerries zijn het ergst. En niemand snapt me of begrijpt dat ik dit heb. Onbekend maakt onbemind. ‘PTSS, dat krijgen militairen toch?’ Ik probeer dan uit te leggen: ik heb mijn kind niet één keer verloren, maar duizenden keren. Elke nacht verlies ik haar weer.

Werken lukt me niet en soms val ik flauw als de situatie te nijpend is. Gelukkig voel ik het wel steeds beter aankomen. Ik heb de nieuwe Jolanda leren kennen. Maar ik denk niet dat ik haar ooit helemaal kan accepteren.’

Dennis Paauwe (33) liep zijn trauma’s op door een pestverleden en zijn werk bij Defensie.

‘Ik hoor mensen vaak zeggen dat PTSS’ers gevaarlijk zijn. Onvoorspelbaar. Ik wil dan zeggen: we doen niets, maar we hebben te veel meegemaakt. Bij vlagen komt dat eruit.

Ik ben vroeger gepest. Ze zeiden dat ik een waterhoofd had. Bij Defensie ging het getreiter door. Mijn spullen werden gestolen, mijn auto beschadigd. Toen besefte ik niet dat ik een trauma opliep. Mijn pestverleden op school had ik afgesloten – dacht ik – en in dienst had ik zoiets van: pesterijtjes, nou én. Ook als we op werk nare dingen meemaakten, brak ik niet. Tijdens een oefening knalden twee maten frontaal op een vrachtauto. Ze waren op slag dood. Pas jaren later ging het aan me vreten.

Dat is het enge: PTSS voel je niet aankomen. Pas toen ik stopte met werk omdat ik vader werd en meer thuis wilde zijn, begon het gepieker, de slapeloosheid. Nachtmerries zijn killing. Zodra ik wakker ben, voel ik zenuwen: shit, ik moet vanavond dat bed weer in.

‘Dit is niet normaal’, zei mijn vriendin op een gegeven moment. Ik kreeg intensieve therapie en dat hielp – al duurde het wel lang. Medicatie geeft me moed, ik ga het marktplein weer op, want ik wil mijn twee zoontjes laten zien: kijk, papa is niet bang.

Maar papa is eigenlijk wel bang. Papa gaat nooit de kroeg in. Of met het openbaar vervoer. Dan heb ik geen overzicht. Die angst gaat nooit weg.

Ik heb moeite met dat PTSS-stempel; alsof het op m’n voorhoofd zit. Laatst kwam mijn zoontje thuis: ‘Pap, er komt een vriendje bij mij spelen’. Maar dat vriendje kwam niet, want ik zou volgens zijn ouders gevaarlijk zijn. Dat doet zeer.

 

 

Bron: De Volkskrant

Blog – Help, mijn trauma omvat mijn hele leven deel 2

Blog  – Help, mijn trauma omvat mijn hele leven (deel 2).

 

Een trauma, het omvat je leven, je gezin, je werk, je familie, niet alleen de getraumatiseerde is lijdend voorwerp.

In mijn vorige blog (interesse, lees hem hier) schreef ik over de veranderingen rondom de diagnose PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis), hoe het is om een trauma te hebben en hoe je hiermee kunt omgaan, of behandeling kunt ondergaan. Deze blog zal zich meer richten op wat een trauma, of het hebben van een diagnose hieromtrent, voor gevolgen heeft en niet alleen voor de getraumatiseerde zelf.

Er is voldoende wetenschappelijk onderbouwd dat trauma’s goed en juist behandeld kunnen worden. Bijvoorbeeld middels EMDR en CGt (Cognitieve Gedragstherapie). Echter niet iedereen heeft hier baat bij, en gemiddeld 60% knapt op van de therapie. Daarnaast is het drop-out percentage ook vrij hoog, vanwege de zwaarte van de therapie, zo’n 18% stopt voortijdig (www.vgct.nl). Echter juist dit intensiveren en verzwaren van de therapie blijkt voor mensen met PTSS (die al bijna alles hebben geprobeerd) te helpen. Kortdurende intensieve therapie zoals bijvoorbeeld enkele dagen intern en dan meerdere EMDR sessies op een dag is de toekomst, zo’n 71% had baat bij de therapie.

Maar zoals ik al in de aanhef omschreef, is het nog niet zo vanzelfsprekend dat iemand bij trauma hulp zoekt. Hiervoor zijn iemand vaak al meerdere ernstige situaties overkomen, zoals binnen de familie, het gezin of op de werkvloer. Want niet alleen de getraumatiseerde lijdt, het hele systeem eromheen staat onder druk of loopt zogezegd ‘op eieren’. Maar er hoeft zich niet alleen een escalerende situatie voor te doen, zo kan iemand met- of herstellende van- een trauma onverwacht reageren op bepaalde situaties. Iedereen vervult namelijk meerdere rollen in zijn leven. Bijvoorbeeld partner, ouder, collega, vriend(in), etc. Het vervullen van zo’n rol en het verwerken of meedragen van een trauma, is erg lastig. Zo kun je bijvoorbeeld je in je eigen vertrouwde omgeving volledig op je gemak voelen, zeg maar weer ‘veilig’ voelen in je rol, maar dan ineens komt je zoon/ dochter thuis met een vriend/ vriendinnetje en deze triggert allerlei (onverwerkte) traumata. BOEM. Je schiet uit je slof of komt in een herbeleving terecht en je kind begrijpt er helemaal niets van. Dit soort situaties kunnen namelijk zelfs optreden jaren na het meemaken van een traumatische gebeurtenis.

Naast het omgaan met rolwisselingen binnen (gezins-)relaties en vertrouwde/ veilige omgevingen, is het voor een getraumatiseerd persoon ook heel moeilijk om met veranderingen om te gaan. Zoals bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, scheidingen, overlijdens of levensfasen (bijv. puberteit) van gezinsleden. Zoals binnen elke relatie of situatie waar communicatie onderdeel van is, betreft het namelijk actie-reactie. En voor getraumatiseerde mensen is de reactie vaak onvoorspelbaar, triggerend en intens. Scheefgroei ontstaat binnen het gezinsverband of de relatie, en de omgeving of anderen lopen algauw op hun tenen.

Daarom is het ook zo belangrijk dat niet alleen de getraumatiseerde, maar ook het gehele systeem wordt betrokken bij de therapie. Zoals het leren omgaan met deze triggers en handvatten krijgen in de communicatie. Het gezin, de partner en de eventuele kinderen lijden ook. Dealen met een getraumatiseerd persoon is een ware energievreter. Met name kinderen kunnen (ernstig) lijden ten gevolge van getraumatiseerde ouders. Ze worden angstiger, alerter en er ontstaan breuken in de hechting. Dit komt omdat kinderen vaak zeer nauwlettend hun ouder in de gaten houden en hun gedrag kopiëren. Ze zien bijv. hun ouder heel gespannen over straat lopen en worden dan automatisch ook alerter of gaan dit ook als gevaar zien. Aan de andere kant kunnen getraumatiseerde ouders de kinderen ook weer negeren omdat ze te veel aan hun hoofd hebben, of juist niet voldoende sensitief reageren op bepaald gedrag. Dit brengt de hechting in het gedrang.

Voor behandelaren is het vaak lastig in te schatten hoe de thuis- en/of werk situatie er voor staat. Vaak komt behandeling voor het systeem of de werkvloer dan ook te laat op gang, er is dan al scheefgroei ontstaan. Naast dat behandelaren dus sensitief en alert dienen te zijn op signalen bij de cliënt, dienen ze ook uitgebreid stil te staan bij de betrokken systemen. Merk Hoe Sterk of mijn eigen praktijk, richten zich op het herstellen van het contact en de interactie binnen deze systemen. Er wordt hulp geboden aan partners, kinderen, collega’s en managers. Geduld is hierbij heel belangrijk en het aanbieden van enkel informatie kan al veel positieve veranderingen teweeg brengen.

Ben je geïnteresseerd in een kennismakingsgesprek, neem dan vrijblijvend contact op met mij of een van de contactpersonen van Merk Hoe Sterk.

 

Liefs,

Michelle

Drs. M.J.G. (Michelle) Coenen

Psycholoog NIP

MHS – Heeft misschien wel jouw droombaan!

Merk Hoe Sterk

Heeft misschien wel jouw droombaan! 

3 januari 2019 


Front office medewerker

Hillegom, 20 tot 32 uur

 

Onze organisatie is op zoek naar een of meerdere front office medewerkers voor onze receptie/  secretariaat. Ben je geïnteresseerd, reageer dan nu!

 

Over het bedrijf

Merk Hoe Sterk (MHS) is gespecialiseerd in het begeleiden van personen, na hun behandeling voor PTSS. De cliënten, door ons cursisten genoemd, worden met name ondersteund in hun weg naar optimaal herstel. Dit doen wij door het aanbieden van zogenoemde vervolgzorg /nazorg, direct aansluitend na afronding van de behandeling. Ons werkgebied is geheel Nederland en onze hoofdvestiging is gesitueerd te Hillegom. Voor deze locatie zijn wij op zoek naar jou.
Zie onze website voor meer informatie: www.merkhoesterk.com

Wat houdt het werk in?

Je gaat aan het werk bij een innovatieve organisatie waarvan de oprichters ieder afzonderlijk ruim 25 jaar ervaring hebben als ondernemer. Wij zijn een dienstverlenend bedrijf op gebied van psychosociale hulpverlening en begeleiding. Door de specifieke dienstverlening wordt er van je verwacht dat je flexibel bent v.w.b. veelvuldigheid in taken, stressbestendig bent en vooral sterk in je schoenen staat en niet schrikt van de problematiek waarmee onze cursisten te maken hebben.

De werkzaamheden bestaan onder meer uit:

·        Agendabeheer en planning

·        Afhandeling van het gehele proces vanaf aanmelding cursisten tot aan de afronding van het  
gehele begeleidingstraject

·        Telefonisch contact onderhouden met cursisten, coaches en opdrachtgevers

·        Vormgeven conceptrapportages en het corrigeren van uitgaande stukken

·        Verwerken facturatie naar en van opdrachtgevers

·        Onderhouden van website en social media kanalen qua nieuwsitems

 

Gevraagd wordt:

·        Goede beheersing van de Nederlands taal in woord en geschrift

·        Goede beheersing van het MS Office pakket

·        Snel kunnen ‘schakelen’ (i.v.m. dagelijks wisselende prioriteiten)

·        Affiniteit met psychische gezondheidzorg en ervaring met UWV en WMO/ PGB is een pré

·        Uiterlijk per 1 februari 2019 beschikbaar (liefst eerder i.v.m. het inwerken)

 

Uiteraard zijn ook ‘arbeidsgehandicapten’ van harte uitgenodigd te solliciteren.

 

Wat bieden zij jou?

·        Mogelijkheid om uren op te bouwen vanaf minimaal 20 uren per week, bij voorkeur

verdeeld over 5 werkdagen met uitbreiding naar maximaal 32 uren

·        Een marktconform salaris

·        Een hecht team dat jou begeleidt tijdens je inwerkperiode

·        Een tijdelijk contract dat bij goed functioneren omgezet wordt naar een vast contract

 

Deze functie vereist:

·        MBO+ denk- en werkniveau

·        Minimaal 3 jaar ervaring met secretariële- /receptietaken

·        Grote dosis motivatie om dienstverlenend te zijn

·        Zelfstandigheid aangezien de mensen die je ondersteunt weinig op kantoor zijn

·        Communicatief vaardig

 

 

Je sollicitatie voorzien van je cv, kun je sturen naar info@merkhoesterk.com

 

 

 

Telefoonnummer: 0252-530 486                                    Email adres: info@merkhoesterk.com

 

Blog – Help, mijn trauma omvat mijn hele leven

Blog  – Help, mijn trauma omvat mijn hele leven. 

 In de DSM-5 zijn er 5 criteria omgeschreven met symptomen waaraan men dient te voldoen om te spreken van PTSS. En men kan ook worden onderverdeeld in 2 subtypen (een met depersonalisatie en dissociatie, de ander met een late-onset). Belangrijkste symptomen waar cliënten zelf over spreken blijven de flash-backs en pijnlijke herinneringen aan het traumatische voorval, nachtmerries, hyperalertheid, somberheid, prikkelbaarheid, angstgevoelens en slaapproblemen.

Er is tevens een hoop veranderd ten opzichte van de DSM-IV. Zo is PTSS geen angststoornis meer, maar valt het onder een nieuwe categorie van stress- en trauma gerelateerde stoornissen. Ook zijn er nieuwe behandelmethoden aan het licht gekomen en nieuwe behandelcentra zoals PsyTrec. Gegeven blijft dat PTSS een ziekte blijft die goed te behandelen valt, maar dat het vanuit het oogpunt van de cliënt vaak niet zo voelt. En dit maakt behandelen dus ook direct niet meer zo makkelijk.

Cliënten met PTSS voelen zich vaak onbegrepen vanuit hun omgeving. Daarnaast speelt er ook veel schuld en schaamte en praat men niet graag over het verleden of de traumatische gebeurtenis. Het beleven van een pijnlijke gebeurtenis kan voor ieder individu anders zijn en valt ook niet objectief te beoordelen. Misbruik, mishandeling, het verliezen van een dierbare, ontslag, scheiding of relatiebreuk, een trauma kan vele vormen hebben.

De behandeling van PTSS bestaat vaak uit exposure en EMDR (specifieke behandeltechnieken toegespitst op het verwerken van een ingrijpende, traumatische gebeurtenis) in combinatie met een medicamenteuze behandeling. Maar ook schematherapie en cognitieve gedragstherapie zijn effectieve behandelmethoden. Wat opvalt is dat men vaak snel de traumatische gebeurtenis of pijnlijke herinnering kan behandelen. EMDR is zo effectief dat het binnen enkele sessies van 45 minuten een volledig rouw- en verwerkingsproces kan doorlopen. Echter, wat men vaak verwaarloost is de nazorg. Een client kan succesvol het verwerkingsproces hebben doorlopen en “klachtenvrij” ogen, maar zonder adequate nazorg ligt een terugval op de loer.

Juist terugvalpreventie en adequate nazorg is in mijn optiek belangrijk bij het behandelen van trauma’s of PTSS. Enkel het verwerken van een ingrijpende gebeurtenis is niet genoeg. Men verliest namelijk veel tijdens een ziekteperiode van PTSS. Werk, vriendschappen of relaties komen onder druk te staan, sporten wordt opgegeven, soms is zelfs naar buiten gaan al te prikkelgevoelig. Daarom is het ingaan op de belangrijke pijlers als gezondheid, relaties en sociaal leven, heel belangrijk. Vanuit het team van Merk hoe Sterk gaan ze samen met de cliënt hiermee aan de slag. Gevoelens en gezondheid worden getackeld in intensieve sportsessies, financiën en netwerk worden onder de loep genomen. En ondertussen is de cliënt samen met de psycholoog aan het werken aan het trauma.

Kortom, mensen met PTSS of die een trauma hebben ervaren, besef dat je een keuze hebt. Je kunt geholpen worden, ook al heb je het idee dat je er niet meer uitkomt. Het is een lange, niet gemakkelijke weg, maar je zult er komen. En staar je niet blind op alleen maar trauma therapie, denk ook aan de belangrijke pijlers in je leven.

Ben je geïnteresseerd in een kennismakingsgesprek, neem vrijblijvend contact met mij op, of neem eens een kijkje op onderstaande websites.

www.merkhoesterk.com

 

Liefs,

Michelle

 

Drs. M.J.G. (Michelle) Coenen
Psycholoog NIP