Van de vrouwen tussen 25 en 35 jaar kampt 20 procent met Burn-outklachten

GGZnieuws 
Burn-outklachten bij 20 procent van de vrouwen tussen 25 en 35 jaar

14 februari 2018– Bijna een vijfde van de vrouwen tussen de 25 en 35 jaar voelt zich psychisch uitgeput door hun werk. Ze voelen zich minstens een paar keer per maand leeg aan het eind van de werkdag, of al ’s ochtends bij het vooruitzicht weer aan de slag te moeten. Psychische vermoeidheid komt bij deze groep vaker voor dan bij vrouwen van andere leeftijden en bij mannen. Dit blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzoeksbureau TNO, zo staat op nu.nl te lezen.

Van alle werknemers voelt 15 procent zich wel eens vermoeid door het werk. Bij vrouwen van alle leeftijden komt het gemiddeld iets vaker voor dan bij mannen. Naarmate werknemers meer uren maken, hebben ze vaker last van psychische vermoeidheid. In dat patroon komt een uitzondering voor: mannen hebben vaker burn-outklachten als ze 25 tot 35 uur werken dan wanneer ze boven de 35 uur zitten.

Leeftijd

Qua leeftijdscategorie komen ook bij mannen vermoeidheidsklachten het vaakst voor bij 25- tot 35-jarigen. Volgens de onderzoekers heeft dat te maken met het feit dat werknemers in deze leeftijdscategorie gemiddeld meer uren maken.

Werknemers van 15 tot 25 jaar hebben nog niet zo vaak vermoeidheidsklachten en mensen van boven de 65 ook niet meer. In de groep tussen de 35 en 65 schommelt het percentage werknemers met klachten rond het totaalgemiddelde van 15 procent.

Ook de thuissituatie speelt een rol. Alleenstaanden voelen zich vaker vermoeid door het werk dan mensen die met een partner of kinderen samenleven, of beide.

Oorzaken

Volgens de onderzoekers komen uitputtingsklachten meestal doordat mensen harder moeten werken dan ze aankunnen, of in een te hoog tempo. Dat is ook een verklaring voor de oververtegenwoordiging van 25- tot 35-jarige vrouwen: zij werken relatief vaak in de sectoren zorg en onderwijs, waar de werkdruk als hoog wordt ervaren.

Een andere aanstichter van burn-out-klachten is het als werknemers te weinig eigen verantwoordelijkheid hebben. Wie zelf kan beslissen over werktijden en tempo en volgorde van de uit te voeren taken, is minder snel opgebrand.

Mannelijke werknemers hebben naar eigen inschatting vaker zelf de controle over hun werk. Dat is volgens de onderzoekers een verklaring voor het verschil met vrouwen in psychische vermoeidheid.

 

Bron: nu.nl

Sport en bewegen: een gezonde toevoeging aan traumabehandeling?

ResearchGate 
Supervisierubriek: Sport en bewegen: een gezonde toevoeging aan traumabehandeling? 

Psychomotore therapie (PMT) als adjunttherapie bij traumagerichte psychotherapie 

In de praktijk wordt psychomotore therapie (PMT) vaak ingezet als toevoeging aan de reguliere ‘praat’-therapie en het lijkt zeer effectief om cliënten uiting te laten geven aan boosheid en frustratie, maar wat is de wetenschappelijke evidentie van PMT als adjuncttherapie bij traumagerichte psychotherapie voor PTSS? Sport of lichamelijke beweging wordt nu ook aangeboden in intensieve behandeltrajecten voor PTSS, maar is het mechanisme hiervan hetzelfde als voor PMT of vinden andere processen plaats? In de Supervisierubriek in Impact Magazine 2017-4 geven prof. Agnes van Minnen en Tanja Grooten (Psytrec) hun expertantwoord.

Klik onderstaande link aan voor het openen van het pdf bestand van deze publicatie. 

 

Supervisie_Impactmagazine2017-04

 https://www.researchgate.net/publication/321973743_SUPERVISIERUBRIEK_Sport_en_bewegen_een_gezonde_toevoeging_aan_traumabehandeling 

‘Afkicken van antidepressiva moet vergoed worden’

Een Vandaag 
‘Afkicken van antidepressiva moet vergoed worden’

“Je hebt van die vrouwen die zeggen, ik ben lekker gek. Nou, ik ben dus écht gek”, zegt cabaretière Marjolijn van Kooten in een van haar shows. Ze steekt er de draak mee, maar spreekt uit ervaring. Want Van Kooten was jarenlang depressief en had angstaanvallen. Zo erg zelfs dat ze niet meer naar buiten durfde. Haar artsen schrijven haar antidepressiva voor, en het werkt. Ze voelt zich een stuk beter, gaat weer naar buiten en is dit jaar voor het eerst zelfs weer ver weg op vakantie gegaan.

Toch zou ze graag haar medicatie afbouwen. “Ik heb erg last van zweten en kwam veel aan, ik kreeg een hoge bloeddruk. En ik denk dat het wel met wat minder toe kan, het zijn toch best zware medicijnen.”  Marjolijn van Kooten is één van de 1,2 miljoen Nederlanders die jaarlijks antidepressiva slikt. Veel van hen komen niet meer van de pillen af, omdat die verslavend zijn. De oplossing kan een zogeheten taperingstrip zijn, maar deze wordt door de meeste zorgverzekeraars niet vergoed.

En daar moet verandering in komen, vinden cabaretière Marjolijn Van Kooten en psychiater Bram Bakker. Een petitie, aangeboden aan de Kamercommissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport, moet ervoor zorgen dat de taperingstrips in het basispakket worden opgenomen.


Wat zijn taperingstrips? Bron: Cinderella

Tapering komt van het Engelse ‘to taper’ wat ‘geleidelijk doen afnemen’ betekent. Eigenlijk is een taperingstrip niets meer dan ‘medicatie op rol’. Gedurende een bepaalde periode gebruik je een bepaalde dagelijkse dosis van een medicijn. Het uiteindelijk doel: je dosis verlagen of zelfs helemaal naar nul afbouwen. 


Afbouwen antidepressiva is belangrijk

Geleidelijk afbouwen van antidepressiva is belangrijk, vindt Van Kooten. “Je lichaam en geest is zo snel gewend aan het middel. Als je abrupt stopt met het middel kun je klachten krijgen. Denk aan paniekaanvallen, zweetbuien, slapeloosheid en misselijkheid.” Van Kooten is medeoprichter van de vereniging Afbouwmedicatie.

Apotheker Paul Harder is vijf jaar geleden begonnen met het ontwikkelen van de taperingstrip, in opdracht van Cinderella Therapeutics en de Universiteit van Maastricht. “Het gaat om de in de apotheek bereide medicatie in steeds lagere doses. Het afbouwen gaat dan zo langzaam dat je nauwelijks iets merkt van de onttrekkingsverschijnselen”, legt Harder uit.

Ruim 1,2 miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Afbouwen is moeilijk. Apotheker Paul Harder ontwikkelde de taperingstrip: daarmee kunnen mensen zelf op een veilige manier de medicatie verminderen.


Geen standaardmethode voor afbouwen van medicatie

Huisartsen weten op dit moment nog niet precies hoe ze patiënten hun medicatie op een goede manier moeten laten afbouwen. Dit bevestigt ook huisarts Jos van Bemmel. “Er zijn inderdaad op dit moment nog geen gouden vuistregels. Het is ook moeilijk om de patiënt in de gaten te houden, want het kost veel tijd.” De huisarts schrijft zelf liever een langwerkend middel voor. “Op deze manier zijn de gevolgen niet zo extreem als je minder gaat nemen.” Van een taperingstrip heeft Van Bemmel nog niet gehoord, maar hij is erg geïnteresseerd in het middel dat mogelijk een oplossing biedt.

Huisarts Jos van Bemmel maakt het regelmatig mee: patiënten die moeite hebben om te minderen met antidepressiva. ‘Soms slikken mensen langer antidepressiva dan dat ik als huisarts zou willen.’

Huisartsen (NHG), psychiaters (NVvP), apothekers (KNMP) en de patiënten – en familiekoepelorganisatie MIND kijken nu naar een behandelmethode om mensen die antidepressiva slikken er ook weer verantwoord vanaf te helpen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap laat namens deze partijen weten:

De huidige aanbevelingen over het afbouwen van antidepressiva in de diverse richtlijnen geven weinig concrete handvatten voor artsen, patiënten en apothekers. Wetenschappelijke onderbouwing voor een gestructureerd afbouwadvies is schaars. Om deze redenen zijn wij gezamenlijk, als beroepsorganisaties en patiënten- en familiekoepel, gestart met het ontwikkelen van een zo goed mogelijk onderbouwd (evidence- en practice-based) advies over wat kwalitatief goede zorg is met betrekking tot het afbouwen van antidepressiva.

Apotheker Harder vindt het “fascinerend dat de medicatie al twintig jaar wordt voorgeschreven en dat de beroepsgroep nu al twee jaar bezig is om een afbouwbehandeling te formuleren.” Het Cinderella project werkt al jaren hard om deze manier van afbouwen vergoed te krijgen door de verzekeraar. Cabaretière Marjolijn Van Kooten gebruikt momenteel de taperingstrip van Harder en betaalt die ook zelf. “Ik pik dit niet langer.”

Volgens de laatste cijfers van de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) slikten in 2017 meer dan 1,2 miljoen mensen antidepressiva. Vorig jaar namen 1,5 miljoen mensen kalmeringsmiddelen, ook wel benzo’s genoemd en ruim 700.000 mensen slikten vorig jaar zware pijnstillers (opioïden).

Apotheker Harder is er van overtuigd dat alle gebruikers van deze zware middelen gebaat zijn bij de taperingstrips. “Als ze me vragen heb ik over een paar maanden strips klaar voor de zware pijnstiller Oxycodon.”

 

 

https://eenvandaag.avrotros.nl/item/afkicken-van-antidepressiva-moet-vergoed-worden/?utm_content=buffer58790&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer 

Ernst PTSS-symptomen bepaalt effect van trauma heeft op eenzaamheid

GGZ Nieuws 
Ernst PTSS-symptomen bepaalt effect van trauma heeft op eenzaamheid

Na traumatische gebeurtenissen kampt een deel van de slachtoffers met eenzaamheid, blijkt uit nieuw onderzoek van Tilburg University. Dat is nadelig, omdat eenzaamheid zowel de fysieke als de mentale gezondheid ondermijnt.

Slachtoffers met zeer ernstige posttraumatische stress symptomen (PTSS-symptomen) hebben meer last van eenzaamheid dan slachtoffers met zeer weinig PTSS-symptomen. Opmerkelijk genoeg hebben slachtoffers met zeer weinig PTSS-symptomen echter minder vaak met eenzaamheid te kampen dan niet-slachtoffers.

Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van onderzoek onder bijna 1800 volwassen in Nederland. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het omvangrijke Longitudinal Internet for the Social Sciences-panel (LISS-panel), dat is gebaseerd op een representatieve steekproef uit de Nederlands bevolking. Het onderzoek heeft betrekking op recente trauma’s, en niet op chronische trauma’s of vroegkinderlijke traumatisering.

De mate van eenzaamheid is gedurende een periode van drie jaar in kaart gebracht bij zowel slachtoffers van traumatische gebeurtenissen als bij niet-slachtoffers, met een tussenpose van een jaar. Onderzocht is met name in hoeverre eenzaamheid en mentale gezondheid vóór trauma’s en de ernst van PTSS-symptomen na trauma’s de eenzaamheid één en twee jaar ná trauma’s verklaart. Daarbij zijn ook de verschillen met niet-slachtoffers bestudeerd.

Eenzaamheid voor en na trauma
Eenzaamheid na trauma’s blijkt het sterkst wordt verklaard door eenzaamheid ervóór. Slachtoffers met zeer ernstige PTSS-symptomen hebben meer last van eenzaamheid dan slachtoffers met zeer weinig PTSS-symptomen. Maar niet-slachtoffers hebben vaker met eenzaamheid te kampen dan slachtoffers met zeer weinig PTSS-symptomen.

Sociale steun
Deze resultaten zijn in lijn met bestaand onderzoek naar de relaties tussen sociale steun en PTSS-symptomen: ernstige PTSS-symptomen ondermijnen op termijn de sociale steun. Dat slachtoffers met zeer weinig PTSS-symptomen minder eenzaam zijn dan niet-slachtoffers, lijkt erop te wijzen dat naarmate slachtoffers minder symptomen hebben, het voor familie en vrienden gemakkelijker is om aandacht en steun te geven.

Niet eerder is een groot voorspellend onderzoek als dit uitgevoerd naar de effecten van trauma’s op eenzaamheid. Nieuw is dat in deze studie de mate van eenzaamheid vóór trauma’s is betrokken, waardoor kan worden bepaald in hoeverre eenzaamheid door trauma’s wordt veroorzaakt of door andere zaken, zoals reeds bestaande eenzaamheid.

 

 

https://www.ggznieuws.nl/home/ernst-ptss-symptomen-bepaalt-trauma-negatief-positief-effect-op-eenzaamheid/

 

Excessief smartphonegebruik leidt tot depressie bij tieners

Mijn gezondheidsgids 
Excessief smartphonegebruik leidt tot depressie bij tieners

 

Tieners die contant op hun smartphone zitten, zijn significant minder gelukkig dan leeftijdsgenoten die zich hiervan onthouden. Dat blijkt uit een studie van the San Diego State University, recent verschenen in het tijdschrift Emotion.

Enquête bij studenten

Voor de studie analyseerde het team gegevens afkomstig van the Monitoring the Future longitudinal Study. Dit is een nationale enquête die was ingevuld door miljoenen Amerikaanse tieners.

Onderdeel van deze enquête was een lijst waarin de jongeren moesten aangeven hoelang zij op hun mobiel, tablet en computer spendeerden. Ook moesten ze doorgeven hoe vaak ze bezig waren met offline activiteiten, zoals face-to-face-contacten en sporten. Ten slotte werd gevraagd naar hun stemming en geluksgevoel.

Meer schermen, minder geluk

Uiteindelijk ontdekten de wetenschappers dat de tieners die zeer veel tijd achter hun schermen doorbrachten, bijvoorbeeld voor social media of een computerspel, zich minder gelukkig voelden dan degenen die meer activiteiten offline ondernamen, zoals lezen of sporten.

Digitale media en depressie

Het team stelt dat de resultaten van hun onderzoek passen bij eerdere studies, waaruit bleek dat het gebruik van sociale media tot depressieve gevoelens leidt. Ze benadrukken dat deze negatieve gevoelens echter niet altijd tot meer gebruik van social media leiden.

Bovendien leidt complete onthouding van apparaten ook niet direct tot meer blijdschap. De meest gelukkige studenten bleken minder dan een uur per dag achter een scherm te zitten. Daarnaast zagen de wetenschappers dat het dagelijks gebruik van digitale media de depressieve gevoelens geleidelijk liet toenemen.

Niet meer dan twee uur

De onderzoekers concluderen dan ook dat een beperkt gebruik van digitale media de sleutel is tot geluk. Hun advies is om niet meer dan twee uur per dag achter de apparaten te zitten en in plaats daarvan meer aandacht te besteden aan face-to-face-contact of sportactiviteiten.

 

 

https://www.mijngezondheidsgids.nl/excessief-smartphonegebruik-leidt-tot-depressie-tieners/

‘Gameverslaving’ wordt wellicht erkend als mentale stoornis

 Vance – ‘Gameverslaving’ wordt wellicht erkend als mentale stoornis

Zit je urenlang vastgenageld aan je controller, heb je last van slaapgebrek en leef je in een sociaal isolement? Grote kans dat je last hebt van een gameverslaving. Deze verslaving wordt ook wel internetgamestoornis genoemd en werd tot nu toe niet officieel erkend als stoornis. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie kan hier echter snel verandering in komen. 

Gameverslaving wordt wellicht opgenomen in de 11e versie van de Internationale Classificatie van Ziekten. Dit blijkt uit een beta versie van het document dat online te vinden is.

Drie eigenschappen

Volgens de proefversie wordt gamegedrag erkend als stoornis als het overeenkomt met drie eigenschappen. 1. Als een persoon geen controle meer heeft over zijn of haar gamegedrag. 2. Als een persoon gamen meer prioriteit geeft dan interesses en activiteiten. 3. Als iemand blijft gamen ondanks de negatieve gevolgen ervan.

Als gameverslaving wordt erkend als officiële stoornis, komt het naast verslavingen als gokken, alcohol, cafeïne, nicotine en marihuana te staan. Een gameverslaving kan verschillen van Candy Crush op je telefoon spelen tot urenlang achter een gamecomputer zitten. Met de opname van gameverslaving in de lijst met stoornissen kunnen doktoren voortaan makkelijker een diagnose vaststellen bij patiënten.

Voor- en nadelen

Er wordt binnen de psychologie gemeenschap al enige tijd gedebatteerd over het erkennen van gameverslaving. Het is namelijk moeilijk te zeggen of iemand slechts veel tijd aan iets besteedt of daadwerkelijk lijdt aan een verslaving. Om die reden moeten wetenschappers een duidelijke scheidingslijn kunnen aantonen tussen niet-verslaafden en mensen die significant lijden aan de gevolgen van excessief gamen. Zo vertelt een groep wetenschappers in een onderzoek in de Journal of Addictive Behavior.

Naast het wel of niet verslaafd zijn aan gamen, kunnen games ook gebruikt worden als ontsnapping aan een andere stoornis. Zo is iemand die lijdt aan depressie of angst wellicht sneller geneigd zich tot games of alcohol te richten, om symptomen te verlichten. Aan de andere kant kan gamen ook juist leiden tot positieve gevolgen. Het kan bijvoorbeeld stress verlichten, oplossingsvermogen stimuleren en oog-hand coördinatie versterken. Aldus Bruce Lee, professor van internationale gezondheid.

Ondanks de voordelen kunnen mensen moeite hebben met het vinden van een gezonde balans in hun gamegedrag. Wetenschappers proberen nog steeds hun vinger te leggen op de daadwerkelijke risico’s en effecten van gamen. Gameverslaving bestaat namelijk pas sinds de introductie van het internet. Naarmate steeds meer mensen toegang krijgen tot het wereldwijde Web, wordt het een steeds groter probleem. 

 

Wilt u weten of uw gamegedrag gevaarlijk is? Klik dan op onderstaande link voor de symptomen en tips om de verslaving te minderen.

https://www.psycholoog.nl/klachten/gameverslaving/ 

 

https://vance.nl/gameverslaving-wordt-wellicht-erkend-als-mentale-stoornis

Hey, het is oké, maak depressie bespreekbaar

 NOS – ‘Eleanor zweeg over haar depressie, ‘niemand begreep hoe ik me voelde’

“Ik kan het bijna niet hardop zeggen, maar ik denk dat ik echt gelukkig ben.” Mijn vriendin kijkt me vol trots aan. “Ell, ik ben zo blij voor je. Want wie had dit twee jaar geleden gedacht?” Ik zeker niet.
Eleanor Crick op haar blog

Een campagne om depressie bespreekbaar te maken, daar zou Eleanor Crick tien jaar geleden veel aan hebben gehad. Op haar veertiende werd ze depressief. Zo erg dat ze probeerde een einde aan haar leven te maken.
Als ze toen over haar sombere gevoelens had kunnen praten, had ze eerder hulp kunnen krijgen. “Ik wist niks over depressie, ik wist niet dat het veel voorkwam. Zo’n campagne had zeker verschil gemaakt, omdat het helpt open te zijn over je gevoelens.”
Het ministerie van Volksgezondheid begon vandaag met een campagne om depressies beter bespreekbaar te maken. Er is extra aandacht voor jongeren tussen de 13 en 18 en jonge vrouwen tot 35.

Donkere periode
Eleanor, Ellie voor vrienden, had de afgelopen tien jaar drie keer een langdurige depressie. “De eerste keer wist ik niet dat het een depressie was. Ik voelde wel aan dat het niet normaal was. Maar ik dacht dat er iets mis met mij was, dat het raar was. En omdat je er op die leeftijd bij wil horen, vertelde ik er maar niet over.”
Eleanor had drie depressies en kon er niet over praten
Eleanor is een tot haar veertiende een vrolijke puber, met een vriendje, veel vriendinnen en goede schoolresultaten. Maar dan begint ze zich steeds somberder te voelen. “Alles leek moeilijker. Ik had geen zin meer om naar school te gaan, ik zag nergens het nut nog van in. Ik wilde zelfs dood.” Het is moeilijk te geloven uit de mond van iemand van 24 en met een stralende glimlach. Na een jaar krabbelt ze op uit die donkere periode.
De dood van haar moeder, in 2010, zet haar leven op z’n kop. Eleanor besluit zich vol op haar studie te storten, maar in plaats daarvan raakt ze in een diep dal. Twee langdurige depressies volgen.
Het duurt lang voordat Eleanor hulp zoekt. “Mensen om me heen merkten wel dat er wat aan de hand was. Maar ik vond het moeilijk om erover te praten. Ik schaamde me.” Uiteindelijk komt Eleanor bij een psycholoog terecht. Door over haar gevoelens te praten, met medicatie en vooral door te sporten, klimt ze uit het dal. Ze schrijft nu een veelgelezen blog over hardlopen, waarin ze ook haar ervaringen met depressie deelt. Hardlopen hielp Eleanor uit haar depressie
Eleanor hoopt dat door de campagne jongeren met elkaar en hun ouders in gesprek raken. “Ik miste iemand om mee te praten, ik was heel eenzaam. Ik wilde gewoon iemand die begreep hoe ik mij voelde.”
Haar advies aan jongeren die met een depressie kampen, is: praat erover! En de mensen om hen heen raadt ze aan om open vragen te stellen, zoals ‘hoe gaat het met je?’. Die openheid heeft Eleanor het meest geholpen. “Ik kan zonder schaamte praten over wat ik heb meegemaakt. Ik zorg goed voor mezelf door gezond te eten, een regelmatig ritme en te sporten. Maar, ik kan er nooit zeker van zijn dat de depressie niet terugkomt. Dat is iets waar ik altijd aan moet blijven werken.”

Worstelt uzelf met depressie? Of iemand in uw omgeving? Onderstaande website van de Rijksoverheid kunt u op weg helpen.

https://www.omgaanmetdepressie.nl/depressie-bespreekbaar-maken


https://nos.nl/artikel/2211198-eleanor-zweeg-over-haar-depressie-niemand-begreep-hoe-ik-me-voelde.html 

‘Voormalig psychiatrisch patiënten komen na herstel niet mee’

NOS – ‘Voormalig psychiatrisch patiënten komen na herstel niet mee’

Veel mensen die zijn hersteld van een ernstige psychiatrische aandoening zoals een psychose kunnen daarna maatschappelijk niet goed meekomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Groningse hoogleraar Stynke Castelein, schrijft Trouw. 

Bijna negen op de tien voormalige patiënten hebben problemen die hen belemmeren om mee te komen in de maatschappij. Het gaat om problemen met persoonlijke hygiëne, zelfstandig wonen, sociale contacten en op het werk. 

Schokkend

Castelein, hoogleraar herstelbevordering van ernstige psychische aandoeningen aan de Rijksuniversiteit Groningen, noemt de uitkomst van haar onderzoek schokkend. “Dat het zo erg is, was nog niet of nauwelijks bekend.”

Veel ex-patiënten belanden in een sociaal en emotioneel isolement, waar ze moeilijk uitkomen, zegt Castelein. Voor haar onderzoek volgde de hoogleraar vijf jaar lang ruim duizend patiënten. 

Hoe het komt dat zoveel ex-patiënten moeilijk meekomen, weet Castelein niet, schrijft Trouw. Maar het helpt volgens de onderzoeker niet dat flink is gekort op voorzieningen om psychiatrische patiënten te begeleiden in de maatschappij. 

 https://nos.nl/artikel/2210296-voormalig-psychiatrisch-patienten-komen-na-herstel-niet-mee.html

Gezocht in het hele land: 663 psychiaters (m/v)

NOS – Gezocht in het hele land: 663 psychiaters (m/v)

Voor honderden banen in de psychiatrie zijn geen vaste krachten meer te vinden. De dag voor de kerstvakantie stonden er 663 vacatures voor psychiaters open. Vooral ggz-instellingen zitten met de handen in het haar. 

Toch zijn er in Nederland voldoende psychiaters: zo’n 3700 in totaal. Het probleem is dat zij niet willen werken op die plekken waar de vacatures openstaan. Zij kiezen liever voor een eigen praktijk en minder zware zorg. Of zij verlaten instellingen omdat zij vinden dat zij daar hun vak niet optimaal kunnen uitoefenen, blijkt uit een analyse van de NOS.

Wachttijden

De vele lege plekken raken patiënten direct, omdat wachtlijsten moeilijk kunnen worden weggewerkt. De wachttijden zijn op dit moment onder meer lang voor mensen met autisme, persoonlijkheidsstoornissen en trauma’s.

Een ander probleem is dat steeds wisselende gezichten de behandeling negatief kunnen beïnvloeden. Instellingen zien zich gedwongen dure tijdelijke psychiaters in te huren, die vrij snel daarna weer ergens anders gaan werken.

Dit drijft tevens de kosten van de zorg op, meldde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vorige week in een rapport. “Ik heb hier zzp’ers aan de slag die op deze manier meer verdienen dan ik”, stelt de directeur van een ggz-instelling.

Openstaande vacatures zijn overal in het land, maar met name buiten de Randstad is de nood hoog. Ggz-instelling Emergis in Zeeland kent verhuisbonussen van 20.000 euro en ook in Friesland zijn er ‘aanbrengpremies’ van 1500 euro voor iedereen die succesvol een psychiater aandraagt.

“We doen ons best om aantrekkelijk te zijn, bijvoorbeeld door flexibele uren te bieden, of te helpen met huisvesting of de kinderopvang”, vertelt psychiater en bestuurder Ton Dhondt van GGZ Friesland. “Maar we moeten onze tekorten momenteel opvangen door zzp’ers die niet in dienst willen. Dat is een groot probleem, want die zijn duur en gaan weer weg. Ook kunnen ze allerlei eisen stellen, bijvoorbeeld dat ze geen crisisdiensten werken. Het personeel in loondienst begint zich af te vragen of zij geen gekke henkie zijn dat ze wel in vaste dienst blijven.”

Mindfulness

Volgens voorzitter Damiaan Denys van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft Nederland vergeleken met andere landen veel psychiaters, maar is er een scheefgroei waardoor die niet altijd op de juiste plaats zitten. Hij ziet dat collega’s de klassieke psychiatrie verlaten voor gebieden als mindfulness of stressreductie. “Ook daarbij speelt onmiskenbaar psychisch lijden, maar de vraag is of dit alles ook per definitie in de psychiatrie thuishoort.”

Denys: “We hebben iets te weinig gezorgd voor onze psychiaters. We hebben het werk moeilijk gemaakt met allerlei wet- en regelgeving. Je merkt dat mensen daar hun buik van vol hebben. Door toenemende werkdruk, en het gebrek aan autonomie, vertrekken ze uit bepaalde posities en vinden ze hun weg naar ander werk waar ze zich prettiger in voelen. De grote uitdaging voor de komende tijd is: hoe kunnen we mensen verleiden om dat werkgenot te houden?”

Jeugd

Crisisdiensten, die vaak buiten kantooruren plaatsvinden en die zwaar kunnen zijn door bijvoorbeeld agressieve patiënten, zijn door de weigering van zzp’ers steeds moeilijker overeind te houden. De betrokken partijen overwegen nu die diensten verplicht te stellen voor alle psychiaters, schreef staatssecretaris Blokhuis onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Dat kan door het als een eis op te nemen bij de herregistratie die psychiaters iedere vijf jaar moeten doen.

Onder andere in de jeugdzorg geven psychiaters relatief vaak aan dat ze stoppen. Daar zijn veelgebruikte argumenten de opgelopen werkdruk en de nog verder toegenomen administratieve rompslomp vanaf het moment dat de financiering is overgeheveld naar gemeenten.

Branchevereniging GGZ Nederland zegt zich zorgen te maken over de problemen op de arbeidsmarkt. Een woordvoerder benadrukt dat niet alleen vacatures voor psychiaters moeilijk te vervullen zijn. “Ook voor andere beroepsgroepen als GZ- en klinisch psychologen en verpleegkundigen. Psychiaters in de instellingen kunnen hierdoor een deel van hun werk niet overdragen aan deze andere beroepsgroepen en minder patiënten behandelen. Voor 2018 is deze problematiek een van onze speerpunten.”

https://nos.nl/artikel/2209831-gezocht-in-het-hele-land-663-psychiaters-m-v.html

PSYTREC – bedrijfsdocumentaire

PSYTREC – Bedrijfsdocumentaire

Als gespecialiseerde GGZ instelling richt PSYTREC zich exclusief op het behandelen van (complexe) PTSS. Dit doen zij op een innovatieve wijze om zo kort en intensief, maar bovenal zo effectief mogelijk te behandelen. 

In plaats van vele maanden één keer per week of één keer per twee weken behandelen, kiest PSYTREC ervoor de patiënten meerdere dagen aaneensluitend te behandelen. De patiënten kunnen daartoe op de locatie van PSYTREC overnachten.

De behandeling van PTSS bestaat uit een combinatie van wetenschappelijk gefundeerde therapieën voor trauma-verwerking, die op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast is een intensief bewegings- en (buiten)sportprogramma een belangrijk onderdeel van het dagprogramma. De locatie en de directe omgeving zijn daarop volledig afgestemd. Het derde deel van het PTSS-behandelprogramma bestaat uit Psycho-educatie. Deze drie onderdelen samen vormen de INTENSIVE5- en INTENSIVE8- PTSS-behandelprogramma’s, welke uniek in de wereld zijn.

Onderstaand treft u de bedrijfsdocumentaire van PSYTREC aan, voor verder informatie over PSYTREC verwijzen wij u graag naar de website: www.psytrec.nl