NOS.nl – NOS nieuws

Nos.nl

 Zorgen om pgb: ‘Kwart kan geen gespecialiseerde hulp inkopen’  

Het persoonsgebonden budget (pgb) is voor veel mensen niet voldoende om de kosten te dekken. Een kwart van de mensen die reageerden op een enquête van belangenorganisaties MantelzorgNL en Per Saldo kan nu geen gespecialiseerde hulp inkopen.

Mensen die zorg nodig hebben, kunnen bij de gemeente een persoonsgebonden budget aanvragen. Met het geld kunnen ze zelf de benodigde hulp inkopen en daardoor zelfstandig blijven wonen. De gemeenten mogen zelf de tarieven bepalen, maar volgens veel pgb-houders zijn deze tarieven te laag.

“Als mensen gespecialiseerde hulp nodig hebben, staat daar een tarief tegenover van 20 of 22 euro. Daar kun je geen goede hulpverleners van betalen. En voor mensen die je in dienst wilt nemen, wordt alleen het minimumloon vergoed”, vertelt directeur Aline Molenaar van Per Saldo, de landelijke vereniging van budgethouders.

Eigen zak

Volgens Molenaar is het vaak niet mogelijk om hulpverleners die uit het pgb betaald worden een loonsverhoging te geven. Die mensen gaan dan niet meer bij mensen thuis werken omdat ze ergens anders meer geld kunnen verdienen. “Je hebt dan natuurlijk de keus om de loonsverhoging uit eigen zak te betalen, maar wie kan dat?”

Alternatief voor de pgb-houders is om de hulp in te roepen van familie of vrienden. Voor deze zogenoemde mantelzorgers wordt er op 1 mei een symbolisch bedrag van 141 euro per maand ingevoerd. Het idee is dat mensen dan geen zorgovereenkomst meer hoeven af te sluiten.

Op de vingers tikken

Volgens MantelzorgNL en Per Saldo is het nog onduidelijk of de pgb-houders ook nog het recht op de uitkering voor het minimumloon houden.

Per Saldo wil dat de minister de gemeente op de vingers gaat tikken. “De gemeenten mogen de tarieven weliswaar zelf vaststellen, maar in de wet staat dat het wel tarieven moeten zijn waarmee de zorg ingekocht kan worden. Wij constateren dat mensen in de problemen komen”, zegt Molenaar.

*Bron: NOS.nl

nu.nl – Hoe stress en nachtmerries invloed hebben op elkaar.

WWW.NU.NL

Hoe Stress en nachtmerries invloed hebben op elkaar. 

Nachtmerries komen vaker voor bij mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen, PTSS, schizofrenie en borderline. Maar ook een veel voorkomende klacht als stress hangt samen met nachtmerries. Hoe zit dat?

We spreken klinisch psycholoog Annette van Schagen, die onderzoek doet naar nachtmerries. Ook psychiater en psychoanalyticus Marc Hebbrecht leggen we deze kwestie voor, net als klinisch psycholoog Ada de Boer, die mensen met nachtmerries begeleidt.

Tanden die in kruimels uiteenvallen, vastzitten in een zinkende auto of achterna worden gezeten. Stuk voor stuk nachtmerries. Hebbrecht: “Een nachtmerrie, die vooral plaatsvindt tijdens de remslaap zien we als een extreem negatief, levendig verhaal dat gepaard gaat met hevige emoties als angst, boosheid, walging, afgunst of verdriet.”

Dat is iets anders dan een kwade droom of angstaanval. “Van een nachtmerrie word je wakker omdat je lijf in staat van paraatheid komt en je ademhaling en hartslag versnellen. Bij een nare droom is dat niet zo”, legt Hebbrecht uit.

Van Schagen: “En een angstaanval bestaat niet uit een verhaal. Bovendien gaan mensen om zich heen slaan en schreeuwen, terwijl je bij een nachtmerrie juist bent verlamd. Je maakt dan geen geluid en beweegt niet.”

Stress kan een nachtmerrie veroorzaken

Nachtmerries kunnen samenhangen met stress, weten Hebbrecht en Van Schagen. “Dat werkt twee kanten op: stress kan een nachtmerrie veroorzaken, maar een nachtmerrie kan ook stress teweegbrengen.”

“Ben je overdag bijvoorbeeld meer gespannen door taken die je nog moet doen, dan wordt een alarmnetwerk in je brein geactiveerd om je hieraan te herinneren. De kans is groot dat die herinneringen in de nacht naar voren komen en gekoppeld worden aan angstige beelden”, vertelt de klinisch psycholoog.

Een nachtmerrie kun je, net als een droom, zien als een mix van beelden van wat je hebt meegemaakt, wat je hebt gezien en je fantasie. Tijdens je remslaap spelen je hersenen die beelden af als een film.

“Mensen die slechter met stress omgaan, krijgen gemakkelijker een nachtmerrie”

Annette van Schagen, klinisch psycholoog

Niet iedereen krijgt een nachtmerrie tijdens een drukke werkweek of stressvolle verhuizing. Van Schagen: “Er zijn verschillende manieren om stress te verwerken. Het brein van sommige mensen is hier ontzettend goed in, door aanleg en mogelijk ook door opvoeding en invloed van de omgeving. Anderen kunnen dat een stuk slechter.”

“Zo weten we dat stress in de kindertijd de ontwikkeling van het brein beïnvloedt. Een van de gevolgen is dat het stress daardoor minder goed kan hanteren. En mensen die slechter met stress kunnen omgaan, kunnen gemakkelijker een nachtmerrie krijgen.”

Een nachtmerrie kan iemand uitputten

Tegelijkertijd werkt het dus ook andersom: nachtmerries vergroten de kans op stress en spanning. Hebbrecht: “Ze verstoren de slaap, waardoor je overdag minder uitgerust bent.”

Verstoring van je nachtrust blijkt per definitie stress op te leveren: “Slaap is namelijk belangrijk voor onze fysieke en mentale gezondheid. Tijdens je slaap reguleer je emoties en verwerk je emotionele gebeurtenissen. Wordt dit verstoord door een nachtmerrie, dan krijgt je brein niet de kans om andere momenten te verwerken.”

Die angstige beelden tijdens je slaap kunnen dan ook uitputtend zijn, meldt Van Schagen. “Je wordt door iets geplaagd waar je geen controle over hebt. Mensen worden vaak bang om te gaan slapen en stellen dat uit. Dit kan zorgen voor een voortdurend hoog stressniveau.”

Een onderzoek dat is gepubliceerd in het academisch tijdschrift Dreaming, uitgegeven door de wetenschappelijke organisatie American Psychological Association, toont ook aan dat het frequent terugkeren van nachtmerries leidt tot een verminderde stresstolerantie.

Het is als het ware een vicieuze cirkel. Van Schagen: “Hoe meer nachtmerries je hebt, hoe intenser ze zijn, hoe slechter je slaapt, hoe beroerder je je voelt en hoe minder goed je stress kunt hanteren. Dat zorgt weer voor een toename van nachtmerries, en zo begint het riedeltje opnieuw.”

Een nachtmerrie als mentale check

Lang niet alle nachtmerries betekenen overigens onheil, benadrukt Hebbrecht. “Ze komen veel voor en zelfs meer bij degenen met de beste slaap. Nachtmerries zijn meestal voorbijgaande verschijnselen, die een functie vervullen bij het verwerken van emoties die verbonden zijn met negatieve levenservaringen.”

“Over het algemeen hoeven mensen pas hulp te zoeken als ze maanden- of zelfs jarenlang aanhoudend geteisterd worden door nachtmerries. En dan is stress vrijwel nooit de oorzaak, maar bijvoorbeeld een psychische aandoening of een trauma”, vertelt Hebbrecht.

“Een nachtmerrie kan een stresssignaal zijn”

Marc Hebbrecht, psychiater en psychoanalyticus

Heb je nachtmerries tijdens een stressvolle periode, dan hoef je dus ook bijna nooit aan de bel te trekken. “Meestal is het vrij onschuldig en gaan de nachtmerries over zodra de stressvolle periode voorbij is”, legt De Boer uit, die vooral mensen behandelt die al meer dan tien jaar last hebben van nachtmerries.

Ze vervolgt: “Als de nachtmerrie blijft bestaan, terwijl de stress over is, dan kan een nachtmerrie een gewoonte zijn geworden. In dat geval kan een deskundige helpen om van de herhalende nachtmerrie af te komen.”

Een nachtmerrie kun je vooral zien als mentale check, vindt Van Schagen. “Vaak genoeg is er niets aan de hand, maar het kan een stresssignaal zijn. Dan is het wel goed om iets aan je stressniveau te doen. Dat verkleint ook de kans op chronische stress én terugkerende nachtmerries.­”

Bron: www.nu.nl 

Cursisten Vertellen – Sophie

Cursisten vertellen
Sophie*

 
12-3-2019

Nieuw toekomstperspectief

Cursiste Sophie is vanaf 1 januari 2019 bij ons gestart met de begeleiding als nazorg op haar succesvolle PTSS-behandeling.
Haar hele dag-/leef-structuur was één grote chaos. Zij wist niet meer hoe ze vanuit deze chaos weer een normaal leven op kon bouwen.

Een aantal van haar hulpvragen waren onder andere:

* meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld krijgen;
* leren om de toekomst met vertrouwen in te durven kijken, in verbinding met zichzelf en de buitenwereld;
* hulp bij het op de rit krijgen van haar huishouden en het aanpakken van alle dagelijkse dingen;
* hulp om uit haar depressie en passiviteit te komen met daarbij aandacht voor verlies- /rouwverwerking;
* leren om ruimte voor zichzelf te nemen en waar nodig op te eisen.

Allemaal stuk voor stuk hele belangrijke thema’s om weer een goed stabiel leven op te bouwen en waar elk van onze coaches met hart en ziel mee aan de slag gaan.

In de situatie van Sophie zijn nu twee coaches betrokken, welke zich op verschillende vlakken inzetten om een zo goed mogelijk resultaat te behalen. Dit resultaat is echter niet haalbaar zonder het allerbelangrijkste ….. dat is namelijk de inzet van de cursist.

Voor veel mensen is het al een hele grote stap om hulp te durven vragen. Heb je die stap eenmaal gezet, dan kan het zijn dat je door de combinatie “inzet en coaching” je leven weer in korte tijd op de rit hebt.

En nu net 2 maanden aan het werk met deze cursist worden we verrast met dit prachtige moodboard.
Wat ons betreft spreekt de afbeelding voor zich en is uitleg verder overbodig.

Wat zijn wij trots op Sophie en natuurlijk op al onze cursisten en coaches! Chapeau, ga zo door!

 *deze naam is gefingeerd

 

De Volkskrant – Interview PTSS’ers

De Volkskrant 
Interview PTSS’ers 

29 juni 2018 

INTERVIEWS PTSS’ERS

PTSS’ers over hun paniek, huilbuien en nachtmerries: ‘Ik wil ook graag normaal zijn’

De diagnose posttraumatisch stresssyndroom komt vaak als verrassing. PTSS’ers over hun paniek, huilbuien en nachtmerries. ‘Wij zijn niet gevaarlijk, we hebben te veel meegemaakt.’

Lisanne van Sadelhoff

Petra van Dijk (51) werd slachtoffer van een overval en verkrachting in haar eigen slaapkamer.

‘Soms denk ik: stonden die vier letters PTSS maar op mijn voorhoofd geschreven. Want mensen vragen er niet naar. Die zien mij op een verjaardag al na 5 minuten vertrekken en denken waarschijnlijk: wat een rare kwibus. Terwijl ik zo graag wil vertellen dat één helse nacht mijn brein onherstelbaar heeft beschadigd. Dat ik vanaf dat moment mezelf kwijt ben.

Ik was 35 en werkte in een strandtent op Bonaire. Ik genoot volop, stond middenin in het leven. Tot er in de nacht van 16 februari 2001 een onbekende man in mijn slaapkamer stond. Hij sloeg me kort en klein, stak met een mes in mijn buik en verkrachtte me. Die drie helse uren heb ik me maar één ding afgevraagd: hoe ga ik dit overleven?

Op een gegeven moment lukte het me te ontsnappen. Ik rende naar mijn auto en reed weg. Daarna werd het zwart voor mijn ogen. Ik weet nog hoe ik in het ziekenhuis de hakken van mijn moeder hoorde. Klik-klak-klik-klak. En dat de arts zei: ‘Ik denk niet dat ze de nacht doorkomt’. Hij kreeg ongelijk.

 

In Nederland zei mijn moeder: ‘Peet, je zult zien dat als je weer gaat werken, je zo de oude bent’. Ook mijn moeder kreeg ongelijk. Na één werkdag was ik kapot. Huilen, huilen, huilen. Het lukte niet, en nog steeds lukt het niet.

Ik kan per dag één ding doen. Vriendschappen onderhouden is onmogelijk voor mij, net als een relatie aangaan. Ik sta altijd op scherp, ben huilerig. Slapen doe ik zittend – als het al lukt. Ik kijk alleen NPO1, 2 en 3, want van de reclames van de commerciële omroepen slaat mijn hoofd op tilt. Ik heb er een gave bij gekregen: ik hoor álles. Als de vriezer van de koelkast ’s nachts ineens aangaat, als iemand aan de andere kant van het restaurant zijn mes laat vallen: niets ontgaat me.

De afgelopen jaren heb ik gevochten om de dagen door te komen, de dader te laten berechten, een uitkering te krijgen. Ik heb in drie klinieken gezeten en wist niet meer wie ik was zónder alle medicijnen. In 2013 stopte mijn therapie. Uitbehandeld. ‘Je kunt net zo goed op mijn stoel gaan zitten’, zei de therapeut.

Zonder de sportschool, mijn moeder, mijn beste vriendin en antidepressiva was ik nergens. Soms denk ik aan het werk dat ik had kunnen doen, de liefdes die ik heb gemist. Als mensen zeggen dat ik in de slachtofferrol blijf hangen, word ik boos. Het is niet dat ik dit wíl. Ik verveel me te pletter en ben tegelijkertijd nergens toe in staat. Het leven gaat door, maar ik ben bang dat ik altijd aan de zijlijn zal blijven staan.’

 

John Hubbers (62) kreeg op zijn 46ste te horen dat hij complexe PTSS heeft door verwaarlozing en misbruik in zijn jeugd.


‘Mijn tantes zeiden het altijd terloops tegen me. ‘Jij had het vroeger niet makkelijk’. Ik wist dat ik uit een slecht nest kwam. Maar wat er was gebeurd, hield mijn hoofd lang voor me verborgen.

Ik was vroeger weleens down: overspannen, zeiden de dokters dan, door mijn werk als vrachtwagenchauffeur. Maar na mijn 40ste liep ik vast. Niets lukte meer, ineens was ik doodsbang voor… Ja, eigenlijk voor álles. Deed mijn vrouw een deur te hard dicht? Dan kroop ik het liefst onder de tafel. Als volwassen man! Ik durfde niet meer naar buiten. Berichten op het journaal kon ik niet aan. Ik sloeg gaten in deuren en stortte daarna huilend in elkaar. Waar was ik mee bezig?

In een kliniek ging ik met mijn psychiater naar de jongere versie van mezelf. Die vertelde mij – de oude John – wat er vroeger was gebeurd: mishandeling, verwaarlozing, misbruik. Ik schrok me kapot. Ik had het ver weggestopt. Bizar ver weg.

Ik ben daarna nog twee keer opgenomen geweest; PTSS maakt je kwetsbaar. Toen mijn vrouw overleed, kreeg ik de grootste terugslag. Ik werd honderd procent afgekeurd, moest mijn transport-bedrijf verkopen.

Nu kan ik mezelf aan. Ben hertrouwd, geniet van mijn kleinkinderen. Maar het journaal kijk ik nog steeds niet, drukke plekken mijd ik. Moet ik naar het winkelcentrum, dan maak ik een plan: wat doe ik als er te veel mensen komen? Daan, mijn hulphond, helpt me. Toen ik hem kreeg, zei ik: ‘Ik kan er weer voor een paar jaar tegenaan.’ Vroeger had ik veel nachtmerries. Dan moest ik alle lampen aandoen en hardop zeggen: ‘Het is goed’. Nu zorgt Daans snuit ’s nachts voor rust in mijn kop.

Het zou helpen als mensen me ook begrepen. Sommigen zeggen: ‘John moet een schop onder z’n kont krijgen’. Ze moesten eens weten hoe erg ik mijn werk mis. Vaak denk ik: waarom lukt het me niet?! Maar dan rijd ik 15 minuten in de auto, gutst het zweet over mijn voorhoofd en ben ik doodop. Dan zeg ik tegen mezelf: ja, jongen, dáárom lukt het niet.’

 

Hannah Bioch (25) werd misbruikt door meerdere daders. Het begon toen ze een kind was en ging door tot haar 22ste.

‘Ik kan me een leven zonder psychische problemen niet voorstellen. Ik was nog piepjong toen het misbruik begon en het heeft in periodes, met telkens een andere dader, tot mijn 22ste geduurd. Ik wil niet in detail treden, maar ze hebben mijn leven naar de knoppen geholpen. Ik heb net een behandeling van tweeënhalf jaar afgerond. Eén jaar intern, daarna anderhalf jaar heen en weer naar Ermelo, drie uur per dag in de auto. Je moet er wat voor over hebben hè, om met PTSS een oké leven te krijgen.

Vooral mijn dissociaties zijn heavy. Soms valt mijn lichaam ‘uit’. Ik maak dan in mijn hoofd alles mee, ben gewoon bij bewustzijn, maar mijn armen en benen doen niets meer. Alles is koud, ik kan niemand om hulp vragen. Het is echt doodeng. Soms is het juist andersom: dan gaat mijn hoofd weg. Dan ga ik terug naar een van mijn trauma’s in het verleden, ben ik niet meer in het hier en nu en weet ik niet wat ik doe.

Ik weet nog dat de dokter zei dat ik PTSS had. Ik reageerde met: ‘Maar dat hebben toch alleen militairen?’ Het moeilijke is dat mensen het niet aan je zien. Als ik van iemand schrik, zegt diegene: ‘Je hebt zeker een slecht geweten’. Houd je mond, denk ik dan.

Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat de therapie me niet heeft gebracht wat ik wilde: ik zette wel stapjes, maar gaandeweg kwam ik erachter dat de wond blijft. Een harde les. Soms durf ik niet alleen thuis te zijn, werken lukt nog steeds niet. Ik ben bang dat mensen me een luiwammes vinden. Vriendinnen trouwen, krijgen kinderen, kopen huizen. Ik wil ook graag normaal zijn.

Ik probeer vrijwilligerswerk te doen, mensen te vertrouwen, mijn vriendinnen en zusje veel te zien. En ik blijf vechten tegen de taboes. Tegenwoordig heb je voor elke aandoening een naam, maar een woord als ‘misbruik-shock’ – dat ik voor het gemak zelf heb bedacht – bestaat niet. De term PTSS is een vergaarbak en legt de oorzaak van mijn problemen niet bloot. Mensen denken snel: na een half jaar therapie moet je er wel overheen zijn. Ik ben 22 jaar de vernieling in geholpen. Verwacht niet dat ik dan binnen een paar jaar weer terug op aarde ben.’


Romy Kuijpers (18) was vorig jaar met haar schoolklas in Parijs toen daar een man met een kalasjnikov het vuur opende op een politiebus, waarbij een agent overleed.

‘Mijn klasgenootjes en ik hadden het er in de bus naar Parijs nog over: wat we zouden doen als er een aanslag zou zijn. Een dag later gebeurde het echt.

Met twee vriendinnen was ik in de H&M op de Champs-Élysées. Ik stond bij het rek met de jurkjes toen de winkelbediende van alles omriep. Ik hoorde het woord terreur en begon te huilen. Er was een aanslag hier dichtbij, er stormden allemaal bange mensen de winkel binnen. Aan de telefoon zeiden mijn ouders dat ik rustig moest blijven. Ze regelden meteen extra belminuten voor me.

Na vijf uur mochten we de winkel verlaten. Ik geloof dat mijn gehuil toen pas ophield. De eerste nachten sliep ik slecht. Ik dacht: ja, niet gek, het is net gebeurd. Maar ik bleef bang, had moeite met ademen, pijn in mijn lijf, herbelevingen – dan schreeuwde ik mijn ouders wakker.

In de zomer zakte het weg. Afleiding hielp. Maar toen ik naar een nieuwe school ging, herkende ik mezelf niet meer. Ik was altijd ambitieus, maar had nergens meer zin in en kreeg woede-uitbarstingen. Ik! Die normaal zo rustig is. Of ik begon te huilen – uit het niets. Ik voelde me anders dan klasgenoten. Gegil in het lokaal joeg me de stuipen op het lijf.

Toen de huisarts zei dat ik PTSS had, dacht ik: huh, wat is dat? Toen hij het uitlegde, snapte ik ineens alles. Dus daarom ben ik totaal veranderd en zo onzeker.

Lang dacht ik: ben ik gek? Mijn vriendinnen die erbij waren, hebben er minder last van dan ik. Nu besef ik dat ik heel gevoelig ben. Ik leerde erover te praten. Ik sta voor therapie op een wachtlijst. Klinkt gek, maar ik heb er zin in. Ik wil dit oplossen. Soms ben ik bang dat ik er nooit vanaf kom. Wat dan? Maar de dokter zegt dat we er vroeg bij zijn en dat dat goed is. Daar houd ik me aan vast.’


Het 2-jarige dochtertje van Jolanda Navis (49) liep weg uit de kantine van een sportcomplex met een zwembad en verdronk in het peuterbadje.

‘Ik ben een ander iemand geworden. Vroeger was ik vrolijk, er hing een zweem van blijdschap en onbezorgdheid om me heen. De Jolanda van nu is een tobber, een piekeraar. Ik schrik gauw. Van de telefoon die gaat. Van een onbekend iemand aan de deur. Ik durf niet meer de snelweg op, gebruik altijd omweggetjes. Ik ben bang om te sterven.

Weet je, ik kan niet zeggen: vanaf dát moment heb ik PTSS. Het sloop erin. Als tiener verloor ik een goede vriend, daarna verloor ik nog enkele dierbaren. Maar dat mijn dochter levenloos in het zwembad werd aangetroffen, was de heftigste trigger. Mijn neefje moest afzwemmen, in de kantine vierden we zijn feestje. Ineens vroeg iemand: ‘Waar is Madelon?’ Een paar seconden daarvoor had ik haar nog zien staan.

We vonden haar terug in het peuterbadje. ‘Mám, ze is dood!’, schreeuwde mijn zoon. Met de traumaheli naar het ziekenhuis. Je kind in een grotemensenbed, slangetjes, piepjes, bliepjes: dat kan een ouder niet aan. Kwart voor tien ’s avonds overleed Madelon. Ik ging kapót van verdriet en schuldgevoel.

Pas anderhalf jaar geleden kreeg ik de diagnose. Ik vermoedde het, maar toch schrok ik: PTSS, en dan ook nog de complexe variant, nou dan is er een boel werk aan de winkel. Ik krijg nu EMDR-therapie en praat er veel over. Het helpt, maar ik moet zelf de regie houden. En de dromen over het ziekenhuis blijven, net zoals sommige angsten.

Mensen zeggen dat ik in mijn verdriet blijf hangen. Dat is niet zo: ik eer mijn kind, herdenk haar, verwerk het verdriet. Ik blijf alleen hangen in de trauma’s. De angsten en de nachtmerries zijn het ergst. En niemand snapt me of begrijpt dat ik dit heb. Onbekend maakt onbemind. ‘PTSS, dat krijgen militairen toch?’ Ik probeer dan uit te leggen: ik heb mijn kind niet één keer verloren, maar duizenden keren. Elke nacht verlies ik haar weer.

Werken lukt me niet en soms val ik flauw als de situatie te nijpend is. Gelukkig voel ik het wel steeds beter aankomen. Ik heb de nieuwe Jolanda leren kennen. Maar ik denk niet dat ik haar ooit helemaal kan accepteren.’

Dennis Paauwe (33) liep zijn trauma’s op door een pestverleden en zijn werk bij Defensie.

‘Ik hoor mensen vaak zeggen dat PTSS’ers gevaarlijk zijn. Onvoorspelbaar. Ik wil dan zeggen: we doen niets, maar we hebben te veel meegemaakt. Bij vlagen komt dat eruit.

Ik ben vroeger gepest. Ze zeiden dat ik een waterhoofd had. Bij Defensie ging het getreiter door. Mijn spullen werden gestolen, mijn auto beschadigd. Toen besefte ik niet dat ik een trauma opliep. Mijn pestverleden op school had ik afgesloten – dacht ik – en in dienst had ik zoiets van: pesterijtjes, nou én. Ook als we op werk nare dingen meemaakten, brak ik niet. Tijdens een oefening knalden twee maten frontaal op een vrachtauto. Ze waren op slag dood. Pas jaren later ging het aan me vreten.

Dat is het enge: PTSS voel je niet aankomen. Pas toen ik stopte met werk omdat ik vader werd en meer thuis wilde zijn, begon het gepieker, de slapeloosheid. Nachtmerries zijn killing. Zodra ik wakker ben, voel ik zenuwen: shit, ik moet vanavond dat bed weer in.

‘Dit is niet normaal’, zei mijn vriendin op een gegeven moment. Ik kreeg intensieve therapie en dat hielp – al duurde het wel lang. Medicatie geeft me moed, ik ga het marktplein weer op, want ik wil mijn twee zoontjes laten zien: kijk, papa is niet bang.

Maar papa is eigenlijk wel bang. Papa gaat nooit de kroeg in. Of met het openbaar vervoer. Dan heb ik geen overzicht. Die angst gaat nooit weg.

Ik heb moeite met dat PTSS-stempel; alsof het op m’n voorhoofd zit. Laatst kwam mijn zoontje thuis: ‘Pap, er komt een vriendje bij mij spelen’. Maar dat vriendje kwam niet, want ik zou volgens zijn ouders gevaarlijk zijn. Dat doet zeer.

 

 

Bron: De Volkskrant

MHS – Heeft misschien wel jouw droombaan!

Merk Hoe Sterk

Heeft misschien wel jouw droombaan! 

3 januari 2019 


Front office medewerker

Hillegom, 20 tot 32 uur

 

Onze organisatie is op zoek naar een of meerdere front office medewerkers voor onze receptie/  secretariaat. Ben je geïnteresseerd, reageer dan nu!

 

Over het bedrijf

Merk Hoe Sterk (MHS) is gespecialiseerd in het begeleiden van personen, na hun behandeling voor PTSS. De cliënten, door ons cursisten genoemd, worden met name ondersteund in hun weg naar optimaal herstel. Dit doen wij door het aanbieden van zogenoemde vervolgzorg /nazorg, direct aansluitend na afronding van de behandeling. Ons werkgebied is geheel Nederland en onze hoofdvestiging is gesitueerd te Hillegom. Voor deze locatie zijn wij op zoek naar jou.
Zie onze website voor meer informatie: www.merkhoesterk.com

Wat houdt het werk in?

Je gaat aan het werk bij een innovatieve organisatie waarvan de oprichters ieder afzonderlijk ruim 25 jaar ervaring hebben als ondernemer. Wij zijn een dienstverlenend bedrijf op gebied van psychosociale hulpverlening en begeleiding. Door de specifieke dienstverlening wordt er van je verwacht dat je flexibel bent v.w.b. veelvuldigheid in taken, stressbestendig bent en vooral sterk in je schoenen staat en niet schrikt van de problematiek waarmee onze cursisten te maken hebben.

De werkzaamheden bestaan onder meer uit:

·        Agendabeheer en planning

·        Afhandeling van het gehele proces vanaf aanmelding cursisten tot aan de afronding van het  
gehele begeleidingstraject

·        Telefonisch contact onderhouden met cursisten, coaches en opdrachtgevers

·        Vormgeven conceptrapportages en het corrigeren van uitgaande stukken

·        Verwerken facturatie naar en van opdrachtgevers

·        Onderhouden van website en social media kanalen qua nieuwsitems

 

Gevraagd wordt:

·        Goede beheersing van de Nederlands taal in woord en geschrift

·        Goede beheersing van het MS Office pakket

·        Snel kunnen ‘schakelen’ (i.v.m. dagelijks wisselende prioriteiten)

·        Affiniteit met psychische gezondheidzorg en ervaring met UWV en WMO/ PGB is een pré

·        Uiterlijk per 1 februari 2019 beschikbaar (liefst eerder i.v.m. het inwerken)

 

Uiteraard zijn ook ‘arbeidsgehandicapten’ van harte uitgenodigd te solliciteren.

 

Wat bieden zij jou?

·        Mogelijkheid om uren op te bouwen vanaf minimaal 20 uren per week, bij voorkeur

verdeeld over 5 werkdagen met uitbreiding naar maximaal 32 uren

·        Een marktconform salaris

·        Een hecht team dat jou begeleidt tijdens je inwerkperiode

·        Een tijdelijk contract dat bij goed functioneren omgezet wordt naar een vast contract

 

Deze functie vereist:

·        MBO+ denk- en werkniveau

·        Minimaal 3 jaar ervaring met secretariële- /receptietaken

·        Grote dosis motivatie om dienstverlenend te zijn

·        Zelfstandigheid aangezien de mensen die je ondersteunt weinig op kantoor zijn

·        Communicatief vaardig

 

 

Je sollicitatie voorzien van je cv, kun je sturen naar info@merkhoesterk.com

 

 

 

Telefoonnummer: 0252-530 486                                    Email adres: info@merkhoesterk.com

 

De Telegraaf – Alarm om veel te veel stress op werkvloer

De Telegraaf 
Alarm om veel te veel stress op werkvloer

25 september 2018 

Amsterdam – Werknemers krijgen er zoveel taken bij op de werkvloer dat ze het niet meer kunnen bijbenen. De toegenomen werkdruk leidt al jaren tot meer uitval en ziekteverzuim.

Werkgevers, vakbonden en deskundigen luiden de noodklok en constateren dat de werkdruk sinds 2013 fors is toegenomen. Uit cijfers van onderzoekbureau TNO blijkt dat ongeveer 16% van de werknemers in ons land last heeft van burn-outklachten als gevolg van een te hoge werkdruk. Het gemiddelde verzuim ligt op jaarbasis op zeven dagen.

Voor vakbonden en werkgevers vormt werkdruk een van de belangrijkste thema’s tijdens de verschillende cao-onderhandelingen. In de logistiek zijn er bijvoorbeeld afspraken gemaakt om meer mensen aan te nemen, terwijl er in het onderwijs onderzoek wordt gedaan naar de mechanismen die hoge werkdruk veroorzaken. De particuliere beveiligers wisten vorige week na maandenlang actievoeren een kortere werkweek af te dwingen en voor het personeel in de academische ziekenhuizen staat dit probleem ook hoog op de agenda.

Volgens FNV zijn er dit jaar in 82 van de in totaal 136 cao’s die de vakbond heeft afgesloten afspraken gemaakt om de werkdruk te verminderen.

In nog eens 51 cao’s wordt onderzoek gedaan waar de problemen vandaan komen.

 

Bron: De Telegraaf 

NRC.nl – Zo werkt je gestresste brein

NRC.nl 
Zo werkt je gestresste brein

7 september 2018 


Neurowetenschap Een beetje spanning hoort erbij, maar chronische stress kan het brein ernstig ontregelen. Het lukt dan niet meer om de stresshormonen naar het rustniveau terug te schroeven.

 

Snibbig reageren op opmerkingen van goedbedoelende collega’s. Aan het einde van een ochtend compleet andere dingen hebben gedaan dan je van plan was. Die belangrijke afspraak straal vergeten. Een onbedaarlijke huilbui – of blinde woede – wanneer iemand op straat je scheldend afsnijdt. Het overkomt ons allemaal wel eens. Maar wie hier vaak last van heeft, kan dat maar beter zien als een waarschuwing van zijn brein. Er staat al te lang te veel druk op de ketel. Er moeten dingen veranderen.

We doen er goed aan naar zulke waarschuwingen te luisteren. Aanhoudende stress knaagt aan ons brein. Het ondermijnt het geheugen, het vermogen om te plannen en beslissen, en om onze emoties onder controle te houden. Een burn-out ligt op de loer, en meer. De volgende mogelijke haltes zijn een angststoornis of depressie. En er zijn steeds meer aanwijzingen dat het de kans op schizofrenie en dementie kan vergroten.

„Stress ervaren we allemaal. Dat hoort nu eenmaal bij het leven”, zegt neuro-endocrinoloog Bruce McEwen. Hij, net tachtig, was de grondlegger van het vakgebied dat de effecten van stresshormonen op onze grijze massa onderzoekt, een halve eeuw geleden. Het wetenschappelijke tijdschrift Frontiers in Neuroendocrinology wijdde in april een complete editie aan ‘stress in het brein’, opgedragen aan hem.

„Stress op zichzelf is ook prima”, zegt hij tijdens een Skype-gesprek vanuit zijn werkkamer aan de Rockefeller Universiteit in New York. „We hebben het juist nodig om te kunnen reageren op situaties die onze aandacht nodig hebben. Om ons te kunnen aanpassen en overleven.” Goede of hanteerbare stress noemt hij dat.


Gezonde stressreactie

Als er iets spannends of naars gebeurt, geeft je brein een seintje aan de bijnieren om eerst adrenaline en niet veel later ook cortisol te maken. Door deze stresshormonen gaan de hartslag, de bloeddruk en de ademhaling omhoog, je bent gefocust en alert. Je onthoudt beter wat er in die periode gebeurt – handig voor als die situatie zich nog een keer voordoet.

Deze reactie is prima om de acute situatie het hoofd te bieden. Als die voorbij is zakken de hoge stresshormoon-pieken weer naar het rustniveau. Cortisol remt zijn eigen productie door in te werken op het brein. Dat is een gezonde stressreactie.

Maar als er steeds maar weer nieuwe nare gebeurtenissen blijven komen, is er te weinig tijd om die stresshormonen naar een normaal niveau te laten zakken. Dan is er sprake van chronische, onbeheersbare stress. ‘Giftige stress’ noemt McEwen die, waarbij het stresssysteem ontspoort. Het brein is dan niet meer in staat om de stresshormonen naar het rustniveau terug te schroeven.

Zulke giftige stress komt zeker niet alleen door ingrijpende gebeurtenissen, zoals een ziekte, een oorlogssituatie, een ongeluk of een sterfgeval, vertelt McEwen. „Wat onze gezondheid pas echt aantast zijn de subtiele, langdurige invloeden vanuit onze omgeving: armoede of verwaarlozing binnen de familie, leven in een vervuilde buurt vol herrie, belastend werk, slecht slapen, eenzaamheid, te veel of te ongezond eten, te weinig bewegen, roken, drinken.”

Eerste waarschuwingssignaal

Vooral drie hersengebieden hebben sterk te lijden van stress. Om te beginnen de prefrontale hersenschors, het gebied pal achter ons voorhoofd waarmee we de regie houden over ons leven – het wordt in managementboeken vaak de CEO van ons brein genoemd. We gebruiken het niet alleen om te plannen, prioriteiten te stellen en de aandacht erbij te houden, maar ook om angst en paniek in toom te houden, verleidingen te weerstaan en adequaat te reageren op onverwachte gebeurtenissen. Voor al die zogeheten executieve functies is dit gebied cruciaal. En het is het eerste gebied dat bij chronische stress steken begint te laten vallen.

„Chronische stress leidt ertoe dat in grote delen van de prefrontale hersenschors de uitlopers van hersencellen, de dendrieten, zich terugtrekken,” zegt McEwen. „Ook de vertakkingen van die uitlopers worden korter of verdwijnen, en daardoor verliezen hersencellen contact met elkaar.” Het gevolg is dat dit hersengebied niet meer goed werkt, en dat resulteert in chaotische plannen, zwalkende emoties en concentratiegebrek.

De Canadese neuropsycholoog Adele Diamond beschouwt haperende executieve functies daarom als de kanarie in de kolenmijn: het eerste waarschuwingssignaal dat je, soms ongemerkt, te veel stress ervaart, bijvoorbeeld door verdriet, eenzaamheid, een lijf dat niet fit is of slaapgebrek.

Onderzoek bij ratten en muizen laat deze schadelijke effecten van stress duidelijk zien. „Maar er zijn genoeg aanwijzingen dat ook bij mensen toxische stress deze effecten heeft,” aldus McEwen. Hij vertelt over geneeskundestudenten die bij de New Yorkse hersenonderzoeker Connor Liston in de hersenscanner moesten nadat ze een maand lang voor een zwaar examen hadden geleerd – „dat was nog maar milde stress”. Bij de studenten die de meeste stress ervoeren, waren er minder werkende verbindingen tussen die onmisbare prefrontale hersenschors en andere hersendelen. „Het goede nieuws: na een maand vakantie waren al deze verbindingen weer hersteld.”

Ook een ander hersengebied, de hippocampus, krimpt op deze manier bij langdurige stress. Het gebied is de spil van ons geheugen, en het reguleert onze stemming en onze reactie op stress. „Proefdieren en mensen die een chronisch slaaptekort hebben, of die depressief zijn, hebben een kleinere hippocampus”, zegt McEwen. Een haperend geheugen is het gevolg, én een haperend herstel van ons lijf na een stressvolle gebeurtenis. Dit hersendeel regelt namelijk ook dat de omhooggeschoten stresshormoonniveaus worden teruggeschroefd. Een ondermijnende vicieuze cirkel is het gevolg.


Gevoelige kindertijd

Vooral hevige stress in de vroege jeugd trekt diepe sporen in de hersenen. Dat blijkt duidelijk uit dieronderzoek, en ook in het mensenbrein zijn er aanwijzingen voor gevonden. „In de kindertijd en de adolescentie ontwikkelt het brein zich snel”, zegt neuropsychologe Anna Tyborowska. „Met name de prefrontale hersenschors, de hippocampus en amygdala ontwikkelen zich sterk in deze periodes. Precies de gebieden die gevoelig zijn voor stress.”

De amygdala is een hersengebiedje zo klein als een amandel, waarmee we gevaar signaleren en ons gedrag daarop aanpassen – meestal met angst of agressie. Die reageert op chronische stress juist andersom: er komen méér uitlopers en vertakkingen aan de hersencellen. Mensen en dieren bij wie dit gebeurt, reageren angstiger of agressiever. Diezelfde amygdala is vaak ook overactief en vergroot bij mensen met een angststoornis of zware depressie.

Tyborowska onderzocht met haar collega’s van de Radboud Universiteit in Nijmegen wat stress in de kindertijd of juist in de puberteit doet met de architectuur van het brein. Op 15 juni publiceerde ze in Scientific Reports de resultaten van haar onderzoek bij 37 kinderen die vanaf de geboorte werden gevolgd. Op MRI hersenscans van deze kinderen, gemaakt toen ze 14 jaar en 17 jaar waren, zag ze duidelijke veranderingen in de hoeveelheid hersencellen (grijze stof) bij kinderen die voor hun vijfde jaar een of meerdere ingrijpende gebeurtenissen hadden meegemaakt, zoals een scheiding, ongeluk, ziekenhuisopname of overlijden.

„We zagen een snellere afname in de grijze stof in de prefrontale hersenschors en de amygdala” zegt Tyborowska. „Die afname is een gezond en normaal proces in de puberteit. Maar stress in de vroege kindertijd lijkt dit te versnellen. Het gevolg is een minder flexibel brein, en dat kan later gevolgen hebben voor de mentale gezondheid.”

Ze keek ook naar de invloed van sociale stress in de puberleeftijd. Alle klasgenoten van de deelnemers moesten aangeven wie in de klas ze het aardigst vonden en wie het minst aardig. Bij scholieren die niet zo aardig werden gevonden, ging de normale, gezonde afname op bepaalde plaatsen in hun hersenen juist minder snel. „Aanhoudende sociale stress tijdens de adolescentie lijkt de normale ontwikkeling te verstoren”, concludeert Tyborowska.


Veranderde hersenen

Stress op jonge leeftijd, net als langdurige stress later in het leven, verandert dus de architectuur van het brein. De grote vraag is wat iemand weerbaar maakt tegen deze invloeden, of juist gevoeliger. En vooral of de schade te keren is. De kwalijke effecten van chronische stress op het brein kunnen lang naijlen.

„De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat chronische stress een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van depressie, en waarschijnlijk ook van dementie,” zegt Paul Lucassen, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Bij die aandoeningen, en ook bij angststoornissen en schizofrenie, zien wetenschappers krimp in de prefrontale hersenschors en in de hippocampus, en juist groei van de amygdala, en is er ook een verstoring van de functies van deze hersengebieden. „Met name ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd, zoals het verliezen van een ouder of ernstige verwaarlozing, maken iemand kwetsbaar voor depressie. De ontregeling van het stresssysteem is dan ingrijpender en hardnekkiger.”

„Ook komen er steeds meer aanwijzingen dat hevige stress op jonge leeftijd en langdurige stress de kans op dementie verhoogt”, zegt Lucassen. Zijn lab ontdekte iets bijzonders bij speciale muizen, die verschijnselen van de ziekte van Alzheimer krijgen als ze oud zijn. Die muizen maken dan beta-amyloid aan, een eiwit dat klonters vormt, net zoals wat er gebeurt in de hersens van alzheimerpatienten.

Wanneer gewone muizenbaby’s opgroeien in een kale omgeving, verhoogt dat hun stressniveau en krijgen ze later geheugenproblemen. De alzheimer-muizen die op deze stressvolle manier opgroeiden, maakten na een jaar meer van het klonterende eiwit aan en hadden eerder – en grotere – geheugenproblemen dan hun gewone of niet-gestressde soortgenoten. Stress op jonge leeftijd leek bij de muizen de alzheimer te versnellen.

Het verrassende was dat een aantal injecties met een middel dat de werking van stresshormoon blokkeert, niet alleen die klontering van amyloid maar ook de geheugenproblemen van de muizen grotendeels tenietdeed. „Het is een eerste stap, een interessante vinding die we zeker verder gaan uitzoeken, maar het is niet direct vergelijkbaar met de situatie bij mensen”, benadrukt Lucassen.

Let wel, welk effect chronische stress op iemand heeft, hangt van veel factoren af, zegt Lucassen. „Van de genetische aanleg, maar ook van de duur en de intensiteit van de stress, hoe gevoelig iemand ervoor is, en hoeveel controle iemand over de situatie heeft.”

Het is niet bepaald een vrolijke boodschap. Chronische stress en traumatische gebeurtenissen in de jeugd verhogen de kans op depressie, angststoornissen, en waarschijnlijk ook op dementie – je zou er bijna nóg gestressder van raken.


Stevig doorwandelen

Gelukkig wordt ook al wat duidelijker wat we kunnen doen om de slopende effecten op het brein te voorkomen, of om het brein te laten herstellen. Een van de beste, zegt aartsvader McEwen, is bewegen.

„Regelmatig actief zijn stimuleert bij proefdieren de aanmaak van nieuwe hersencellen en uitlopers in de hippocampus. Ook bij mensen zorgt het dat de hippocampus groeit en het geheugen verbetert”, zegt hij. Door lichaamsbeweging worden allerlei groeistoffen in het brein aangemaakt.

McEwen: „Wanneer iemand van 60 jaar of ouder drie keer per week een uur stevig doorwandelt, is na drie maanden niet alleen de gezondheid van hart en bloedvaten beter, maar ook de hippocampus vergroot en het geheugen verbeterd. Ook de executieve functies verbeteren dan, zoals beslissingen nemen. Dat doet vermoeden dat ook de menselijke prefrontale hersenschors er wel bij vaart.”

En er is meer te doen. We kunnen meer bewegen, gezonder eten, voldoende slapen en vaak onze vrienden opzoeken. Een belastende baan of omgeving kunnen we wellicht omruilen voor een die beter bij ons past.

Ook mediteren kan helpen het brein te herstellen, zegt McEwen. „Als mensen piekeren over dingen die ze niet kunnen veranderen, creëren ze interne stress. Mindfulness meditatie leert mensen te stoppen met piekeren.” Het is wel zaak deze dingen in te bouwen in het leven, benadrukt hij. Het herstel kost tijd, maanden, zo niet jaren.

Op akelige gebeurtenissen in het leven hebben we geen invloed. Maar door de stress te beperken op aspecten waarop we wel invloed hebben, houden we ons brein zo weerbaar mogelijk. „Je kunt de klok niet terugdraaien,” zegt McEwen. „Maar zelfs als je een slechte start hebt gehad in je leven, kun je de loop van de ontwikkeling bijsturen.”

Hijzelf haalde de tachtig op een andere manier. „Ik hou van schilderen. Ik ga daar helemaal in op, en dan valt alles weg.”

 

HERSTEL  MANIEREN OM JE BREIN WEERBAAR TE MAKEN

Sporten
Tijdens lichaamsbeweging maakt het brein groeistoffen aan zoals BDNF, zodat zenuwuitlopers en contacten tussen hersencellen kunnen herstellen. Trainen voor een marathon mag, maar is niet nodig. Bij mensen die 
driemaal per week 45 minuten stevig doorwandelen zien wetenschappers al minder krimp in de hippocampus, en verbeterde executieve functies.

Slapen
Chronisch slaaptekort remt de stofwisseling van de prefrontale hersenschors met zijn belangrijke executieve functies. De amygdala reageert dan juist overdreven. Tijdens slaap worden ook afvalstoffen in het brein opgeruimd. 
Gemiddeld hebben we 7 à 8 uur slaap per nacht nodig.

Gezond eten
De stofwisseling kan ontregeld raken door chronische stress, met name de hormonen die een rol spelen bij de bloedsuikerhuishouding, zoals insuline. De bloedsuikerspiegel onder controle houden kan dan helpen. 
Eet zo min mogelijk suiker, beperk koolhydraten en eet niet te vaak om bloedsuikerschommelingen te beperken. Eiwitten en vette vis leveren belangrijke bouwstenen, groenten en fruit belangrijke vitaminen en beschermende antioxidanten.

Mediteren
Mensen die regelmatig mediteren kunnen sneller hun aandacht weer richten nadat ze zijn afgedwaald, ze hebben een beter werkgeheugen, reageren flexibeler op nieuwe dingen, en kunnen beter met emoties omgaan. Het lijkt er dus op dat de executieve functies er beter door worden.

 

 

 

Bron: NRC.nl

GGZnieuws – Regelmatige lichaamsbeweging is ‘het beste voor psychische gezondheid’

GGZnieuws.nl 
Regelmatige lichaamsbeweging is ‘het beste voor psychische gezondheid’

9 augustus 2018 

Regelmatige lichaamsbeweging die drie tot vijf keer per week 45 minuten duurt, kan de slechte psychische gezondheid verminderen – maar meer doen dan dat is niet altijd gunstig, blijkt uit een groot Amerikaans onderzoek. 

In totaal rapporteerden 1,2 miljoen mensen hun activiteiten gedurende een maand en beoordeelden hun psychisch welzijn. Mensen die aan lichaamsbeweging deden hadden  gemiddeld 1,5 minder ‘slechte dagen’ per maand dan niet-sporters, zo bleek uit het onderzoek. Teamsporten, wielrennen en aerobics hadden de grootste positieve invloed.

Alle soorten activiteiten bleken de geestelijke gezondheid te verbeteren, ongeacht de leeftijd of het geslacht van de persoon. Het onderzoek, gepubliceerd in The Lancet Psychiatry Journal, is de grootste in zijn soort tot nu toe, maar het kan niet bevestigen dat fysieke activiteit de oorzaak is van een betere psychische gezondheid.

Eerder onderzoek naar de effecten van lichaamsbeweging op de geestelijke gezondheid heeft gemengde resultaten opgeleverd en sommige studies suggereren dat een gebrek aan activiteit kan leiden tot een slechte geestelijke gezondheid en er ook een symptoom van kan zijn. Het is al duidelijk dat lichaamsbeweging het risico op hartziekten, beroertes en diabetes vermindert.

Volwassenen die aan het onderzoek deelnamen, zeiden dat ze  zich gemiddeld gedurende 3,4 dagen per maand  psychische slecht voelden. Voor degenen die fysiek actief waren, werd dit teruggebracht tot slechts twee dagen.

Onder mensen die eerder een depressie hadden gehad, bleek lichaamsbeweging een groter effect te hebben, resulterend in zeven dagen van slechte geestelijke gezondheid per maand in vergelijking met bijna 11 dagen voor degenen die geen oefeningen deden.

Hoe vaak en hoe lang mensen actief waren, was ook belangrijk. Om de dag 30 tot 60 minuten actief zijn, kwam eruit als het gemiddelde. Maar je kunt  ook te veel bewegen, concludeerde het onderzoek.

Dr. Adam Chekroud, studie auteur en assistent-professor in de psychiatrie aan de Yale University, : “Het is niet zo dat hoe meer je aan lichaamsbeweging doet hoe meer je psychische gezondheid verbeterd. Integendeel. Meer dan 23 keer per maand trainen, of meer dan 90 minuten  per keer, leidt juist tot een   slechtere psychische gezondheid.”

De positieve impact van teamsporten toont aan  dat sociale sportactiviteiten isolement kunnen verminderen en goed zijn voor veerkracht, terwijl ze ook depressies konden verminderen.

Gecompliceerd verband 

De resultaten ondersteunen de richtlijnen van de overheid waarin wordt aanbevolen dat mensen 150 minuten  per week aan lichaamsbeweging moeten doen. Maar het onderzoek heeft enkele beperkingen. Het is gebaseerd op zelfrapportage, wat niet altijd klopt en er is geen manier om fysieke activiteit te meten.

Dr. Dean Burnett, neurowetenschapper en medewerker van de school voor psychologie aan de Universiteit van Cardiff, zei dat het verband tussen lichaamsbeweging en geestelijke gezondheid moeilijk vast te stellen was, maar dit grote onderzoek “aantoont dat er een duidelijk verband bestaat tussen de twee” .

Prof. Stephen Lawrie, hoofd psychiatrie aan de Universiteit van Edinburgh, zei dat het onderzoek aangeeft dat sociale en “bewuste” trainingen vooral goed zijn voor de geestelijke gezondheid – maar niet als het overdreven is.  “Ik vermoed dat we allemaal mensen kennen die ‘verslaafd’ lijken te zijn aan lichaamsbeweging en dit een negatieve invloed heeft op hun sociale activiteiten, omdat ze alleen maar met hun sport bezig zijn “, voegde hij eraan toe.

 

 

Bron: GGZnieuws 

MHS – Samenwerking UWV en MHS – “Werkfit” traject

Merk Hoe Sterk

UWV en MHS werken samen met perspectief 

9 augustus 2018 



UWV Erkenning aan MHS | Merk Hoe Sterk naar het “Werkfit” traject.

Merk Hoe Sterk is dé specialist in vervolgzorg na PTSS-behandeling, op weg naar arbeidsperspectief. Dat wordt ook wel het “Werkfit” traject genoemd, alleen wordt er vaak niet gedacht aan hoe jij in je vel zit op dat moment. Veelal leidt dit tot terugval in een vicieuze cirkel van negatieve mentale en fysieke belemmeringen. Na afsluiting van het pilotjaar van ons “Vervolgzorg” traject is gebleken dat 90% van onze cursisten die zijn teruggekeerd in het arbeidsproces, nog steeds aan het werk zijn. 


Coaching en Training door ervaringsdeskundige professionals.
Merk Hoe Sterk gaat voor kwaliteit en persoonlijke aandacht. Daarom werken wij alleen met in PTSS gespecialiseerde topcoaches- en trainers, die vanuit ervaringsdeskundigheid, werkveldervaring(politie, defensie, brandweer, civiel) hun expertise delen om jou bij te staan in het herstel- en verwerkingsproces op weg naar werk(fit). Zij zijn onze toppers die begrijpen waar jij staat, hoe jij je voelt en wat je nodig hebt om mentaal en fysiek vitaal in balans te staan. In onze interventies, die uit verschillende modules zijn opgebouwd, helpen wij jou o.a. leren om te gaan met je eigen emoties, deze te reduceren en toepassen in soms lastige situaties.


Op welke wijze kun jij deelnemen aan onze “Werkfit” interventie?
Vertrouwen in elkaar is de eerste stap die gemaakt moet worden, daarin is jouw ‘wil’ een must om resultaten te gaan behalen. Tijdens een intakegesprek met jou en de deskundigen van het UWV kijken we met elkaar hoe wij jou kunnen helpen in het herstel en verwerkingsproces. Mogelijk kom je net uit een PTSS behandelcyclus en ben je op dit moment nog niet klaar voor ons Vervolgtraject, dan kan het verstandig zijn om eerst andere stappen te zetten voordat je met ons verder gaat. Als je klaar bent om de eerste stap bij ons te zetten ben je bij ons aan het juiste adres, wij luisteren naar je en doen alles samen met jou, het is jouw traject. 


Richt Merk Hoe Sterk zich alleen op PTSS?
MHS is gespecialiseerd in de Coaching, Training en Werkfit trajecten van mensen die PTSS hebben of gehad hebben en juist net dat duwtje nodig hebben of de juiste tools om er zelf tegenaan te gaan.  De eerste stap gaat altijd om (h)erkenning en aanvaarding en als dat lukt, maken we samen de volgende stap op weg naar vitaliteit. Wij staan klaar voor jou en jouw directe omgeving. 


Welke diensten kunnen wij aanbieden?
Het UWV kent een drietal types re-integratiediensten voor mensen met een Wajong WGA, ziektewet of ZW-uitkering.

 

1.    De re-integratiedienst “Werkfit” maken van het UWV biedt mogelijkheden om mensen emotioneel, mentaal en fysiek te versterken zodat zij geschikt worden geacht om het werk succes te hervatten.

2.    De re-integratiedienst “Naar werk” is het uiteindelijke doel.

3.    De Re-integratiedienst “Werkfit maken” is voor MHS een eerste prioriteit. Met andere woorden, eerst herstellen en dan naar werk! 

Het UWV zet de re-integratiedienst “Werkfit maken” in om klanten zodanig te versterken dat zij na het succesvol beëindigen van onze mentale en fysieke interventies geschikt zijn om het werk te hervatten. Het gaat om de vitaliteit van de mens, zodat deze klaar is om (betaald) aan het werk te gaan.

De onderdelen waaruit het ‘Werkfit maken’ traject o.a. bestaat zijn:

·         Versterken van mentale en fysieke vaardigheden;

·         Versterken van de werknemersvaardigheden.

·         Verbeteren van de persoonlijke effectiviteit en presentatie.

·         Arbeidsmarktpositie in beeld brengen.


Waarom zou je kiezen voor Merk Hoe Sterk?

1.    Wij begeleiden mensen met de psychofysieke problematiek bij PTSS.

2.    Wij  bieden Coaching en Training door o.a. ervaringsdeskundige specialisten.

3.    Wij luisteren naar je en ondersteunen je op mentaal en fysiek vlak.

4.    Wij leren je om weerbaar en assertief te zijn.

5.    Wij helpen je de balans tussen privé en werk te versterken.

6.    Wij bieden je een uitgebreid netwerk van specialisten om je doelen te behalen.

7.    Wij (her)kennen de complexiteit van PTSS in diverse vormen.

8.    Wij luisteren wél naar jou…

In welke districten van Nederland zijn wij actief?

·         Zuid Nederland

·         Midden Nederland

·         Noord Nederland

·         Oost Nederland

Per district hebben wij een districtsmanager aanwezig die tevens Coach – Trainer is. Dat doen wij om mensen op posities te hebben die direct snappen waar het over gaat en jou begrijpen. Op die manier kunnen wij jou sneller en beter helpen.


Aanmelden bij ons?
Graag zetten wij laagdrempelig in om een wederzijds vertrouwen op te bouwen. Daarom kiezen wij altijd voor een voor jouw vertrouwelijke omgeving voor de intake en verdere interventie.

 

Je kunt je aanmelden via jouw UWV-contactpersoon, geef aan hem/ haar door dat jij geholpen wil worden door Solleveld Consultants BV/Merk Hoe Sterk.

Natuurlijk mag je altijd bellen of mailen naar MHS o.v.v. aanmelding Intakegesprek UWV Werkfit.

 

 

Telefoonnummer: 0252-530 486                                    Email adres: info@merkhoesterk.com

 

VIDEO – Visual Schema Displacement Therapy in vergelijking met EMDR

PSYTREC 

Visual Schema Displacement Therapy in vergelijking met EMDR 

21 juni 2018

 

Een nieuwe vorm van traumabehandeling die Visual Schema Displacement Therapy (VSDT) heet, werd door Ad de Jongh en Suzy Matthijssen naast EMDR gelegd om de verschillen te onderzoeken en effectiviteit te toetsen.

De ontwikkelaars van de therapie (Nik en Eva Speakman) claimen dat VSDT sneller en beter werkt dan andere traumabehandelingen.

In onderstaand filmpje kun je zien tot welke conclusies Ad en Suzy zijn gekomen.

 

Ad de Jongh is gz-psycholoog. Hij is als bijzonder hoogleraar angst- en gedragsstoornissen verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, en als honorary professor aan de Salford University en de University of Worcester (UK). Ad maakt onder andere deel uit van de directieraad van de PTSS kliniek PSYTREC, en houdt zich bezig met onderzoek naar de mogelijkheid van evidence based behandelingen van de gevolgen van traumatische gebeurtenissen bij diverse groepen patiënten, waaronder die met ernstige psychiatrische aandoeningen. Hij is (co-)auteur van ruim 300 publicaties over psychologische onderwerpen, waaronder zes boeken.
Suzy Matthijssen is klinisch psycholoog-psychotherapeut, PHD student, cognitief gedragstherapeut, psyhotraumatherapeut, NRGD geregistreerd Pro Justitia rapporteur, EFT therapeut en EMDR Europe practitioner. Ze is werkzaam bij het Altrecht Academisch Angstcentrum, een topklinische afdeling waar patiënten met complexe angststoornissen, dwang en trauma worden behandeld. Ze schrijft Pro Justitia rapportages en is docente bij RINO. Tijdens haar promotietraject welke in samenwerking met de Universiteit Utrecht is opgezet heeft zij onderzoek gedaan naar het optimaliseren van traumabehandelingen. 
Modaliteitsspecifieke belasting bij EMDR is een van de onderwerpen die ze heeft onderzocht. Daarnaast doet ze onderzoek naar een veelbelovende nieuwe vorm van traumabehandeling, Visual Schema Displacement Therapy.