Skip to content

De Volkskrant; Een kijkje in het puberbrein

Bron: Volkskrant: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/een-kijkje-in-het-puberbrein~b1368231/

Neurowetenschapper Sabine Peters doet onderzoek naar het puberbrein: “De mate waarin pubers redelijk nadenken hangt sterk samen met hun motivatie.”

 

 Sabine Peters, universitair docent in Educational Neuroscience aan de Universiteit Leiden en onderzoeker binnen het Brain and Development Research Center, wil even iets rechtzetten: het stereotiepe beeld van de puber als malloot die alleen maar onverstandige dingen doet, klopt niet. “Er zijn genoeg adolescenten die rustig doorgaan met wat ze deden en alleen lichamelijke veranderingen doormaken. Er wordt nogal eens gedacht dat de prefrontale cortex – het rationele deel van de hersenen – bij pubers één groot gat is. Dat is niet zo, alleen is dat hersendeel nog in ontwikkeling. Dit soort bevindingen is ook belangrijk voor bijvoorbeeld het jeugdstrafrecht: moet je een 18-jarige crimineel beschouwen als een volwassene of als iemand die nog volop in ontwikkeling is?”

Gevoelig voor beloning

Wat wel klopt, vertelt Peters, is dat de mate waarin adolescenten redelijk nadenken sterk samenhangt met hun motivatie: een feest organiseren kunnen ze vaak wel, hun huiswerk op tijd af hebben lukt niet. “En dat hangt weer samen met het feit dat pubers erg gevoelig zijn voor beloning: ze zijn veel gemotiveerder om leuke dingen te doen dan dingen waar ze geen zin in hebben of die op de korte termijn weinig opleveren. Op MRI-scans kun je zien dat het striatum, het beloningsgebied in de hersenen, extra activiteit vertoont als je pubers beloont met geld of een compliment. Een beloning geeft de boodschap: je bent op de goede weg. En dat gevoel is belangrijk voor adolescenten, die bezig zijn zich los te maken uit de veilige omgeving van hun ouders en op zoek zijn naar hun eigen, nieuwe omgeving.” Wat ook bij veel pubers in meer of mindere mate voorkomt, volgens Peters, is recalcitrantie.

“De adolescent wil zijn eigen pad kiezen. En dat botst nogal eens met wat ouders willen. Dat heeft te maken met het feit dat de puber de lange termijn vaak minder goed kan overzien doordat de prefrontale cortex nog niet uitontwikkeld is. Ouders zien die langetermijneffecten wel. De puber kiest dus nogal eens voor een paar uur extra doorbrengen met vrienden in plaats van voor zijn huiswerk, terwijl de ouders weten dat goede schoolprestaties belangrijk zijn voor de toekomst.”

Veel steun en onvoorwaardelijke liefde blijven geven helpt, ook al wil de puber het niet altijd. “Help met plannen en toon begrip voor pubergevoeligheden, het gaat over!” is wat Peters aan ouders van pubers wil meegeven.

 

Beeld ONVZ

 

8 feiten over het puberbrein

1.Er zijn drie belangrijke hersenstructuren betrokken bij het pubergedrag. De amygdala regelt de emoties. Het striatum is behalve bij emoties ook betrokken bij motivatie en beloning. De prefrontale cortex stuurt verschillende cognitieve functies en is onderdeel van de rationele hersengebieden.

2.Omdat deze hersengebieden in de puberteit nog niet optimaal communiceren, vertonen pubers vaak extreem en tegenstrijdig gedrag. Zo voelen ze minder remmingen en zoeken risico’s op (zoals veel drinken en sexting). Ook kunnen ze hun emoties minder goed onder controle houden, zijn ze snel afgeleid en hebben ze moeite met plannen. Ze overzien de gevolgen van hun gedrag op de lange termijn minder goed.

3.Egocentrisch gedrag vertonen pubers vooral thuis en niet bij vrienden of op school. Dat komt doordat ze zich thuis geborgen en veilig voelen en zichzelf zijn. Een compliment dus eigenlijk!

4.Tijdens de puberteit verschuift het slaap-waakritme. De puber gaat laat naar bed en staat laat op. Door de groeispurt heeft een puber minimaal 9 uur slaap per nacht nodig. Dat is door de week lastig haalbaar, waardoor de puber in het weekeind vaak extreem lang uitslaapt. Ook wordt het slaaphormoon melatonine bij pubers op een later tijdstip afgegeven dan bij jongere kinderen. Daardoor krijgen ze pas later op de avond slaap en worden ze ook later wakker.

5.Puberteit en adolescentie zijn twee verschillende dingen. De puberteit is de periode waarin kinderen uiterlijk volwassen worden (baard in de keel, schaamhaar), adolescentie duidt de gehele periode van volwassenwording aan. Dus ook de geestelijke veranderingen. De ontwikkeling van de hersenen gaat door tot ten minste het 25ste levensjaar.

6.De puberteit heeft ook positieve kanten: pubers leren snel, komen met ideeën, bedenken oplossingen en komen tot nieuwe inzichten. Als ze gemotiveerd zijn, aangemoedigd worden en de ruimte krijgen, dan kunnen hun talenten tot bloei komen.

7.De puberteit begint onder invloed van hormonen en gaat gepaard met lichamelijke veranderingen. Dit gebeurt bij meisjes gemiddeld tussen de 8 en 13 jaar. Jongens komen meestal zo’n half jaar tot een jaar later in de puberteit.

8.Pubers zetten zich graag af tegen hun ouders door opstandig gedrag, schreeuwen en schelden: hoe harder ze zich afzetten tegen de ouders, hoe beter ze hun ‘ik’ ervaren. Dat afzetten heeft dus een belangrijke functie.

 
 
Bronnen: Eveline Crone, Hersenstichting, Jmouders.nl, ouders.nl, Psychologie Magazine
Bron: Volkskrant

‘Trauma’s laten in het lichaam diepe sporen na’

Bron: https://www.rinogroep.nl/nieuws/426/traumas-laten-in-het-lichaam-diepe-sporen-na.html


Praten met getraumatiseerde kinderen? ‘Ja, maar leer ze eerst hoe ze hun lichaam kunnen kalmeren’, zegt de Nederlands-Amerikaanse psychiater Bessel van der Kolk in een interview met Augeomagazine. Hij vindt het onbegrijpelijk dat aanraking, beweging en verbeeldingskracht uit de meeste therapieën zijn verbannen. ‘Het zijn precies die elementen die getraumatiseerde kinderen helpen om zich weer veilig te voelen.’

Hij is al meer dan veertig jaar bezig met onderzoek naar trauma’s en wordt wereldwijd beschouwd als een van de belangrijkste experts op dat gebied. In het Trauma Centre in Brookline, Massachusetts, dat hij dertig jaar geleden oprichtte, ziet hij ook nog elke week patiënten. Volwassenen én kinderen. ‘Als een behandeling bij mijn patiënten onvoldoende werkt, ga ik verder zoeken. Ik heb altijd nieuwe dingen willen uitproberen.’

Als jonge psychiater geloofde Bessel van der Kolk (73) in de werking van medicijnen. Maar al snel kwam hij erachter dat zijn patiënten daar meestal niet genoeg van opknapten. Ook het effect van praten bleek beperkt. Dus ging hij op zoek naar nieuwe methodes: EMDR (herbeleving van het trauma met behulp van afleidende stimulansen zoals handbewegingen), neurofeedback (het brein belonen als de hersengolven het gewenste patroon laten zien), mindfulness, yoga, bewegingstherapie, theater.

In zijn boek ‘The body keeps the score’ – in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’ − doet hij verslag van zijn decennialange zoektocht. Na al die jaren weet hij dat er niet één beste manier is om getraumatiseerde kinderen en volwassenen te helpen. Zijn wetenschappelijke onderzoek en praktijkervaring hebben hem er wel van overtuigd dat trauma’s vooral in het lichaam diepe sporen nalaten. Daar ligt volgens hem ook de sleutel om kinderen met trauma’s te behandelen. ‘Leer ze eerst om zich weer veilig te voelen in hun lichaam.’

U schrijft dat trauma’s de structuur en de bedrading van de hersenen kunnen veranderen. Kunt u dat uitleggen?

‘Uit hersenonderzoek weten we dat trauma’s kunnen leiden tot veranderingen in de hersenen. Als we schokkende gebeurtenissen meemaken of ons bedreigd voelen, zenden we instinctief signalen uit naar anderen om ons te hulp te schieten. Maar als niemand te hulp schiet of gevaar blijft dreigen, treden oudere hersengebieden in werking: de emotionele hersenen, die uit de zoogdierhersenen en de reptielenhersenen bestaan. Dan blokkeert het talige deel van het brein en schakelen we over op primitievere manieren van overleven: vechten, vluchten of verstijven. Stresshormonen zijn de motor van die reacties. Bij getraumatiseerde kinderen en volwassenen is de stressreactie chronisch geworden. Daardoor raakt het alarmsysteem in de hersenen verkeerd afgesteld.’

Wat heeft dat voor effect op getraumatiseerde kinderen?

‘Zij kunnen geen onderscheid maken tussen reëel en denkbeeldig gevaar en leven dus in een staat van constante waakzaamheid. Ze zijn bijvoorbeeld hypergevoelig voor de kleinste aanwijzingen van boosheid en reageren heel sterk op agressie van leeftijdgenoten. Een van de moeilijkste dingen is dat ze dingen hebben meegemaakt waarover ze niet kunnen praten. Omdat ze geen woorden hebben voor wat hen is overkomen, leeft het trauma zich uit in hun lichaam. Hun emotionele hersenen geven steeds signalen af dat de wereld onveilig is.’

Hoe merk je dat?

Het verbale deel van hun hersenen is als het ware afgeknepen. In tegensteling tot het rationele brein, dat zich uit via gedachtes, drukken de emotionele hersenen zich uit in lichamelijke reacties. Je krijgt plotseling hevige buikpijn, wordt misselijk, of krijgt een paniekaanval. Het lijf van getraumatiseerde kinderen is net een pingpongbal, waarover ze geen controle hebben. Ze hebben vaak geen idee waar hun heftige emoties en de spanning die ze voelen vandaan komen. Vaak weten ze ook helemaal niet wat ze voelen. Op een heel elementair niveau is hun gevoel van veiligheid geschaad.’

Is dat permanente gevoel van onveiligheid en gevaar nog wel te herstellen?

Het brein is een plastisch orgaan, de hersenen kunnen veranderen door nieuwe ervaringen op te doen, zeker als je jong bent. Dat is hoopvol. Het belangrijkste is om eerst het evenwicht op het diepste niveau te herstellen: door het lichaam te kalmeren. In ons traumacentrum laten we kinderen op een trampoline springen, schommelen, en balanceren op een evenwichtsbalk. We raken ze voorzichtig aan of slaan een deken om hen heen. Wat je dan ziet is wonderbaarlijk. Ze raken vertrouwd met hun lichaam. En als hun lichaam kalmeert, gaat ook hun taalgebruik vooruit. Lichamelijk contact, het elementairste hulpmiddel om te troosten en te kalmeren, is uit de meeste therapieën verbannen. Terwijl juist dat enorm kan helpen om je weer veilig te voelen in je lichaam, om te ervaren dat het gevaar geweken is. Als dat gebeurt, en het stresssysteem van de emotionele hersenen kalmeert, kunnen andere delen van het brein ook weer gezonder functioneren.’

Kunnen medicijnen ook helpen om traumaklachten van kinderen te verminderen?

‘Op dit moment slikken ongeveer een half miljoen kinderen in de Verenigde Staten antipsychotica. Die geneesmiddelen worden vaak gebruikt om mishandelde en verwaarloosde kinderen handelbaarder te maken. Daarover maak ik me grote zorgen. Met pillen kunnen ze zich beter beheersen en worden ze minder agressief. Maar die middelen belemmeren ook hun lust tot spelen en hun nieuwsgierigheid. Juist die drives hebben ze nodig om zich te ontwikkelen tot goed functionerende volwassenen.’

En praten over traumatische ervaringen, helpt dat volgens u?

‘Ja en nee. Het is heel belangrijk om te weten wat je voelt. Veel therapeuten proberen met kinderen en jongeren te praten over de vreselijke dingen die hen zijn overkomen. Het is fijn als iemand je verhaal aanhoort, maar dat neemt doorgaans de inprenting van angst en onveiligheid niet weg. Die heeft zich vastgezet in niet-talige delen van het brein en uit zich via het lichaam. Daarom moet de aandacht vooral gericht zijn op wat er in het lichaam gebeurt. Weet je wat je voelt? En waardoor worden die nare gevoelens getriggerd? Voor getraumatiseerde kinderen is het heel moeilijk om dat te benoemen. Wat ze voelen is zo angstwekkend, dat ze liever proberen om niet te voelen.’

Hoe kun je kinderen leren om die gevoelens te hanteren?

Vechtsporten als karate en judo leren kinderen dat ze controle kunnen hebben over hun lijf en zichzelf kunnen verdedigen. Daar worden ze minder angstig van. Yoga, mindfulness en sensomotorische therapie (waarbij de zintuigen door allerlei spelletjes en beweging worden geactiveerd, DE) zijn andere manieren om in een veilige omgeving te voelen wat er gebeurt in hun lijf. Ook tekenen helpt kinderen om het verlammende effect van traumatische ervaringen tegen te gaan. Ik werkte met kinderen die de aanslag op de Twin Towers van dichtbij meemaakten. Ik vroeg ze om een tekening te maken van die dag. Er waren kinderen die alleen naargeestige beelden op papier kregen, van rook, vuur, pijn en doden. Maar er was ook een jongetje dat een trampoline onder de torens tekende, voor een zachte landing van de mensen die moesten springen. Zijn verbeelding had de vreselijke waarheid een andere draai gegeven. Kinderen die hun verbeelding op zo’n manier kunnen laten spreken, hebben minder last van traumatische gebeurtenissen.’

Maar dat is dus niet elk kind gegeven.

‘Nee, maar je kunt kinderen wel leren zich op een veilige manier te uiten. In projecten die we op scholen doen, leren we leerkrachten om ervaringen van getraumatiseerde kinderen te benoemen. In plaats van driftbuien, dagdromen of agressief gedrag te bestraffen, moedigen we ze aan contact te maken. “Ik zie dat je van streek bent. Wil je misschien dit dekentje om je heen slaan, zodat je wat kalmer wordt? Wil je even bij mij op schoot zitten of zullen we samen heel diep ademhalen?” Als het kind gekalmeerd is, helpt de leerkracht om zijn gevoelens te beschrijven. “Wat maakte je zo verdrietig of boos?’ ‘Wat denk je dat er gebeurt als je na school thuiskomt?” Op die manier kunnen scholen functioneren als veilige eilandjes in een chaotische wereld. Beweging, spel, gymnastiek, samen muziek maken of zingen: ook dat helpt getraumatiseerde kinderen om uit hun vlucht- of vechtmodus te komen, positieve emoties te ervaren en op een plezierige manier met anderen om te gaan. Ik vind het onbegrijpelijk dat er steeds meer beknibbeld wordt op dat soort activiteiten.’

Sommige vakgenoten vinden dat er te weinig wetenschappelijk bewijs is voor de nadruk die u legt op traumabehandeling via het lichaam.

‘Voor mij is het belangrijkste dat mijn patiënten opknappen. Ik was een van de eersten die vanaf het begin van deze eeuw onderzoek deed naar EMDR. Dat is nu een geaccepteerde traumabehandeling, maar was in die tijd nog zeer omstreden. Nu denken sommigen dat ik een yoga-fanaticus ben, omdat ik daar veel onderzoek naar heb gedaan. Maar ik zie yoga vooral als een techniek die andere deuren kan openen bij getraumatiseerde mensen. Net als theater. Daar heb ik me afgelopen jaren in verdiept. Ik vind het jammer dat daar nog zo weinig wetenschappelijk onderzoek naar wordt gedaan.’

Hoe kwam u daarmee in aanraking?

‘Via mijn zoon. Die bracht de eerste twee jaar van de middelbare school grotendeels door in bed, ernstig vermoeid en opgezwollen door allergieën. Mijn vrouw en ik waren wanhopig op zoek naar iets dat hem kon helpen. Gesprekstherapie haalde weinig uit, maar toen hij ging meespelen in een theatergroep, zagen we hem opknappen. Hij ervoer hoe het is om iemand anders te zijn en een bijdrage te leveren aan een groep. Dat gaf hem een gevoel van controle, bekwaamheid en eigenwaarde. Zo raakte ik geïnteresseerd in het therapeutische potentieel van theater.

Inmiddels ben ik ervan overtuigd dat theater getraumatiseerde jongeren een unieke manier biedt om toegang te krijgen tot hun emoties en lichamelijke gewaarwordingen. Ze leren verschillende rollen aan te nemen en te zoeken naar manieren om diepe emoties over te brengen aan het publiek. Liefde en haat, agressie en overgave, loyaliteit en verraad: dat is waar het bij zowel trauma’s als theater om draait. Spelenderwijs verkennen en onderzoeken jongeren zo hun eigen ervaringen, zonder het woord trauma ooit uit te spreken.’

 

* Bessel van der Kolk, psychiater

Prof. dr. Bessel van der Kolk (1943, Den Haag) vertrok na zijn eindexamen naar de Verenigde Staten om medicijnen te studeren. Hij specialiseerde zich als psychiater en is oprichter en directeur van het Trauma Center in Brookline, Massachussets. Daarnaast is hij hoogleraar in de psychiatrie aan de universiteit van Boston. Hij wordt beschouwd als een van ’s werelds meest vooraanstaande deskundigen op het gebied van traumabehandeling en posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Experimentele behandeling hardnekkige depressie met psilocybine van start

Patiënten met een hardnekkige depressieve stoornis die onvoldoende baat hebben bij behandeling met antidepressiva kunnen in aanmerking komen voor een experimentele behandeling met psilocybine. Het UMCG en UMC Utrecht voeren deze behandelingen uit. De bewustzijnsveranderende stof is ook wel bekend als ingrediënt van sommige paddenstoelen en truffels. De patiënten ondergaan een ‘gecontroleerde’ behandeling met als gewenst eindresultaat: het doorbreken van de negatieve gedachten en het verminderen van de zeer sombere stemming waar zij mee worstelen.

Op dit moment behandelen artsen patiënten met depressieve klachten veelal met gesprekken (psychotherapie). Indien nodig krijgen zij ook antidepressieve medicatie. Veel mensen hebben daar baat bij maar voor sommigen betekent het een lange zoektocht naar een werkzame behandeling.\

“Deze hardnekkige depressies zijn een groot probleem voor patiënten en hun naasten,” vertelt psychiater en hoogleraar Robert Schoevers van het UMCG. “De afgelopen jaren vonden geen grote doorbraken plaats in de behandelingen. Een behandeling met psychedelica lijkt voor deze groep patiënten echter hoopgevend. Deze middelen hebben een ander werkingsmechanisme dan de huidige antidepressiva en het effect zou ook veel sneller kunnen optreden. Maar er is veel wat we nog niet weten. Daarom is het heel belangrijk om onderzoek te doen naar de behandeleffecten bij deze patiëntengroep.”

Begeleiding

Het onderzoek van de twee academische ziekenhuizen, dat deel uit maakt van een internationaal onderzoek, bestaat uit een eenmalige sessie, voorafgegaan en gevolgd door meerdere individuele gesprekken. Tijdens deze sessie neemt de patiënt een hoeveelheid psilocybine. Twee speciaal getrainde therapeuten begeleiden de daaropvolgende ervaring. De sessie wordt samen met de therapeuten voorbereid en achteraf vindt een uitgebreide evaluatie plaats.

Effecten

Psychiater Metten Somers van het UMC Utrecht: “We maken dus gebruik van de bewustzijnsveranderende stof psilocybine. Dat stofje helpt om vaste denkpatronen te doorbreken. Daarnaast versterkt en verandert psilocybine de manier waarop kleuren en geluiden binnenkomen. Ook is het gevoel van tijd heel anders. De ervaring duurt in totaal zo’n 4 tot 6 uur.”

Uit eerdere studies komt naar voren dat er na 1 sessie een acute en aanhoudende verbetering van depressieve symptomen is te zien. Bij een aantal deelnemers houdt deze verbetering tot zes maanden na de sessie aan. Schoevers: “Naast de effectiviteit en veiligheid van psilocybine bij mensen met een depressieve stoornis, kijken we ook naar welke dosering het meest effectief is. Uiteindelijk is het doel van deze experimentele behandelingen om depressieve klachten te verminderen, met mogelijk blijvend resultaat.”

Gevaren

Een behandeling is niet zonder risico’s. “Maar als je de middelen in een gecontroleerde omgeving gebruikt, zijn ze niet gevaarlijk”, zegt Somers. “De behandelingen worden uitsluitend gegeven in aanwezigheid van ervaren én getrainde therapeuten. Want tijdens een sessie is het mogelijk dat een patiënt angst of verwarring ervaart. De therapeuten zijn getraind om hiermee om te gaan.”

In de thuissituatie experimenteren met paddenstoelen of truffels als behandeling voor depressie raden de artsen dan ook ten zeerste af. “De periode van angst en verwarring kan langer duren. Het is bovendien nog onduidelijk welke dosering het meest effectief is.” Ook is er nog weinig bekend over hoe mensen met een depressieve stoornis reageren op psilocybine.

Onderzoek

De studie vindt plaats in Nederland (UMC Groningen en UMC Utrecht) en een aantal andere ziekenhuizen in Europa en Noord-Amerika, waaronder Engeland, Ierland, de Verenigde Staten en Canada. In totaal zullen 216 patiënten deelnemen. De planning is dat in maart de eerste patiënten in Nederland met deze experimentele behandeling kunnen starten. Deelnemende patiënten worden geselecteerd via verwijzers, waaronder huisartsen, psychiaters en GGZ-instellingen.

De studie wordt gefinancierd door COMPASS Pathways, een life sciences bedrijf dat zich wijdt aan het versnellen van toegang tot evidence-based innovatie in de geestelijke gezondheidszorg.

Bron: RUG

23 oktober 2019

Trimbos – eenzaamheid en psychische aandoeningen

Het verband tussen eenzaamheid en psychische aandoeningen.

Volwassenen die zich eenzaam voelen hebben een groter risico om een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis te ontwikkelen dan niet-eenzame volwassenen. Dit is één van de bevindingen uit recent onderzoek van het Trimbos-intituut.

Uit eerdere studies bleek al dat eenzaamheid verhoudingsgewijs vaak voorkomt bij mensen met een psychische aandoening. Er is echter minder kennis over de volgtijdelijke relatie. Is eenzaamheid een risicofactor voor het ontstaan en voortduren van een psychische aandoening. Of is het omgekeerde het geval? Wij deden onderzoek naar deze volgtijdelijke relatie. Hiervoor zijn NEMESIS-2 gegevens gebruikt van de circa 4.000 volwassenen die deelnamen aan de derde en vierde meting van dit grootschalige bevolkingsonderzoek naar psychische gezondheid.

Eenzaamheid als risicofactor
Bij de personen zonder een psychische aandoening bleek eenzaamheid een risicofactor te zijn voor het drie jaar later ontwikkelen van een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis. Ook wanneer rekening werd gehouden met andere relevante factoren, zoals sociaal-demografische kenmerken, lichamelijke gezondheid en negatieve levensgebeurtenissen. Daarnaast bleek eenzaamheid bij de personen die al een psychische aandoening hadden, het risico te verhogen dat er na drie jaar nog steeds sprake was van een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis.

Psychische aandoening als risicofactor
Omgekeerd bleek dat mensen met een ernstige stemmings-, angst- of middelenstoornis een verhoogde kans hadden om drie jaar later gevoelens van eenzaamheid te hebben ontwikkeld, ook na controle voor de invloed van andere factoren. Bij de personen die zich al eenzaam voelden had het hebben van een psychische aandoening geen invloed op het voortduren van eenzaamheid.

Implicaties
Hulpverleners dienen alert te zijn op eenzaamheid, zowel bij volwassenen met als zonder psychische aandoeningen. Daarnaast is meer onderzoek nodig naar verklarende mechanismen voor de gevonden verbanden om effectieve interventies te ontwikkelen.

De bevindingen van het onderzoek zijn gepubliceerd in Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. 
Lees de samenvatting van het artikel

Bron: trimbos.nl 

2 oktober 2019 

Cursisten Vertellen – Rosa

Cursisten vertellen
Rosa*

16-7-2019

Hard werken maar zo de moeite waard

Sinds een aantal weken is Rosa gestart met een traject bij Merk Hoe Sterk (MHS). Dit enkele maanden nadat ze de 8 daagse intensieve  therapie bij Psytrec had afgesloten.

De eerste indruk van de coaches loog er niet om. Zij zagen 1 hoopje ellende met holle ogen, geen goed doorbloede huidskleur, geen actie, kleding die om haar lijf slobberde en de wanhoop nabij.

Rosa voelde zich depressief, moe, passief, haar baan was ze kwijt geraakt en ze leefde in een isolement. Ze kon niet overweg met alle emoties die ze voelde. Hierdoor maakte ze zich ook schuldig aan drankmisbruik wanneer ze het allemaal even niet zag zitten.

Een bloedonderzoek werd gedaan omdat Rosa soms helemaal niet of regelmatig maar een klein beetje kon eten. De man van Rosa werkt als vrachtwagenchauffeur. Hij rijdt voornamelijk op het buitenland waardoor hij voornamelijk alleen de  weekenden thuis is. Door de weeks kan hij haar hier dus niet in begeleiden. Het bloedonderzoek wees uit dat er inderdaad een vitamine tekort was ontstaan.

MHS zette twee coaches in met hun eigen specialiteiten, maar vooral door Rosa werd hard gewerkt. Ze voldeed keurig aan opdrachten die opgegeven werden. Deze waren zoal goede voeding tot zich nemen en buitenshuis sociale contacten leggen en afspraken maken. Natuurlijk werd er door Rosa ook gewerkt aan fysieke training en aan het uiten van onverwerkte emoties met betrekking tot het rouwproces.

Al met al hard werken aan onderwerpen als grenzen, onafhankelijkheid, voor jezelf durven opkomen, om hulp vragen als het nodig is (b.v. bellen met je coach als het even niet gaat), durven voelen en hier uiting aangeven. Na 3 sessies was er al een grote stap voorwaarts gemaakt in haar conditie en ook haar eetgewoonten waren verbetert. Zo heeft Rosa zelfs op Koningsdag vrijwilligerswerk kunnen doen, en daar plezier aan beleven.

MHS  kijkt naar alle factoren die invloed kunnen hebben op het welzijn van de cliënt, waarbij het gezin een belangrijke partij is en actief wordt betrokken bij het traject.

Factoren die bij deze cliënt aan de orde zijn:

*  eenzaamheid    *  slechte voeding/zelfzorg    *  geen werk    *  fysieke klachten    *  onverwerkte emoties

*  mentaal uitgeput zijn    *  geen sociale contacten    *  geen zingeving

Meestal wanneer er gelijktijdig op een aantal punten actie wordt ondernomen dan volgen de overige punten als vanzelfsprekend.

Buiten het intensieve contact met de cliënt is er natuurlijk het contact en het gesprek aangaan met de familie en/of gezin. Gesprekken die gaan over de veranderingen die bij de cliënt hebben plaatsgevonden en hoe de familie hiermee kan omgaan.

Zo hadden wij afgelopen week contact met de man van Rosa. Hij reageerde heel positief op de veranderingen, want nu kon hij met een gerust hart aan zijn werkweek beginnen. Ook was hij niet meer bang om naar huis te gaan en haar in haar slechte doen aan te treffen. Ze doen weer leuke dingen samen en hebben het weer gezellig met elkaar.

Bij diverse trajecten geven de coaches de cliënt de opdracht om iets te maken wat de boosheid symboliseert. Uiteindelijk is het de bedoeling om symbolisch afscheid te nemen van deze boosheid met een afscheidsritueel. Meestal zijn de coaches heel erg gewenst om het afscheidsritueel bij te wonen. Ze kunnen dan ter ondersteuning enkele woorden wisselen met de cliënt.

Zo ook bij het traject met Rosa, waarbij ze iets had gemaakt wat haar boosheid op de dader die dit alles heeft veroorzaakt symboliseerde. Voor het afscheidsritueel had Rosa geheel onverwachts tegen haar coach gezegd “eigenlijk wil ik dit laatste stukje met mijn man doen en dit samen afsluiten”.

Als ze het gesprek hervatten na het afscheidsritueel, vraagt de coach aan Rosa en haar man om in 1 woord terug te geven wat zij van dit coaching-gesprek vonden. Rosa komt met woord “Gemoedelijk”, en haar man sluit het af met het woord “Dankbaar”.

Natuurlijk kan de coach niet achterblijven met nog een reactie van haar kant; Chapeau Rosa, geweldig om jou weer terug te zien komen wetend wat JIJ wil, en je eigen keuzes makend zonder je afhankelijk van anderen op te stellen. Ze begint helemaal te glunderen en groeit van trots, ook haar man begint te glunderen en zichtbaar blij met de stappen die Rosa al heeft gezet.

Als coaches van MHS zeggen wij “ONTVANG” al deze complimenten maar! Ook al heb je nog lang niet alle stappen gezet die nodig zijn om het helemaal los te kunnen laten, het begin van je weg is er en geniet van het inkleuren zoals jij dat wil.

Wordt vervolgd!

*deze naam is gefingeerd

 

Nu.nl Hoe een slechte ademhaling

Hoe een slechte ademhaling tal van lichaamsprocessen kan verstoren. 

We doen het ons hele leven lang, duizenden keren per dag: ademhalen. Maar we doen het niet altijd even goed, zeker niet in stressvolle tijden. Volgens fysioloog dr. Hans Keizer hebben we veel belang bij een goede ademhaling: het brengt ons mentaal en fysiek in balans. Negen vragen over ademhalen.

Wat gebeurt er eigenlijk wanneer we ademen?

Keizer: “Als we ademen, nemen we zuurstof op uit de lucht. De zuurstof komt door je neus of mond via je luchtpijp in je longen. Via de longen gaat het je bloed in. Via de bloedcirculatie komt het overal in je lijf: in je spieren en je organen.”

“Die zuurstof speelt bij alle lichaamsprocessen een rol. Zonder zuurstof zouden de cellen geen eiwitten, koolhydraten en vetten kunnen verbranden. Na de inademing ademen we koolzuur uit.”

Hoe komt het dat we soms verkeerd ademhalen?

“Stress is vaak de boosdoener. Als we gespannen zijn, trekken we de schouders op, waardoor er minder ruimte is in de borstkas. Daardoor gaan we hoger, sneller en oppervlakkiger ademen. Ook bij mensen die te dik zijn, kan de ademhaling omhoog geduwd worden.”

Wat gebeurt er dan?

“Als je hoog en oppervlakkig ademhaalt, komt er minder bloed in aanraking met de inademingslucht. Het gevolg is dat er minder zuurstof kan worden opgenomen. Als er bovendien sprake is van hyperventilatie – een te hoge ademfrequentie – verlies je te veel koolzuurgas.”

Maar koolzuurgas is toch een afvalproduct?

“Het wordt inderdaad gevormd tijdens de verbranding. Maar behalve afvalstof is koolzuurgas ook nodig voor allerlei processen in het lichaam. Het speelt onder andere een rol bij de doorbloeding, en vooral bij de normalisering van de zuurgraad van het bloed. Als je veel koolzuurgas verliest, kan de zuurgraad van het bloed buiten de normale waarden gaan vallen.”

Waarom is die zuurgraad zo belangrijk?

“Alleen met de juiste zuurgraad of pH-waarde van het bloed kan het lichaam optimaal functioneren. Allerlei processen zijn ervan afhankelijk. Meestal herstelt de pH-waarde vanzelf, maar bij chronische stress kan de zuurgraad te hoog blijven: je ademt te veel koolzuur uit.”

Wat gebeurt er dan?

“Allerlei lichaamsprocessen kunnen verstoord raken. Dat kan zich uiten in verschillende klachten: tintelingen, duizeligheid, oververmoeidheid. Een slechte ademhaling beïnvloedt de stofwisseling dus op een negatieve manier.”

Wat is een goede ademhaling?

“Veel mensen denken dat de inademing het belangrijkst is. Als we maar genoeg zuurstof binnenkrijgen, zitten we goed, is de gedachte. Maar de uitademing is net zo belangrijk. Die reguleert zoals gezegd mede de zuurgraad van het bloed.”

“Tijdens de inademing gaat er koolzuur uit het bloed naar je longen. Als je uitademing langer is dan je inademing, wordt de koolzuurwaarde in je longen gelijk aan de koolzuurwaarde in je bloed. Op die manier normaliseer je de zuurgraad.”

“Bij een goede ademhaling is de uitademing dus iets langer dan de inademing. Je ademt bijvoorbeeld twee tellen in en vier uit. Of vier tellen in en acht uit.”

Hebben ademhalingsoefeningen zin?

“Ja. Met ademhalingsoefeningen train je de ademhalingsspieren. Daardoor ben je in staat beter en langer uit te ademen, wat de zuurgraad van het bloed ten goede komt. Je kunt er je hartslag mee omlaag brengen. Bij angst helpt het bijvoorbeeld om rustig te worden. Net als wanneer je ’s nachts wakker ligt.”

Hoe vaak moeten we per minuut ademen?

“Dat hangt van je gemoedstoestand af, en ook van je fysieke inspanning. Als je rustig op de bank zit, heb je in principe genoeg aan zes ademhalingen per minuut. Tijdens een vlotte wandeling adem je tien tot zestien keer per minuut en als je gaat hardlopen kan dat, afhankelijk van de intensiteit, oplopen tot wel veertig of zelfs zestig keer. Maar het gaat er dus vooral om dat je uitademing langer is dan je inademing.”

Dr. Hans Keizer is gepensioneerd arts en fysioloog en was voorheen verbonden aan de Universiteit Maastricht.

 

Door: NU.nl/Dorien DijkhuisBeeld: ANPBron: Nu.nl 

Ad – kabinet sluit deal

Kabinet sluit deal met gemeenten over betere zorg voor jongeren en psychische patiënten

Het kabinet is er, na lang en intensief onderhandelen, in geslaagd afspraken te maken met de gemeenten over een extra zak geld om de lokale problemen in de jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg aan te pakken

De komende jaren stelt het kabinet in totaal ruim 1 miljard euro extra ter beschikking om de zorg door de gemeenten te verbeteren, is vanmiddag bekendgemaakt.  Voor kwetsbare jeugdigen gaat het in 2019 om 420 miljoen euro. In 2020 en 2021 is er 300 miljoen beschikbaar. 

Voor mensen met psychische problemen komt dit jaar 50 miljoen euro vrij en in de komende drie jaren loopt dat bedrag op tot 95 miljoen op vaste basis. Daarnaast is er vanaf 2020 jaarlijks 20 miljoen beschikbaar voor gemeenten, omdat ze vanaf dan een rol krijgen bij het verplicht behandelen in de thuisomgeving van verwarde inwoners.  

Wethouders, vakbonden en gemeentekoepel VNG hebben al meermaals gepleit voor extra geld. Uit onderzoek blijkt dat steeds meer jongeren in Nederland jeugdhulp krijgen en veel lokale overheden met financiële tekorten kampen sinds 2015. Minister De Jonge (Volksgezondheid): ,,Het is goed dat kinderen en gezinnen die hulp en ondersteuning nodig hebben eerder in beeld zijn. En zo betere en passende hulp krijgen. Tegelijkertijd stelt dit gemeenten voor flinke uitdagingen. Daarom komt het kabinet deze gemeenten tegemoet.”

Meedoen in de maatschappij

Bij de geestelijke gezondheidszorg is het de bedoeling van het kabinet om mensen met psychische aandoeningen zoveel mogelijk laten meedoen in de maatschappij. Dat gaat vaak beter in de eigen woonomgeving dan in een instelling. Het uitgangspunt is: zo zelfstandig mogelijk, maar met de hulp en begeleiding die nodig is. En dat kost geld.

Staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid): ,,Met deze financiële impuls krijgen gemeenten nu ook de ruimte om de gezamenlijke ambitie op het gebied van zogeheten ambulantisering – minder zorg in instellingen en meer zorg en ondersteuning thuis – waar te maken.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft ook inhoudelijke afspraken gemaakt met de minister om de jeugdzorg te verbeteren. Die vindt dat meer geld alleen niet automatisch leidt tot betere hulp. Ook in de regie, sturing en samenwerking aan de kant van gemeenten is veel ruimte voor verbetering, aldus de bewindsman. De afspraken gaan onder andere over het terugdringen van vermijdbare uitgaven en welke zorg op landelijk, regionaal of lokaal niveau wordt ingekocht.

Nieuw onderzoek in 2020

De komende jaren wordt de aanpak van de gemeenten gevolgd. In 2020 is er een nieuw onderzoek aangekondigd. Die uitkomsten zijn volgens het kabinet ‘zwaarwegend’ en kunnen vervolgens worden meegenomen bij de formatie van een nieuw kabinet. Het is namelijk nog te vroeg om vast te stellen of de toename van het aantal jongeren in de jeugdzorg en de bijbehorende uitgaven tijdelijk of blijvend van aard zijn.

Enkele weken terug lekte nog uit dat het kabinet in de Voorjaarsnota maar 350 miljoen wilde reserveren voor de jeugdzorg en in de drie jaar daarna steeds 190 miljoen euro. De gemeenten vonden dat veel te weinig en plaatsten in deze krant een open brief. Daarin dreigden ze met het afstoten van de lokale jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg als het kabinet niet over de brug zou komen met 490 miljoen euro op jaarbasis. Het huidige resultaat is niet zo hoog, maar is acceptabel voor de gemeenten.    

Reactie VNG

Volgens VNG-voorzitter Jan van Zanen geeft de beloofde zak geld ‘gemeenten, zeker in het eerste jaar, wat lucht’. Van Zanen: ,,Het kabinet zegt hier echter geen structureel karakter aan te kunnen geven. Dat is zeer teleurstellend.”

Wel komt er dus een onderzoek naar terugkerende compensatie. Ook mogen gemeenten straks een meerjarendekking in de begroting opnemen voor de uitgaven aan jeugdhulp. ,,De druk om op andere voorzieningen te bezuinigen wordt hiermee verlicht”, aldus Van Zanen.

Volgens de VNG gaat het kabinet verder de doelstelling voor minder ggz-zorg in instellingen en meer zorg en ondersteuning thuis verlagen, zodat gemeenten financieel rond kunnen komen. ,,Niet alleen wordt zo de druk op de wijken door instroom van kwetsbare mensen verminderd, ook worden gemeenten in staat gesteld ondersteuning te bieden aan cliënten die met begeleiding gaan wonen.”

Het is goed dat kinderen en gezinnen die hulp en ondersteuning nodig hebben eerder in beeld zijn. En zo betere en passende hulp krijgen. Tegelijkertijd stelt dit gemeenten voor flinke uitdagingen.

Minister De Jonge (Volksgezondheid)

Een kaartje gebaseerd op CBS-cijfers over de jeugdhulp in Nederland.

 

*Bron : https://www.ad.nl/politiek/kabinet-sluit-deal-met-gemeenten-over-betere-zorg-voor-jongeren-en-psychische-patienten~ae5c4a5a/

Nu.nl – Somberheid

Wat te doen tegen somberheid? ‘Pillen hebben vaak geen zin’

Somberheid vormt een van de grootste gezondheidsrisico’s ter wereld. Geschat wordt dat er wereldwijd zo’n 350 miljoen mensen aan lijden. Volgens GZ-psycholoog en auteur Bjarne Timonen kunnen we op een natuurlijke manier uit het dal klimmen. Hij schreef het boek De leefstijlgids tegen somberheid.

Waarom komen depressieve gevoelens zo veel voor?

“Doordat wij op een onnatuurlijke manier leven. De huidige maatschappij stelt hoge eisen aan ons. Wijzelf ook. Daardoor hebben we veel stress. We slapen niet genoeg. We bewegen te weinig. En we eten ongezond. Als we onszelf al even rust gunnen, doen we dat voor de televisie. Ons hoofd staat altijd aan.”

 

Maar depressie is toch een ziekte? Daar moet je antidepressiva voor slikken?

“Depressie is inderdaad een ernstige aandoening. Het is een glijdende schaal. Iedereen heeft weleens last van een dipje. Als dat langer aanhoudt dan een paar dagen is er iets aan de hand dat de somberheid in stand houdt. Dan kan zo’n dipje uitmonden in een depressie.”

“Medicijnen dempen de symptomen, niet de oorzaak”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“In heel ernstige gevallen zijn antidepressiva nodig ter ondersteuning van therapie. Daar zijn ze ook voor ontworpen. In zeker de helft van de gevallen hebben pillen geen zin. Ze hebben bovendien vaak vervelende bijwerkingen. Ze dempen ook alleen maar de symptomen. Zodra je ermee stopt, komen de depressieve gevoelens terug als je niets aan de oorzaak van die gevoelens gedaan hebt.”

En die oorzaak moeten we zoeken in de manier waarop we leven?

“Ja. Depressieve gevoelens hebben vaak met gedrag te maken: we denken negatief over onszelf. En we leven ongezond. Alcohol heeft bijvoorbeeld effect op onze stemming. Roken en te weinig bewegen ook. Wanneer je beweegt, maak je namelijk serotonine en dopamine aan. Dezelfde stoffen die in het brein worden verhoogd wanneer je antidepressiva slikt.”

“Depressieve gevoelens hebben vaak met gedrag te maken”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“Ook wordt het makkelijker om nieuwe verbindingen in het brein te leggen. Datzelfde gebeurt als je mediteert. Daarom is de combinatie van dit soort leefstijlaanpassingen met cognitieve gedragstherapie ook zo goed. Je kunt er oude gewoonten mee doorbreken en nieuwe gewoonten mee aanleren.”

Welke dingen kunnen we nog meer doen tegen een dip?

“Mediteren dus. Of mindfulness. Daarvoor hoef je echt niet op een kussen te gaan zitten. Loop een ommetje na het eten. Of maak muziek. Ga niet ‘ontspannen’ voor de televisie of Netflix. Dat is geen effectieve manier van ontspannen. Je hoofd blijft ervan in de ‘aan-stand’ staan. Het is belangrijk om af en toe alleen maar even te zijn in plaats van te doen.”

In je boek noem je koud afdouchen ook als tip. Waarom helpt dat?

“Koud water na een warme douche verhoogt het gehalte noradrenaline in je bloed, een hormoonstof die bij depressie verlaagd is. Het zorgt voor een betere concentratie en alertheid. En voor een fit gevoel. Het is even wennen om de laatste minuut de warme kraan helemaal dicht te draaien. Maar ik weet uit ervaring: het is verslavend lekker.”

Waarom is compassie zo’n sterk middel tegen een dip?

“Wie depressieve gevoelens heeft, is vaak erg met zichzelf bezig. Op een negatieve manier. Om dat te doorbreken is zelfcompassie belangrijk. Maar ik zie bij patiënten dat compassie met anderen ook erg goed werkt. Door anderen te helpen, bijvoorbeeld middels vrijwilligerswerk, verleg je de focus naar de ander. Dat geeft adempauze.”

“Bovendien geeft het een goed gevoel om iets voor een ander te kunnen betekenen. Dat draagt bij aan een positiever zelfbeeld.”

“Ongezonde voeding kan bijdragen aan een sombere stemming”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

Hoe kan het dat ongezond eten ons humeur beïnvloedt?

“Van ongezonde transvetten in koek en frituurproducten is bekend dat ze bijdragen aan een sombere stemming. Dat komt doordat ze de ontstekingswaarden in het bloed verhogen. Eiwitten die daarbij vrijkomen, kunnen bepaalde processen in het brein verstoren.”

Is het omgekeerde ook waar?

“Ja. Met gezonde voeding zoals vezelrijke producten, groenten, vette vis, noten en zaden gaan de ontstekingswaarden naar beneden. En dat zorgt voor een beter humeur.” 

Nog meer tips?

“Veel naar buiten voor genoeg daglicht en vitamine D en wekelijks een half uur de natuur in. Uit onderzoek blijkt dat een half uur ‘natuursnuiven’ leidt tot een significant lagere bloeddruk en minder depressieve gevoelens.”

“En slaap voldoende. Je kunt nog zo gezond leven, als je niet goed slaapt, heeft het allemaal geen effect.”

Kunnen mensen op deze manier van hun depressie afkomen?

“Ik zie in de praktijk vaak dat mensen die kleine leefstijlaanpassingen maken in hun leven, positievere gedachten krijgen. Daardoor komen sommige mensen volledig van hun depressie af. Voor de meeste anderen geldt dat hun depressie veel makkelijker te behandelen is in combinatie met cognitieve gedragstherapie.”

“Kleine leefstijlaanpassingen kunnen ervoor zorgen dat mensen van hun depressie afkomen”

Bjarne Timonen, GZ-psycholoog en auteur

“Wat mij betreft zou de zorg zich dus niet enkel moeten richten op het veranderen van gedachten, maar ook op het veranderen van gedrag. Voor mijn boek heb ik honderden wetenschappelijke artikelen gelezen. Daarop is mijn boek gebaseerd. Met leefstijlveranderingen kun je ontzettend veel bereiken.”

Bjarne Timonen is GZ-psycholoog. In februari verscheen zijn boek De Leefstijlgids tegen somberheid.

*Bron: NU.nl

Risk & Business – Privésituatie

Foto: Risk & Business  

Onderzoek Keerpunt: Privésituatie heeft vaak negatieve invloed op werk

Bij ruim een miljoen werknemers spelen in de privésituatie zorgen die nadelig zijn voor het functioneren op het werk, zo blijkt uit onderzoek. Zeker wanneer problemen zich opstapelen, dreigt langdurig ziekteverzuim. Werkgevers en werknemers kunnen verzuim voorkomen door tijdig met elkaar in gesprek te gaan. Een overvolle gezinsagenda, een overlijden in de familie of relatieproblemen: ruim een miljoen Nederlandse werknemers heeft zorgen in de privésituatie die het werk nadelig beïnvloeden. Dit blijkt uit onderzoek dat in opdracht van arbodienst Keerpunt is uitgevoerd. In 49% van de gevallen leidt de situatie tot ziekteverzuim, variërend van enkele dagen tot meer dan een half jaar.                            

Re-integratiespecialist Nicole Choi van Keerpunt: “Privéproblemen kunnen een enorme impact hebben op het werk. Maar we zien vaak – en dat wordt met dit onderzoek bevestigd – dat werknemers het lastig vinden om privégerelateerde zaken met hun leidinggevende te bespreken. Ze delen liever niet te veel over hun thuissituatie, uit angst zich kwetsbaar op te stellen of hun positie in gevaar te brengen.”     

 Van de verzuimende werknemers meent 57% dat de leidinggevende het verzuim geheel of gedeeltelijk had kunnen voorkomen. Helaas signaleert de leidinggevende problemen bij de werknemer in 31% van de gevallen niet op tijd. “Aan een mindere periode op het werk ligt vaak een complex aan factoren ten grondslag. Het is niet zo makkelijk om daar als leidinggevende snel je vinger op te leggen”, vertelt Choi. “Maar wat je wél kunt doen is belangstelling tonen en zorgen voor een sfeer waarin mensen problemen ook durven te delen. Vervolgens kun je samen naar een oplossing zoeken: tijdelijk wat flexibeler zijn met werktijden, aanpassingen doen in het takenpakket of hulp inschakelen van bijvoorbeeld een psycholoog of schuldhulpverlener.”

 

*Bron: riskenbusiness.nl 

 

NOS.nl – NOS nieuws

Nos.nl

 Zorgen om pgb: ‘Kwart kan geen gespecialiseerde hulp inkopen’  

Het persoonsgebonden budget (pgb) is voor veel mensen niet voldoende om de kosten te dekken. Een kwart van de mensen die reageerden op een enquête van belangenorganisaties MantelzorgNL en Per Saldo kan nu geen gespecialiseerde hulp inkopen.

Mensen die zorg nodig hebben, kunnen bij de gemeente een persoonsgebonden budget aanvragen. Met het geld kunnen ze zelf de benodigde hulp inkopen en daardoor zelfstandig blijven wonen. De gemeenten mogen zelf de tarieven bepalen, maar volgens veel pgb-houders zijn deze tarieven te laag.

“Als mensen gespecialiseerde hulp nodig hebben, staat daar een tarief tegenover van 20 of 22 euro. Daar kun je geen goede hulpverleners van betalen. En voor mensen die je in dienst wilt nemen, wordt alleen het minimumloon vergoed”, vertelt directeur Aline Molenaar van Per Saldo, de landelijke vereniging van budgethouders.

Eigen zak

Volgens Molenaar is het vaak niet mogelijk om hulpverleners die uit het pgb betaald worden een loonsverhoging te geven. Die mensen gaan dan niet meer bij mensen thuis werken omdat ze ergens anders meer geld kunnen verdienen. “Je hebt dan natuurlijk de keus om de loonsverhoging uit eigen zak te betalen, maar wie kan dat?”

Alternatief voor de pgb-houders is om de hulp in te roepen van familie of vrienden. Voor deze zogenoemde mantelzorgers wordt er op 1 mei een symbolisch bedrag van 141 euro per maand ingevoerd. Het idee is dat mensen dan geen zorgovereenkomst meer hoeven af te sluiten.

Op de vingers tikken

Volgens MantelzorgNL en Per Saldo is het nog onduidelijk of de pgb-houders ook nog het recht op de uitkering voor het minimumloon houden.

Per Saldo wil dat de minister de gemeente op de vingers gaat tikken. “De gemeenten mogen de tarieven weliswaar zelf vaststellen, maar in de wet staat dat het wel tarieven moeten zijn waarmee de zorg ingekocht kan worden. Wij constateren dat mensen in de problemen komen”, zegt Molenaar.

*Bron: NOS.nl